Zeg ‘verslaving aan middelen’ en je denkt aan mensen die flessen alcohol leegdrinken, cocaïne snuiven, heroïne spuiten of ghb slurpen – maar waarschijnlijk niet aan mensen die een slaappil innemen met een glas water. Toch is de verslaving aan de zogeheten benzodiazepinen, de pillen die gemiddeld één op de tien Nederlanders neemt om in te slapen, een groot probleem.

Zo begint een krantenartikel in de NRC over de verslavende werking van slaappillen. Het had ook kunnen beginnen met de tekst “ongeveer een op de tien Nederlanders gebruikt slaapmiddelen. Zo’n 200.000 mensen gelden als ‘afhankelijk’ en van hen gebruiken zo’n 15.000 mensen hoge doses.” Dat heeft toch wel een ander effect.

Welke tekst trekt jou het artikel in?

Ik gok de eerste. Die schetst een probleem. Die zet je aan het denken. Die maakt dat je verder wilt lezen.

Dit effect wil je ook bereiken bij online leren. Dat je gelijk vanaf het begin de aandacht van de deelnemers trekt. Dat je ze nieuwsgierig maakt zodat ze rond blijven hangen en rechtop in hun stoel gaan zitten. Hoe krijg je dat voor elkaar?

 

Zorg voor eye-openers

Ga voor het onverwachte. Vertel met een verhaal wat er mis kan gaan, wat er echt op het spel kan staan. Presenteer een verrassend feit.

Wist je dat een petfles pas na 400 jaar vergaat? En een luier pas na 450 jaar?”

He, getver! Hier krijg je gelijk beelden bij. En de gepresenteerde feiten komen best dicht bij. Waarschijnlijk maak jij je niet schuldig aan deze plastic vervuiling, maar je ziet de petflessen wel om je heen liggen bij een strandwandeling.

 

Gebruik WIFM

WIFM staat voor What’s in It For Me.

Je wilt dat deelnemers actie gaan ondernemen. Dat ze reflecteren op hun eigen kennis en kunde en dat ze met nieuwe vaardigheden gaan oefenen. Door de WIFM goed voor ogen te houden en te beschrijven help je deelnemers inzien waarom het onderwerp voor hen belangrijk is. Daarbij is het de kunst om te zorgen voor een emotionele verbinding met het thema (Made to stick).

De laatste tijd schreeuwt meneer Petersen (sinds 6 jaar dementie) de hele dag door. Hij beweegt constant in zijn stoel. ‘s Nachts is hij onrustig en wordt vaak roepend wakker. Medebewoners hebben hinder van hem en willen geen kamer meer naast hem. Een aantal verzorgenden zijn aan het eind van hun latijn. Ze voelen zich schuldig. Voelen zich er alleen voor staan. Weten niet meer wat te doen. Jij kent wellicht ook zo’n meneer Petersen? We zien het aantal clienten in onze organisatie met deze vorm van dementie sterk groeien. En daarmee ook de grote behoefte aan expertise ….

 

Stel lastige vragen

Een andere manier om deelnemers in je online leertraject rechtop te laten zitten is door al aan het begin een paar lastige vragen te stellen. Vragen waardoor de deelnemers herkennen dat ze nog wat te leren hebben, de zogeheten ‘knowledge gap’. Vervolgens motiveer je ze om op zoek te gaan naar antwoorden. Niet door ze deze te vertellen, maar door ze te laten googlen, onderzoeken, uitvinden.

Hoe kunnen we als organisatie meer een Bewust Ontwikkelingsgerichte Organisatie worden?

Als ouders van kinderen op school inzage hebben in het dossier van hun kind, en ze zijn het niet helemaal eens met de manier waarop daarin het schooladvies is beschreven, mag je dit advies als leerkracht dan aanpassen? Wat zegt de AVG hierover?

Je maakt deelnemers op deze manier nieuwsgierig en je zorgt ervoor dat ze meer willen weten.

 

Onderdruk je neiging om eerst uit te leggen

Wat maakt deze drie aanpakken zo krachtig? Ze beginnen niet met een algemene uitleg maar duiken de praktijk in. De praktijk die zo voorstelbaar is voor de deelnemers en waar de vraagstukken zich daadwerkelijk voordoen. Waarin deelnemers echt worstelen en waar ze hulp bij kunnen gebruiken.

Wat ik regelmatig zie is dat een online leertraject begint met een uitleg. Een stukje over verschillende soorten plastic en wat golfslag met plastic doet. Een tekst die je uitlegt wat dementie is en welke stadia je kunt onderscheiden. De tien punten die je als leerkracht moet weten over de AVG. Of een video waarin een expert vertelt wat een BOO is. Vaak mis je als deelnemer dan een haakje. De uitleg kan heel interessant zijn, maar als je het niet met iets kunt verbinden dan is zo’n tekst heel vluchtig. Soms zelfs saai.

In een bijeenkomst kom je hier wel mee weg. Deelnemers luisteren of doen in ieder geval alsof 🙂 En als je ziet dat de aandacht verslapt dan stel je een vraag. Maar online kan dit niet. Online loop je het risico dat ze stoppen. Of er weinig uithalen omdat ze eigenlijk over zo’n uitleg heen lezen.

 

Mijn pleidooi: zet ze gelijk aan het werk

In de werkelijke wereld gaat het ook zo: je komt een probleem tegen in je werk en je gaat op zoek. Naar mogelijke oplossingen, aanpakken, collega’s met ervaringen en ideeën. Een effectieve manier om deelnemers aan een online leertraject actief te betrekken is ze gelijk aan het werk te zetten. Schotel ze een eye-opener, WIFM of lastige vraag voor als stimulans tot nadenken. Een stukje uitleg, een artikel of enkele links naar online plekken met relevante informatie is dan bagage voor vervolg.

Dit vraagt overigens wel wat van jou als ontwerper. Een uitleg over stadia van dementie is soms makkelijker te maken dan drie herkenbare en pakkende cases te schrijven. Voor dat laatste moet je de praktijk van de deelnemers goed kennen. Dan helpt het als je de kritische  werksituaties identificeert: werksituaties waarin het echt belangrijk is dat het goed gaat. En waarin het nu regelmatig mis gaat. Waarin deelnemers worstelen en zoeken naar handvatten.

En soms vraagt het van je dat je aan het eind alles omdraait. Zucht. Beginnen met een uitleg kan jou als ontwerper helpen om al werkend greep te krijgen op de inhoud. Dat je eerst eens goed op een rij zet, eigenlijk dus voor jezelf, wat de verschillende stadia van dementie zijn, alvorens een passende casus te beschrijven. Maar geloof me, het is de investering meer dan waard. Jouw deelnemers zitten straks helemaal vastgeplakt aan die laptop!

 

Zoek jij naar manieren om online leren super aantrekkelijk te maken? Wil jij zicht krijgen op de haakjes voor jouw doelgroep? Cammy Bean gaat er in haar boek ‘The Accidental Instructional Designer” op in. Ook in onze leergangen besteden we hier aandacht aan. Misschien iets voor jou? En we denken en ontwerpen ook graag met je mee. Meer weten? Kennismaken? Neem contact op!