Er is niets mis met ‘eens een leuke online tool’ voor de afwisseling. Zoals een online brainstorm in plaats van een flapdiscussie. Of input op de voorbereidende opdracht verzameld in een Dropbox in plaats van per mail. Doordat we nieuwe technologie binnen handbereik hebben is het fijn om wat vernieuwender te werken.

Wat we wel willen voorkomen is het idee dat ‘technologie uiteindelijk toch niet werkt’. Of het gevoel dat het ‘nieuwe wijn in oude zakken is’. Krijg jij wel eens zo’n reactie? Of heb je zelf wel eens dat gevoel bij de manier waarop je online tools nu inzet? In deze blog vind je een model dat je helpt om te zien of in jouw idee technologie iets vervangt of een meer transformatieve bijdrage heeft. Het zogeheten SAMR model.

Van online brainstorm tot virtuele ervaringen

Het SAMR-model biedt een bril om vanuit vier niveaus te kijken naar je ideeën om technologie in te zetten in jouw les, training of leertraject. Hoe groot maak je de stap? Richt je je op verbeteren of wil je echt iets nieuws gaan doen met technologie?

Stel dat je besluit om een online omgeving in te richten bij de leergang die je al een paar jaar verzorgd. Je hebt het gevoel dat het niet langer zonder kan. Het hoort er in deze tijd van technologie echt bij. Bovendien is het makkelijk: een bibliotheek met alle artikelen en boeken, een duidelijke plek om te communiceren met je deelnemers en een plek om de huiswerkopdrachten neer te zetten.

Dit kan een waardevolle stap zijn: waar je voorheen alles per mail en met multomappen deed :-), heb je nu een online omgeving. In het SAMR model is dit het eerste niveau, genaamd Substitutie: je zet technologie in als vervangend hulpmiddel. Nieuwe technologie gebruik je op de ‘oude’ manier. Er verandert verder niets aan de opzet van het leertraject of de onderwijskundige benadering die je hanteert.

En dat kan prima zijn.

Soms wil je met technologie wel een grotere stap zetten. Je wilt deelnemers misschien tussen sessies door met elkaar laten uitwisselen. Of je wilt ze stimuleren om input op hun vraagstuk te verzamelen via een expert van buiten. Dan is een stap op een van de andere niveaus van het SAMR-model nodig.

Het SAMR-model

 

 

Het tweede niveau betreft ‘augmentation’ ofwel versterking: hier wordt technologie ingezet voor een aantal functionele verbeteringen. Je maakt zo goed mogelijk gebruik van de functionaliteiten van de gekozen tool.

Nu gebruik je een online brainstormmuur voor een gezamenlijk brainstorm, en vraag je deelnemers een reactie te geven op elkaars input. Dit doen ze door een notitie of een like bij de input van een ander te plaatsen.

Je hebt een opdracht in Google.docs gezet. Daarin heb je ook wat linkjes opgenomen naar waardevolle online bronnen. Je nodigt de deelnemers uit om ook in dit document te werken en vraagt ze om zelf ook op zoek te gaan naar 1 of 2 goede bronnen.

 

Het derde niveau is modification of verandering: op dit niveau wordt nieuwe technologie niet langer gebruikt om dezelfde opdracht uit te voeren met andere tools, maar om delen van de opdracht wezenlijk te veranderen om het leren te verbeteren. Je herontwerpt de leertaak en verandert hier dus door.

Deelnemers werken aan dezelfde online brainstormmuur, onafhankelijk van tijd en plaats: ieder kan op een door hem/haar gekozen moment aan de brainstormmuur werken, op de plek die hem/haar uitkomt.

In het Google Docs voorbeeld wordt het bestand online gedeeld en ingezet om online feedback aan elkaar te geven via ‘comments’.

Of je vraagt deelnemers om hun verhaal te presenteren op een online manier: een video, een podcast, vodcast, strip.

 

Het vierde niveau is tot slot redefinition of herdefiniering: Leertaken op dit niveau waren zonder technologie niet mogelijk geweest en zijn dus echt vernieuwend.

Nu wordt de online brainstormmuur gebruikt om de presentatie met anderen te delen, bijvoorbeeld een andere leergroep in Nederland, of zelfs een organisatie of team buiten de landsgrenzen.

Of vraag deelnemers om rondom hun project een blog/ website te maken en hun netwerken uit te nodigen om mee te denken, te reageren, ervaringen te delen.

De tip: bedenk eerst wat je in je aanpak wilt veranderen

Wat je in de genoemde voorbeelden ziet is dat het uiteindelijk niet om de technologie gaat, maar om een verbetering of vernieuwing van de leeraanpak. Je wilt deelnemers op nieuwe manieren laten samenwerken. Je wilt verbinding maken met een groter netwerk. Je wilt de deelnemer en zijn interesse centraal zetten en daarin als trainer ondersteunen. Zo’n stap bedenken is niet per se gemakkelijk. Het vraagt om reflectief kijken naar wat je wilt verbeteren en vernieuwen in je leeraanpak. En om een bepaalde mate van creativiteit om op nieuwe ideeën te komen.

De kant van de technologie komt ook om de hoek kijken. Natuurlijk. Als je een idee hebt omtrent je aanpak, dan zoek je daar vervolgens een tool bij. In dat kader is bijvoorbeeld het New Padagogy Wheel gemaakt, waarin je voor alle vier de niveaus kunt zien welke tools er zijn. Leuk als inspiratiebron!

Tot slot: voor elk niveau een reflectievraag

  • Vervanging: wat win je door de oude technologie te vervangen door nieuwe?
  • Versterking: realiseer je met nieuwe technologie een verbetering in het leerproces die met de oude aanpak niet mogelijk is?
  • Verandering: is de verbetering die je voor ogen hebt fundamenteel afhankelijk van nieuwe technologie?
  • Herdefiniering: is deze nieuwe leeraanpak echt alleen mogelijk met nieuwe technologie?

 

Ben je trainer, leerkracht of ontwikkelaar van leertrajecten en vind je het lastig om nieuwe technologie echt goed in te zetten? Wil je een stap verder dan een online quiz met Kahoot in een sessie, maar heb je geen idee hoe je dat kunt aanpakken? Of heb je al wel stappen gezet die je leeraanpak hebben verbeterd en wil je nu een vernieuwingsslag maken? Bel of mail vooral om kennis te maken. Of neem deel aan de leergang ‘Leren en veranderen met sociale technologie‘. We gaan op 5 maart met de eerstvolgende groep (online!) van start.