Ik zit achter mijn computer en ik twijfel. Twee deelnemers hebben gereageerd. Super! Wat zal ik nu doen? Is het slim om door te vragen, zal ik antwoord geven? Of moet ik nog even niets doen en wachten tot een paar andere deelnemers gaan reageren?

De online week van een leergang voor ROC docenten is net van start gegaan. Een van de vragen is of je smartphones in de klas moet verbieden of juist stimuleren. Lekker actueel. De vraag staat online in een forum. En wat ik graag wil is dat er een goede uitwisseling komt over de voors en tegens die zij hierin zien. Een uitwisseling tussen de deelnemende docenten. Waarin ze aan het denken gezet worden. En waarin ze hun eigen ervaringen inbrengen en op elkaar gaan reageren.

Wat kun je als trainer of facilitator doen om deelnemers met elkaar in gesprek te laten zijn?

En niet met jou?

Waarom zou ik dat willen?

Het antwoord op die vraag hangt af van waar je in gelooft. Als het om leren gaat. Zie je leren als een vorm van informatieverwerking of meer als een actief proces? Zelf hanteer ik graag een zogeheten ‘sociaal-constructivistische kijk’ waarbij ik leren zie als een sociaal proces. Kennis is dan het resultaat van interactie tussen deelnemers en ontstaat als zij bereid zijn kennis te delen en samen te ontwikkelen. En een asynchrone online discussie zie ik als een heel goede vorm hiervoor. Waar geloof jij in?

Stap niet in de ‘instructor-led’ valkuil

Als je als trainer zo’n sociale leerproces wilt stimuleren, dan heb je daar in een fysieke setting vast allerlei vormen voor. Wat helpt is dat je in zo’n setting ziet hoe de deelnemers erbij zitten. Zo zie je ook snel het effect van je handelen. Gaat iedereen achterover leunen doordat jij in de vertelstand staat? En wil je dat niet? Dan is dat redelijk makkelijk bij te sturen door iets anders te doen. Online heb je op deze dynamiek geen zicht. Stel dat twee ROC docenten hebben gereageerd op de discussie over wel of niet smartphones in de klas. En ik sluit aan met een uitgebreide inhoudelijke reactie. Wat voor effect heeft dat op de andere deelnemers? Voelen zij zich dan uitgenodigd om mee te gaan doen in het gesprek? Of schrikt het misschien af?

Uit onderzoek blijkt dat faciliteren vanuit onze rol als trainer/docent vrij gemakkelijk kan resulteren in een zogenaamde ‘instructor-centered’ discussie. En dat dit actieve deelname van de groep beperkt. De kunst is om niet in die ‘instructor-centered’ valkuil te stappen. Wat moet je als facilitator doen? Of juist niet? Ik kwam een interessant artikel op het spoor: Lessons learned on facilitating asynchronous discussions for online learning). Hierin beschrijven Correia en Baran (2010) op basis van case-studies het positieve effect van peer-facilitation.

Wat is peer-facilitation?

Bij peer-facilitation hebben een of twee deelnemers per discussie de rol om participatie door hun mededeelnemers te stimuleren. En om het online gesprek verder te brengen dan het uitwisselen van informatie.

Peer facilitators are seen to benefit from taking on the role of a teacher because it involves them restructuring the material they are helping another student to learn.

Het mooie voor jou als trainer is dat je hierdoor alle ruimte hebt om mee te doen in de discussies en je eigen ideeen en gezichtspunten te delen. Vanuit de rol van deelnemer.

Uit onderzoek is gebleken dat peer-facilitation maakt dat deelnemers actiever participeren, meer en langere berichten schrijven en dat er betekenisvollere online uitwisselingen zijn. Correia en Baran onderzochten welke faciliteer-aanpak en discussie-ontwerpen hiertoe bijdragen.

Casus 1: Ontwerp van de discussie

In de eerste case-studie hebben ze met drie ontwerpen geëxperimenteerd:

  • alle 31 deelnemers namen deel aan een discussie, gefaciliteerd door de trainer;
  • per discussie namen 6 tot 8 deelnemers deel, gefaciliteerd door de trainer;
  • en er waren discussies in een kleine groep, gefaciliteerd door peers.

Wat kwam hier uit? De deelnemers vonden de derde variant het prettigst: ze voelen zich verbonden met elkaar en gemotiveerd om deel te nemen. Door de peer-facilitation ontstond er een sterk gevoel van community. Bij de twee ontwerpen waar de trainer faciliteerde, hadden deelnemers meer de neiging om een goed antwoord te geven in plaats van de interactie op te zoeken. Bij de grote groepsdiscussie was de interactie niet heel waardevol doordat ‘iedereen hetzelfde antwoord gaf’.

Casus 2: Deelnemers in de lead

Nu werden alle discussies gefaciliteerd door twee peers. Vertrekpunt voor de discussies was eenzelfde artikel. En de peer-facilitators kregen de vraag om een aanpak te bedenken om betekenisvolle dialoog op gang te brengen en deelnemers te betrekken. De drie aanpakken waren:

  • sterk gestructureerde begeleiding middels begeleidende vragen bij het artikel (‘highly structured facilitation’);
  • begeleiding gericht op het verbeelden van scenario’s en het delen van persoonlijke verhalen (‘inspiratonal facilitation’);
  • en begeleiding door reflectie op de eigen werkpraktijk in relatie tot de kern van het artikel (‘practice-oriented facilitation’).

Alle drie de aanpakken leidden tot een hoge mate van participatie door de deelnemers en tot betekenisvolle uitwisseling. De sterk gestructureerde begeleiding werd door de deelnemers het beste gewaardeerd als een manier om effectief online te discussiëren. Deze aanpak boodt structuur en focus in toch een soms wat chaotische activiteit.

Nu onze eigen ervaringen…

Wij noemden het niet zo, maar we gebruiken peer-facilitation ook! In de leergang ‘Leren en veranderen met sociale technologie‘ werken we met drie blokken van elk twee online weken. En in het derde blok zijn de deelnemers aan de beurt om de online weken zowel inhoudelijk vorm te geven als om de discussies te faciliteren. Tijdens een fysieke bijeenkomst verzamelen we inhoudelijke thema’s waar de groep in het online blok wel op door wil. Iedereen verbindt zich aan een thema en maakt daarvoor een opdracht. Met als doel om te leren hoe je een online opdracht op zo’n manier ontwikkeld dat deelnemers gemotiveerd raken om mee te doen. Er komt vaak flink wat creativiteit los om een boeiende, spannende, anders-dan-anders opdracht te maken. Zo heb ik geleerd om ‘te praten als Trump’ en vlak voor de kerstperiode was ik bijna veganistisch geworden 🙂

Wat maakt dat peer-facilitation zo goed werkt?

Er lijkt een sfeer van betrokkenheid en verbinding te ontstaat tussen de deelnemers. Een sfeer die uitnodigt tot het delen van kennis en ervaringen. Peers faciliteren vanuit hun eigen ervaring als deelnemer en lijken daardoor met hun aanpak beter aan te kunnen sluiten bij wat deelnemers nodig hebben om zich de inhoud eigen te maken en actief bij te dragen aan betekenisvorming. En je geeft deelnemers meer regelmogelijkheden en autonomie, wat een sterke invloed heeft op de motivatie.

Nu denk ik, en dat geven ook de auteurs van het artikel wel aan, dat je niet van deelnemers kunt verwachten dat ze peer-facilitatie ‘zomaar’ goed kunnen doen. Daarin hebben ze voorbeeldgedrag en begeleiding nodig van jou. In de beschreven casestudies hebben deelnemers zich vrijwillig aangemeld om de rol van peer-facilitator te vervullen. Je zou ook nog kunnen kijken naar welke deelnemers ‘het van nature al een beetje in zich hebben’.

Matt Cornock (2017) kijkt naar ‘hoog en laag conversationeel denken’. Hoe bewust is een deelnemer van zijn of haar rol om een lerende conversatie te stimuleren en te onderhouden? Deelnemer die beschikken over een hoge mate van conversationeel denken zijn zich er van bewust dat wat zij schrijven of online delen tot doel heeft om andere deelnemers te activeren tot reageren. Deelnemer die actief bezig zijn met het betrekken van anderen door het stellen van vragen in directe reactie op de bijdrage van een ander, brengen de conversatie verder.

 

Hoe kun jij met peer-facilitatie aan de slag?

Tot slot een paar concrete tips om zelf peer-facilitation in je online of blended leertrajecten te gebruiken:

  • werk met discussiegroepen van 6 tot 8 deelnemers. De discussie is makkelijker te volgen, het gesprek is persoonlijker, deelnemers hebben  het gevoel dat hun stem echt gehoord wordt en daardoor wordt bijdragen relevanter.
  • Doe als trainer mee in de discussies, vanuit een deelnemers-perspectief. Deel je eigen verhalen, vragen, worstelingen.
  • Begeleid de peer-facilitators. Bereid ze voor op hun rol. Zet een paar faciliteer-richtlijnen op papier. Denk mee in het ontwerp. En richt het in als leerproces.
  • Laat de discussies gaan over ‘real-life’ uitdagingen uit de werkpraktijk van de deelnemers.
  • Zorg dat de online discussie sterk verbonden is met bredere leerdoelen in het leertraject.
  • En nodig deelnemers op vrijwillige basis uit om de rol van facilitator op zich te nemen. Zie het als een kans om met online faciliteren ervaring op te doen. Zo ontstaat er eigenaarschap en zijn peer-facilitators gemotiveerd om er iets goeds van te maken.

Last but not least… online faciliteren van discussies vergt voor velen van ons aardig wat tijd. Met goed ingerichte peer-facilitatie zie ik ook wel kansen om je eigen ‘workload’ als trainer en begeleider wat te verlagen….