Principes geven ons richting en houvast. Ze voorkomen dat we gaan zwemmen. En ze geven ons ruimte voor creativiteit en vernieuwing. Je maakt er impliciet gebruik van, normaal gesproken denk je niet zo expliciet na over je eigen principes. Het denken in principes kan echter een heel krachtige manier zijn om een ontwerp richting en vorm te geven. Zeker bij samen ontwerpen kan het een kader of leidraad bieden waar je je samen aan wilt houden.

Ik las net de blog ‘Pim-Pam-Petten met ontwerpprincipes‘ van Mariel Rondeel. Prachtig hoe uit hun experiment naar voren komt dat principes bepalen hoe een ontwerp er uiteindelijk uitziet. En dat je invloed hebt op de principes die je hanteert. Mits je je bewust bent van de principes waar je in gelooft! Ga je vanuit een ‘gap-benadering’ ontwerpen, dan komt je tot een andere aanpak, dan wanneer je uitgaat van het ontwikkelen van talenten.

Wat zijn principes waar ik in geloof en die ik hanteer bij het ontwerpen van online en blended leren? Om deze principes te expliciteren werkt het voor mij om een concreet voorbeeld te nemen: de leergang ‘Leren en Veranderen met Nieuwe Media‘.

1. Leren start bij persoonlijke energie

Mijn aanname is dat mensen in beweging komen als ze energie voelen om ergens aan te gaan werken. Omdat ze ergens door geraakt zijn, persoonlijk betrokken zijn, iets voor elkaar willen krijgen wat zij van waarde en betekenis vinden. In essentie hebben we allemaal een bepaalde nieuwsgierigheid, de wil om iets te leren, onder de knie te krijgen.

Wat is jouw vraag, focus? Wat wil jij voor elkaar krijgen? Online leent zich uitstekend voor het expliciteren van deze persoonlijke ambities (in foto’s, tekst, met een illustratieve video). Hierover onderling uitwisselen zorgt vaak voor eerste verbindingslijntjes (‘dat herken ik’), en vragen van anderen helpen je beeld aanscherpen.

2. Online leren heeft verleiding nodig

Hoe zorg je dat mensen er ‘in’ stappen? Om een nieuwe, lastige situatie in je werk kun je wellicht niet heen. En een leerzame ontmoeting met een paar collega’s dient zich vaker aan. Hoe verleid je mensen om naar de online plek te gaan? Dan moet het daar interessant, uitnodigend, bijzonder, waardevol, leuk zijn. Boeiende inhoud, verrassende vragen, interessante mensen. Een ontmoetingsplek. Een plek waar je met een kleine bijdrage al meedoet. Een ‘plek der moeite’?

De kunst is uit te vinden hoe dit er voor de mensen uitziet met wie je gaat werken. Wat spreekt het aan? Wat willen zij graag tegenkomen? Is dat een gedegen wetenschappelijk artikel? Een goed gevulde bibliotheek? Of een paar makkelijke manieren om met anderen in contact te komen? Een experiment waar je zo aan kunt beginnen?

3. Online leren gaat over verbinden

We zoeken allemaal naar verbinding. Leren is een sociaal proces. En er zit heel veel diversiteit in een groep mensen. Diversiteit in aanpak, in expertise, in leerstijl. Online leren leent zich uitstekend voor het benutten van die diversiteit. Hier is echter wel een bepaalde sfeer van vertrouwen en veiligheid voor nodig. Zorg ervoor dat mensen elkaar online leren kennen. Laat ze persoonlijke ervaringen uitwisselen. Biedt ze de gelegenheid om al in het begin samen iets te beleven.

In het eerste online blok van een leergang krijgen deelnemers in kleine groepen de vraag om een social media tool te kiezen waar ze nieuwsgierig naar zijn. Om deze tool vervolgens zo onder de knie te krijgen dat ze andere groepen er iets over kunnen vertellen. Men gaat contact zoeken, experimenteren, van gedachten wisselen om uiteindelijk met een klein eindproduct te komen.

4. Online leren: ‘elkaar verder helpen’

Anderen helpen je verder. Hoe waardevol is het om feedback te ontvangen van mensen in wie jij gelooft dat ze je verder kunnen helpen? Online leent zicht uitstekend voor het zichtbaar maken van stappen en vorderingen in je leerproces. Je kunt heel gericht anderen uitnodigen om daar stukjes in mee te maken, met je mee te lopen, je te voorzien van reactie.

Het werkt bijvoorbeeld heel krachtig om mensen gedurende een langer leertraject te laten bloggen over toepassing in de praktijk: een casus, een project, een onderzoek. Wat kom je tegen, wat heb je geprobeerd, wat zijn kleine successen, wat is een waardevol inzicht, wat zijn belangrijke vragen waar je voor staat? Voor collega-deelnemers een prachtige manier om je leerproces te volgen en met je mee te denken en voelen gedurende het proces.

5. Online leren is samen uitvinden en maken

Online kun je een groot beroep doen op het vermogen van ons mensen om zelf te zoeken, te verkennen, te combineren en iets moois te maken. Online heb je het hele internet en al je netwerken binnen handbereik! Laten we dat benutten. Want wat een rijkdom. Daar komt bij dat het energie geeft om met elkaar iets te maken. Onze expertise bundelen en het exploreren en verkennen omzetten in iets ‘tastbaars’.

Denk eens aan de volgende vorm: je reikt deelnemers een casus aan en een aantal ontwerpbenaderingen. De vraag aan de deelnemers is om 1 ontwerpbenadering te kiezen en daarmee voor de casus een ontwerp te maken. Ze dienen eerst online op zoek te gaan naar achtergrondinformatie over de ontwerpbenadering (waarbij je ze een paar goede vertrekpunten kunt aanbieden), om uiteindelijk te komen met een visuele ontwerp wat aan andere groepjes getoond kan worden.

Zo. Die staan.

Fijn dat ik deze vijf principes wat explicieter heb kunnen maken. Want dat heeft het schrijven van deze blog me in ieder geval al opgeleverd: meer zicht op het raamwerk dat ik toch grotendeels impliciet hanteer. Ik heb overigens nog een paar principes te beschrijven, maar dat komt in een volgend blog. Ik ben benieuwd of het lezen van deze blog jou ook aan het denken heeft gezet over principes? Wat is 1 principe die voor jou belangrijk is bij het ontwerpen van online leren? Ik ben heel benieuwd!