Dat heb ik in mijn hoofd bij het inrichten van een online leeromgeving voor een leergang. Ik heb nu meerdere malen van deelnemers aan een online leertraject gehoord dat ze de hoeveelheid nieuwe informatie overweldigend vinden, soms niet weten waar ze moeten beginnen en dat ze behoefte hebben aan structuur en richting. Online leren doet een groot beroep op zelfsturing en eigen initiatief. Vaak is de technologie al nieuw: hoe raak ik wegwijs in deze online omgeving, waar zie ik wie er nog meer online zijn, hoe start ik een discussie, waar vind ik die opdracht of dat document? Daar komt vervolgens de inhoud van het leertraject en een andere manier van leren bij. Want ik ben er van overtuigd dat onze manier van leren door het gebruik van sociale media verandert. Hoe?

Een andere manier van leren
Gebruik van sociale media tools maakt dat:

  • deelnemers onderling van en met elkaar gaan leren;
  • deelnemers zelf actief op zoek gaan naar informatie, buiten datgene om wat in een leertraject wordt aangeboden (google, externe netwerken);
  • deelnemers eigen initiatief kunnen nemen als het gaat om de inhoud van de leeragenda (zelf een discussie starten, online samenwerking initiëren, invloed uitoefenen op de agenda van een komende f2f);

In een formele, traditionele leeromgeving is het lastig om sociaal leren vorm te geven. Zo bestaat er spanning tussen een cognitieve, behavioristische leerbenadering en sociaal geconstrueerde idealen. Maar door actief gebruik van sociale media veranderen de rollen van deelnemer en trainer en/of facilitator.

Terugkomend op de behoefte aan structuur… kan het zo zijn dat deze behoefte voortkomt uit de ervaringen van deelnemers met een meer traditionele leeromgeving? Doet sociaal leren ook een beroep op vaardigheden om te leren? Of dient dit ‘leren sociaal te leren’ expliciet onderdeel te zijn van het leertraject? En dan maken we dat wellicht onvoldoende expliciet? Deelnemers komen met bepaalde verwachtingen naar een leergang. Ze schrijven zich in, betalen er voor en kiezen voor jouw leergang vanwege de professionele expertise die je aanbiedt. Logisch, maar staat de verwachting omtrent ‘professionele expertise als trainer’ niet in contrast met geloof in eigen verantwoordelijkheid en leren door netwerken met andere deelnemers?

Trainer of facilitator?
Ik zie hier het verschil in de rol als trainer of facilitator ook terug. Iets waar ik in een leergang regelmatig mee worstel. Ben ik nu een trainer die kennis overdraagt, opdrachten aanbiedt en antwoord geeft op vragen van deelnemers? Of richt ik me vanuit een facilitatorsrol op het begeleiden van deelnemers bij het vinden van hun vragen, stimuleren van reflectie en nemen van eigen initiatief? Vooralsnog probeer ik deze twee rollen beiden te vervullen en af te wisselen. Maar kan dit wel? En raken deelnemers daardoor niet (nog meer) in verwarring

leerlandschapManieren om structuur te bieden

Ik ben er nog niet over uit of je een rol als trainer en facilitator kunt combineren in een leertraject. Wel helpt het me nu om te zien op welke manieren je structuur kunt bieden:

Inrichting van het leerlandschap

  1. Kies voor 1 social media tool als vertrekpunt voor het online leren;
  2. Richt deze online omgeving zo in dat het overzichtelijk is en dat gelijk zichtbaar is wat je er kunt doen en waar je dan moet zijn. Niets is vervelender dan dat deelnemers kunnen ‘verdwalen’.
  3. Breng ritme aan in de tijd. Start bijvoorbeeld elke maandag met een mail, elke woensdag met een poll en elk blok wordt afgesloten met een webinar.
  4. Bespreek met deelnemers wat handige ‘routes’ zijn om online te bewandelen. Als je online bent, waar start je dan mee? Hoe zie je wat de nieuwste activiteiten zijn? Hoe kun je aanhaken zonder eerst een hele discussiedraad te moeten lezen?
  5. En gebruik een duidelijk kanaal (bijvoorbeeld de mail) om te communiceren over de lijn van de leergang.

Vanuit een trainersperspectief

  1. Biedt de inhoud zo aan dat hier een duidelijke volgorde en opbouw in zit. Dit kun je doen door bijvoorbeeld voortdurend te werken vanuit een inhoudelijk kader of inhoudelijke blokken te maken die achtereenvolgens aan de orde komen. Vormen van visualisering maken dit principe alleen nog maar krachtiger;
  2. Werk vanuit een instructie-benadering: thema’s, leerdoelen, resultaten, kennis en vaardigheden, opdrachten;
  3. Geef aan welke opdrachten een deelnemer ten minste gemaakt moet hebben voor die en die datum;
  4. Geef vlot een antwoord als een deelnemer een vraag stelt;
  5. Leg af en toe de relatie met de leerdoelen die de deelnemer voor zichzelf had gesteld;
  6. Rond een online discussie duidelijk af middels een samenvatting.

Vanuit een facilitatorsperspectief 

  1. Waardeer de online interactie die er ontstaat vanuit en tussen deelnemers;
  2. Faciliteer dialogen door aandacht te geven aan vragen die deelnemers stellen;
  3. Stimuleer eigen initiatief bij deelnemers, zichtbaar online of achter de schermen;
  4. Richt momenten van (zichtbare) reflectie in voor deelnemers;
  5. Maak verbanden tussen reacties en discussies zichtbaar.

Natuurlijk is het onderscheid trainer – facilitator enigszins arbitrair, maar het helpt mij wel om het thema hier helder neer te zetten. Ben benieuwd naar de reacties die dit bij jullie oproept! Herken je de worsteling in rollen? En wat doe jij om structuur te bieden bij online leren?