Navigate / search

Werken als knowmad 5: Hoe vervlecht je oud en nieuw? Met mogelijkheidszin en progressiecirkels

In het laatste sollicitatiegesprek had Anja toch echt gevraagd of de organisatie ook deed aan ‘het nieuwe werken’. En toen was het antwoord eensluidend positief. Voor haar was het van groot belang om af en toe thuis te werken, en een paar ochtenden wat later te beginnen. Dan kon ze dat ’s avonds wel weer inhalen.

Maar nu was ze na zo’n zes weken bij de manager op het matje geroepen. Ja, zo voelde het voor haar. Of ze niet toch vaker om negen uur kon beginnen. Dan was het hele team bij elkaar en zou ze zichtbaarder zijn.

Er is misschien wat voor te zeggen, maar vanuit het perspectief van ‘het nieuwe werken’ kun je ook andere manieren bedenken om zichtbaarder te zijn. Manieren die meer passen bij ‘het nieuwe’ en bij knowmadisch werken,

Oud en nieuw combineren

Knowmadisch werken vraagt om verandering in denken en doen. En zo’n verandering is makkelijker gezegd dan gedaan. Het gaat om het combineren van oud en nieuw. Het beeld van twee werelden helpt hierbij wel. Leike van Oss en Jaap van ’t Hek beschrijven de wereld van het werkelijke en die van het wenselijke. In de wereld van het werkelijke wordt het werk van alledag gerealiseerd. Dit is de bestaande en vertrouwde wereld waarin iedereen weet wat er nodig is voor het dagelijks werk. Bij een geplande verandering komt er een gefantaseerde wereld bij: die van het wenselijke. Dat is de wereld van het nieuwe mooie vergezicht, van de veranderambitie en het veranderdoel. Een wereld die aantrekkingskracht kan hebben, maar die ook nog ongetest en onbewezen is. Voor een effectieve verandering moet je deze werelden met elkaar vervlechten.

Als knowmad kom je deze twee werelden regelmatig tegen. Ofwel in jezelf, ofwel in de omgeving waarin je werkt. Je wilt een stap zetten, maar het is lastig om het oude, vertrouwde los te laten.

We vroegen de deelnemers aan de MOOC naar oud-nieuw voorbeelden uit hun praktijk. Hier een collage:

Persoonlijke ‘oud-nieuw’s

  • In gesprekken met collega’s ben jij de grote voorstander van meer online werken. Jij bent altijd degene die ervoor pleit om meer online te werken. Die voor meer gebruik van technologie in het werk is. Die voorstelt om eens te experimenteren met een nieuwe tool. Maar soms twijfel je eraan of al die technologie wel echt zo goed is. Gaat het niet ten koste van echt contact? Leidt het niet vooral af?  Is het niet slecht voor ons brein? Ontleren we niet om iets met aandacht en focus te doen?
  • Deze blog print je liever even uit. Voor je gevoel leest dat net iets beter.
  • Een paar collega’s zitten met een iPad in het overleg. Jij niet. Je hebt toch het gevoel dat ze hun mail aan het lezen zijn. En je betrapt jezelf erop dat je dat eigenlijk niet oké vindt.
  • Je zou jezelf als professional absoluut omschrijven als leergierig. Als iemand die nieuwe wegen inslaat, experimenteert, fouten durft te maken. Maar als het in het werk druk is, of als je iets moet doen wat een beetje spannend is, dan merk je toch dat je terugvalt op bekende wegen.

‘Oud-nieuw’s in je omgeving

  • De organisatie gaat sterk inzetten op zelfsturende teams. Met daarbij een veranderproces om medewerkers te begeleiden. Alleen lukt het de directeur en managers niet om los te laten, ruimte te geven, te begeleiden in plaats van te sturen.
  • Je zoekt een plek om te werken. Je ziet een lege tafel in de flexruimte, maar als je wilt gaan zitten zegt een collega: “Nee, die plek is al bezet. Dit is de vaste flexplek van Peter.”
  • Een organisatie schrijft in haar jaarplan dat ze groot belang hecht aan collectief en informeel leren. In de praktijk blijkt er nauwelijks ruimte voor leren, want medewerkers moeten 90 procent van de tijd productief zijn.
  • De organisatie zet in op het nieuwe werken, maar ondertussen is er zo’n sterke firewall. Het is bijna onmogelijk om een tool te gebruiken om online mee samen te werken.
  • Door het management is een online toolset geïntroduceerd om daarmee het nieuwe werken te stimuleren. Op de werkvloer heerst echter een sfeer van: ‘al die collega’s die maar op Twitter en Facebook zitten, moeten die niet gewoon aan het werk?’
  • Continu leren wordt sterk gepromoot, maar de beschikbare laptops hebben geen geluidskaart.

Wat herken jij?

En de hamvraag natuurlijk: hoe ga je hier als knowmad mee om?

Wat helpt bij het nemen van deze hordes?

Ik vond het waardevol om hier eens over na te denken. Om in het begrippenkader van Leike en Jaap te blijven: hoe kunnen we de werkelijke en de wenselijke wereld met elkaar vervlechten? Als knowmad kom je er voor jezelf waarschijnlijk nog wel uit. Maar hoe krijg je ook anderen in die wenselijke wereld? Een paar suggesties.

Gebruik je mogelijkheidszin. Wat schijnt te werken is dat je mensen iets nieuws biedt dat lijkt op wat ze kennen. Dat vergemakkelijkt het ‘adopteren’ van het nieuwe. Een mooi voorbeeld daarvan is de Teletekst-app. De interface was overbekend en werd met de komst van de eerste iPhone 1 op 1 overgezet naar een app. Het werd daardoor al snel één van de populaire i-Phone apps. Leike en Jaap spreken over mogelijkheidszin: de brug slaan tussen droom en daad. Je vertaalt de verandering zo dat je hem de werkelijke wereld binnenknutselt. Je verstoort het bestaande net genoeg om verandering teweeg te brengen, maar je maakt het niet groter dan nodig. En je maakt daarbij gebruik van je pragmatische vermogen om al pratend, experimenterend, knutselend en prutsend werkende praktijken te bouwen.

Laat anderen de wenselijke wereld doorleven. Hou het niet alleen bij woorden. We hebben maar al te vaak de neiging om nieuwe begrippen te introduceren om hiermee de nieuwe wenselijkheid te duiden. En dan gaan we er van uit dat iedereen een helder beeld heeft bij de invulling van zo’n begrip. Laat staan dat ze snappen, voelen, weten hoe daarin te participeren. Wellicht komt hier een vorm van serious gaming of gamification van pas?

Ontwikkel een ‘knowmad-scan’. Hoe ziet de wenselijke wereld eruit? Formuleer vervolgens vanuit dit beeld een aantal criteria die samen een scan of thermometer vormen. Denk bijvoorbeeld eens door op innoveren, afkijken, hardop werken, netwerken. Vervolgens kun je eens per maand met elkaar de scan invullen, als vertrekpunt voor gesprek over knowmadisch werken.

Maak zo nu en dan een progressiecirkel. Een fantastische methode om geboekte vooruitgang in beeld te brengen. Theo Visser heeft hem hier heel helder beschreven. We hebben als mens de neiging om progressie (een waardevol online gesprek op Yammer) heel snel normaal te vinden. De vooruitgang valt ons dan niet tot nauwelijks op. Knowmadisch werken is een continu proces dat ook tijd vergt. Als je eigenlijk geen reactie krijgt op die blog die je met veel zwoegen hebt geschreven, dan kan je het gevoel krijgen dat je niets bereikt. Juist dan helpt de progressiecirkel om toch, met elkaar, zichtbaar te maken wat gezette stappen zijn.

Laten we nu nog even kijken naar de situatie van Anja, waar ik deze blog mee begon. Wat zou zij kunnen doen? Ik zou het maken van een knowmad-scan aanraden. Zo’n scan maken vereist dat je met elkaar helder hebt hoe het nieuwe werken er uitziet. Wat daarin belangrijke principes zijn, spelregels, afspraken. En hoe deze principes heel concreet vorm kunnen krijgen in het werk. Nu kunnen er natuurlijk allerlei andere factoren meespelen waardoor gesprek en explicitering geen soelaas bieden. Misschien past de organisatie dan toch niet bij Anja?

 

Meer lezen? Ook verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

  1. De expertise van dokters vs internet. Over de invloed van online op de rol die kennis en expertise speelt in ons werk.
  2. Hoe werkt het in de praktijk? Een verkenning van knowmadisch werken, toegepast in de praktijk van organisaties en netwerken.
  3. Zonder gist geen pizza, zonder technologie geen knowmad. Over vaardigheden die je nodig hebt om knowmadisch te werken.
  4. Een wereld vol knowmads in 2020. The future is here!
  5. Knowmadisch werken in je organisatie stimuleren

 

Comments

Leave a comment

name*

email* (not published)

website

Subscribe without commenting