Ning, één van de grootste community-platforms, heft zijn gratis accounts op In het vervolg moet iedereen die een netwerk via Ning wil oprichten of in stand houden, betalen.

Ook wij maken veelvuldig gebruik van Ning. Voor onze workshops, voor onze eigen netwerken en voor onze klanten. Het is, was dus, een goed uitgeruste dienst waar je snel en gratis een website kon inrichten gericht op het uitwisselen van groepen. Ning blijft, maar het gratis verdwijnt.

Veel Ning-gebruikers zijn nu op zoek naar alternatieven, hun sites aan het migreren en zijn, misschien wel voor het eerst geconfronteerd met de consequenties van ‘gratis’. Even voor de duidelijkheid, ik ben niet kritisch over de beslissing van Ning. Er staan mensen op de loonlijst, dus ze zullen op zoek moeten naar een bedrijfsmodel waarbij de balans links en rechts van de streep in evenwicht is. Ning geeft gebruikers de mogelijk hele sites te migreren, zodat ze elders verder kunnen als ze besluiten niet voor een account te betalen en voor sommige reeds betalende gebruikers wordt het zelfs goedkoper. Het is voor Ning een schiftingsmethode: welke klanten zijn bereid in ons te investeren, zodat we onze dienst voort kunnen zetten en verbeteren. De basiskosten liggen laag, dus groepen die hun community serieus nemen, zijn bereid die investering te doen. Anderen, die zichzelf ook serieus nemen, maar geen financiering hebben of kunnen vinden, gaan op zoek naar andere diensten waar het wel (nog) gratis is en de rest, de rest verdwijnt van het web. Het kaf van het koren wordt gescheiden.

Het zette me wel aan het denken. Achter de schermen zijn we aan het bedenken hoe we een community op kunnen zetten om het thema Online Faciliteren. In eerste instantie heb ik een Ning ingericht, maar waren door drukke werkzaamheden nog niet begonnen aan het trekken van de kar. Nu hebben we besloten niet online, maar eerst face-to-face een bijeenkomst te plannen en te zien wie op het thema blijft ‘plakken’. Een eerste stap naar meer mensen betrekken bij het onderwerp.

Tegelijkertijd zullen we binnenkort behoefte hebben aan een plek waar we online kunnen uitwisselen. Onderling en met anderen. Zijn we bereid te betalen voor de Ning? Ik heb in de bestaande Ning het uiterlijk aan kunnen passen aan de stijl van deze website. In het nieuwe betaalmodel van Ning moeten we daar minstens $20 per maand voor betalen. Is het dat ons waard? Voor iets waar we van tevoren nog niet weten of het ons gaat lukken? Stel dat we genoegen nemen met het instapmodel, $3 per maand. Als het ons lukt er een serieuze community van te maken, willen we er op een zeker moment ook een serieus platform bij. De kosten vertienvoudigen dan bij Ning zelf, van $20 per jaar naar $200. Voor een community waar kennis uitgewisseld wordt, geen geld. Het is geen wereldschokkend bedrag, maar er staan geen inkomsten tegenover. Wie investeert dan die $200? Ik denk dat veel communities bij Ning die vraag nu zullen stellen.

Voor ons is het goedkoper om over te schakelen naar een ‘host het jezelf’-scenario. We hebben al een goede hoster en een domeinnaam, het enige wat we hoeven te doen is een open source-community platform te installeren en we kunnen los. Maar dat is weer meer werk. Installeren, leuk aankleden en de juiste functionaliteit erbij zoeken. Gelukkig heb ik de kennis om dit te doen, maar niet iedere groep heeft iemand die handig is met dit soort dingen. Wat doen die groepen dan? De boel inpakken en op zoek naar de volgende gratis dienst? Tot die ook weer opdoekt? Voor een online community is stabiliteit gedurende langere tijd wel wenselijk, anders haken mensen af. Ze weten de groep niet meer te vinden, worden moe van weer een nieuwe omgeving leren kennen terwijl ze eigenlijk het liefst alleen met de inhoud bezig zijn.

Als je van plan bent een online community te starten, neem dan een weloverwogen beslissing over het omarmen van gratis diensten online. Het is een laagdrempelige start, maar weet wat de consequenties kunnen zijn op de lange termijn. De meeste zekerheid krijg je door een platform op je eigen domein te installeren, dat vergt alleen wel dat je mensen binnen je groep hebt die weten hoe je het installeert en onderhoudt en daar ook bereid zijn tijd in te steken.

Maar ja, ook dan geldt: niets is voor de eeuwigheid 😉