Navigate / search

kip of ei – tool of didactiek

Sommige docenten beginnen hun eigen zoektocht om sociale media te koppelen aan leren in de klas. Anderen laten zich graag eerst eens inspireren door goede voorbeelden van collega’s. Weer anderen zien vooralsnog vooral de negatieve zijde van sociale media: cyberpesten, negatieve berichtgeving over de school, verstoring van les. Het gevoel ‘iets te moeten en willen met sociale media’ overheerst echter wel. In de afgelopen paar maanden hebben we zo verschillende keren kunnen werken met docenten van ROCs.

Een poll in de les met Kahoot om begrip van de lesstof te toetsen. Een interactieve powerpoint met Nearpod om tijdens de presentatie ook de interactie te bevorderen. En een Padlet waar leerlingen goede links verzamelen over het thema dat in de komende les centraal staat. Social media zouden vervlochten moeten zijn met het onderwijs. Naast leren omgaan met handige online tools is het ook van belang dat docenten online toepassingen kunnen bedenken en ontwerpen die bijdragen aan een krachtige, contextrijke leeromgeving.

Van tool naar lesontwerp

Veel docentendagen omtrent het gebruik van sociale media richten zich op tools: Mentimeter, TodaysMeet, Nearpod, Kahoot, EdPuzzle. Noem het maar! De tools op zich zijn vaak overzichtelijk, makkelijk in gebruik. De kip? De kunst is het bedenken van een goede toepassing, het ei? Hoe kom je tot een lesontwerp waarbij sociale media als hulpmiddel dienen om je didactische doelstelling te behalen?

Leerlingen vragen zich op de komende les voor te bereiden door een video te bekijken en daar hun vragen al bij te formuleren;

 

Een digitaal spreekuur op woensdagavond, een paar dagen voor de wiskundetoets. Op een discussieplatform waar leerlingen ook elkaar kunnen helpen.

 

In kleine samenstelling werken leerlingen aan een quiz over de lesstof. In de les maken ze elkaars quiz en bespreken ze de vragen en antwoorden.

Waar begin je: tools of didactiek?

Wanneer het gebruik van sociale media wat is ‘aangeplakt’ aan de bestaande lesopzet, dan hebben leerlingen dat snel door. De tool kan een doel op zich worden en minder het middel om iets te bereiken. Hier ligt de kracht van een didactisch model: geïntegreerd ontwerpen van een lesopzet met verscheidende elementen (e.g. online leren, groepswerk, persoonlijke leerlijn). Het TPACK model is hier een goed voorbeeld van, maar er zijn meer modellen die ondersteunend zijn bij het ontwerpen van online of ‘blended’ leren.

Absorb – Do – Connecteen model ontwikkeld door William Horton om te stimuleren dat online leren een sterke verbinding maakt met toepassing in de werkpraktijk.

Het ARCS model van John Keller, dat vier factoren beschrijft die kunnen bijdragen aan het werken met gemotiveerde deelnemers: Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction.

Het 3P Learning Model richt zich op het stimuleren van sociaal leren, waarbij de drie P’s staan voor Participation. Personalization en Knowledge Pull.

Ik geloof er wel in dat je zowel bij de tool als bij de didactiek kunt beginnen. In die zin is er geen antwoord te geven op de kip-ei vraag. Wel merk ik dat ik in mijn aanpak steeds vaker begin bij de didactiek, de behoefte die je hebt om je lessen te versterken, de meerwaarde die je ziet met online toevoeging. Om vervolgens te kijken naar de tools die er zijn, en de tools die hier geschikt voor zijn. Op die manier vinden de tools gelijk een soort ‘plek’ in die praktijk.

Inspiratiebronnen: 5 x 5 filmfestival

Nog geen gebruik maken van sociale media in de les heeft vaak ook te maken met onbekendheid: wat kan de meerwaarde zijn, wat zijn succesfactoren, waar moet ik aan denken, hoe betrek ik leerlingen? Er is een veelheid aan bronnen en bloggers beschikbaar op het web. Toch heb ik het gevoel dat slechts een bepaald deel van de docenten deze bronnen al makkelijk weet te vinden. Bij een van de ROC’s hebben we geëxperimenteerd met een passende vorm om docenten in de mood te brengen en te verleiden na te gaan denken over meerwaarde en mogelijke toepassing: het 5 x 5 filmfestival.

In de aanloop naar ‘de dag van de digitale didactiek’ hebben we de docenten in anderhalve week tijd om de dag een filmpje aangeboden ter inspiratie. Vijf keer een filmpje van vijf minuten. Met bij elk filmpje een vorm om met elkaar al wat van gedachten te wisselen. Hier kun je de omgeving bekijken die we daartoe hebben ingericht.

En nu?

Als het je lukt om docenten te enthousiasmeren en de waarde van ‘online’ in te zien, dan komt de volgende fase… het daadwerkelijk gaan gebruiken in het werk. De volgende dag dient het dagelijkse werk zich weer aan. Docenten hebben over het algemeen een volle agenda, en experimenteren en herontwerpen behoren al snel tot de avonduren. Wat zijn geschikte vormen om de toepassing in de praktijk te stimuleren en ondersteunen? Een paar ideeën:

  • Een groep docenten die er voor voelt om te experimenteren met ‘een tool per maand’;
  • De oogst uit de praktijk delen op een online platform (blog) of na een bepaalde periode verzamelen en delen op een docentendag en/of in een boekje;
  • Werken met een klein groepje docenten die als taak hebben om een keer per maand een ervaring op te halen uit de praktijk. Om deze vervolgens te vangen in een video of blogverhaal.
  • Een vak of lessenreeks echt gaan herontwerpen, waarbij je met behulp van een ontwerpmodel een nieuwe slag gaat maken: hoe verbindt je online aan vakinhoud en didactiek?
  • Experts of digi-coaches beschikbaar die vlot kunnen ondersteunen bij technische en toepassingsvragen.

Zelf vind ik deze ideeën elkaar met name aanvullen, waarbij ik sterk geloof in de kracht van herontwerpen. Ruimte en stimulans vanuit de organisatie om tot een herontwerp te komen. Daar in een bepaalde tijdsperiode aan werken, met betrokkenheid van meerdere docenten. De nieuwe vorm goed communiceren naar leerlingen om op die manier de start van het betreffende vak al anders neer te zetten. Tussendoor experimenteren met tools en leuke ideeën uitwisselen en succeservaringen opdoen. En als organisatie daarover blijven communiceren zodat andere docenten op de hoogte bijven, ook geïnspireerd raken en kunnen aanhaken als ze belangstelling krijgen. De kracht van de waterdruppel!

Hoe zit het hierbij met de kip en het ei? Gebruik het vooral als metafoor en reflectie op de aanpak die je voor ogen hebt. Beiden hebben aandacht nodig 🙂 Waarbij ik van mening ben dat de eieren uiteindelijk belangrijker zijn. Het kan uitstekend werken om een zestal verschillende sociale media tools in de vingers te hebben, om vervolgens je aandacht te richten op de nieuwe kunst van de digitale didactiek: hoe ontwerp en begeleid ik het gebruik van online leren in de les? Zonder eieren hebben we straks geen kippen meer…

Hoe werkt het kip en ei verhaal in jouw praktijk en aanpak?

Hoe werkt deze puzzel? Ontwerpprincipes als kader bij online leren.

Principes geven ons richting en houvast. Ze voorkomen dat we gaan zwemmen. En ze geven ons ruimte voor creativiteit en vernieuwing. Je maakt er impliciet gebruik van, normaal gesproken denk je niet zo expliciet na over je eigen principes. Het denken in principes kan echter een heel krachtige manier zijn om een ontwerp richting en vorm te geven. Zeker bij samen ontwerpen kan het een kader of leidraad bieden waar je je samen aan wilt houden.

Ik las net de blog ‘Pim-Pam-Petten met ontwerpprincipes‘ van Mariel Rondeel. Prachtig hoe uit hun experiment naar voren komt dat principes bepalen hoe een ontwerp er uiteindelijk uitziet. En dat je invloed hebt op de principes die je hanteert. Mits je je bewust bent van de principes waar je in gelooft! Ga je vanuit een ‘gap-benadering’ ontwerpen, dan komt je tot een andere aanpak, dan wanneer je uitgaat van het ontwikkelen van talenten.

Wat zijn principes waar ik in geloof en die ik hanteer bij het ontwerpen van online en blended leren? Om deze principes te expliciteren werkt het voor mij om een concreet voorbeeld te nemen: de leergang ‘Leren en Veranderen met Nieuwe Media‘.

1. Leren start bij persoonlijke energie

Mijn aanname is dat mensen in beweging komen als ze energie voelen om ergens aan te gaan werken. Omdat ze ergens door geraakt zijn, persoonlijk betrokken zijn, iets voor elkaar willen krijgen wat zij van waarde en betekenis vinden. In essentie hebben we allemaal een bepaalde nieuwsgierigheid, de wil om iets te leren, onder de knie te krijgen.

Wat is jouw vraag, focus? Wat wil jij voor elkaar krijgen? Online leent zich uitstekend voor het expliciteren van deze persoonlijke ambities (in foto’s, tekst, met een illustratieve video). Hierover onderling uitwisselen zorgt vaak voor eerste verbindingslijntjes (‘dat herken ik’), en vragen van anderen helpen je beeld aanscherpen.

2. Online leren heeft verleiding nodig

Hoe zorg je dat mensen er ‘in’ stappen? Om een nieuwe, lastige situatie in je werk kun je wellicht niet heen. En een leerzame ontmoeting met een paar collega’s dient zich vaker aan. Hoe verleid je mensen om naar de online plek te gaan? Dan moet het daar interessant, uitnodigend, bijzonder, waardevol, leuk zijn. Boeiende inhoud, verrassende vragen, interessante mensen. Een ontmoetingsplek. Een plek waar je met een kleine bijdrage al meedoet. Een ‘plek der moeite’?

De kunst is uit te vinden hoe dit er voor de mensen uitziet met wie je gaat werken. Wat spreekt het aan? Wat willen zij graag tegenkomen? Is dat een gedegen wetenschappelijk artikel? Een goed gevulde bibliotheek? Of een paar makkelijke manieren om met anderen in contact te komen? Een experiment waar je zo aan kunt beginnen?

3. Online leren gaat over verbinden

We zoeken allemaal naar verbinding. Leren is een sociaal proces. En er zit heel veel diversiteit in een groep mensen. Diversiteit in aanpak, in expertise, in leerstijl. Online leren leent zich uitstekend voor het benutten van die diversiteit. Hier is echter wel een bepaalde sfeer van vertrouwen en veiligheid voor nodig. Zorg ervoor dat mensen elkaar online leren kennen. Laat ze persoonlijke ervaringen uitwisselen. Biedt ze de gelegenheid om al in het begin samen iets te beleven.

In het eerste online blok van een leergang krijgen deelnemers in kleine groepen de vraag om een social media tool te kiezen waar ze nieuwsgierig naar zijn. Om deze tool vervolgens zo onder de knie te krijgen dat ze andere groepen er iets over kunnen vertellen. Men gaat contact zoeken, experimenteren, van gedachten wisselen om uiteindelijk met een klein eindproduct te komen.

4. Online leren: ‘elkaar verder helpen’

Anderen helpen je verder. Hoe waardevol is het om feedback te ontvangen van mensen in wie jij gelooft dat ze je verder kunnen helpen? Online leent zicht uitstekend voor het zichtbaar maken van stappen en vorderingen in je leerproces. Je kunt heel gericht anderen uitnodigen om daar stukjes in mee te maken, met je mee te lopen, je te voorzien van reactie.

Het werkt bijvoorbeeld heel krachtig om mensen gedurende een langer leertraject te laten bloggen over toepassing in de praktijk: een casus, een project, een onderzoek. Wat kom je tegen, wat heb je geprobeerd, wat zijn kleine successen, wat is een waardevol inzicht, wat zijn belangrijke vragen waar je voor staat? Voor collega-deelnemers een prachtige manier om je leerproces te volgen en met je mee te denken en voelen gedurende het proces.

5. Online leren is samen uitvinden en maken

Online kun je een groot beroep doen op het vermogen van ons mensen om zelf te zoeken, te verkennen, te combineren en iets moois te maken. Online heb je het hele internet en al je netwerken binnen handbereik! Laten we dat benutten. Want wat een rijkdom. Daar komt bij dat het energie geeft om met elkaar iets te maken. Onze expertise bundelen en het exploreren en verkennen omzetten in iets ‘tastbaars’.

Denk eens aan de volgende vorm: je reikt deelnemers een casus aan en een aantal ontwerpbenaderingen. De vraag aan de deelnemers is om 1 ontwerpbenadering te kiezen en daarmee voor de casus een ontwerp te maken. Ze dienen eerst online op zoek te gaan naar achtergrondinformatie over de ontwerpbenadering (waarbij je ze een paar goede vertrekpunten kunt aanbieden), om uiteindelijk te komen met een visuele ontwerp wat aan andere groepjes getoond kan worden.

Zo. Die staan.

Fijn dat ik deze vijf principes wat explicieter heb kunnen maken. Want dat heeft het schrijven van deze blog me in ieder geval al opgeleverd: meer zicht op het raamwerk dat ik toch grotendeels impliciet hanteer. Ik heb overigens nog een paar principes te beschrijven, maar dat komt in een volgend blog. Ik ben benieuwd of het lezen van deze blog jou ook aan het denken heeft gezet over principes? Wat is 1 principe die voor jou belangrijk is bij het ontwerpen van online leren? Ik ben heel benieuwd!