Navigate / search

Hoe zorg je voor een geweldig webinar? Creëer momentum!

Hoe start je een webinar zo dat deelnemers gelijk op het puntje van hun stoel zitten?
Hoe hou je deelnemers actief tijdens het webinar?
En hoe help je een spreker zich zo op zijn gemak te voelen, dat hij een sprankelende bijdrage kan leveren?

Dit zijn vast bekende vragen voor je, als je een webinar voorbereidt en faciliteert. Wij hebben in de afgelopen jaren flink wat ervaring opgebouwd met het faciliteren van webinars, maar Donald Taylor spant wat dat betreft de kroon! Reden om hem eens uit te nodigen in onze webinarreeks met internationale professionals. Natuurlijk omdat we nieuwsgierig waren naar zijn verhaal, maar we wilden hem ook graag eens in een webinar aan het werk zien 🙂 In deze blog lees je zijn tips met daarbij input en reacties van deelnemers aan dit webinar.

Hoe maak je een energieke start?

  • Zorg voor een energieke start. Maak hierbij zowel gebruik van beeld als tekst. De ene deelnemer is visueel ingesteld, de ander is meer gericht op tekst.

  • Creëer momentum (vertaald ‘stuwkracht’). Dit kun je doen daar deelnemers voor aanvang van het webinar al iets te laten doen, horen, zien. Zo vroeg Donald ons om een podcast te beluisteren. En vervolgens voor onszelf te bedenken wat ingrediënten zijn van een slecht en een goed webinar. In de eerste minuut van het webinar hebben we deze ingrediënten op een whiteboard met elkaar gedeeld.
  • Geef de deelnemers een helder routeplan: wat is het doel en welke stappen gaan we zetten.

Verder dachten we nog aan: interactie, visuele slides, gebruik van whiteboard en polls, goede inhoud, praktische voorbeelden, nieuwe ideeën, samenwerken, goed werkende technologie en een groep die vragen stelt.

 

Oke, je bent van start… Hoe zorg je er nu voor dat deelnemers betrokken blijven?

  • Dit kan met zogenaamde ‘low threshold activities‘. Donald heeft een klein onderzoek gedaan waaruit duidelijk wordt hoe krachtig het werkt om vragen te stellen. Bij elke vraag neemt de betrokkenheid weer even toe. Zie de afbeelding hiernaast.

  • De kunst is wel om goede vragen te stellen. Vragen die concreet zijn en open. Vragen waar je niet heel lang over na hoeft te denken als deelnemer. En vragen die het onderwerp op een bepaalde manier persoonlijk maken. Bekijk deze verschillen maar eens: Hoe zou jij de waarde van leren evalueren? Hoe evalueer jij de waarde van leren? Hoe evalueer jij de impact van jouw leertrajecten?

Rol als facilitator: 80% in de voorbereiding, 20% tijdens het webinar

Krijg jij ook wel de vraag van een spreker of je tijdens het webinar naast hem of haar komt zitten?
Vaak is het voor een spreker de eerste keer in een webinar. En dat kan best spannend zijn.

Heb ik wel genoeg verhaal? Hoe weet ik wat de deelnemers ervan vinden? Ik ben wel van de interactie, en hoe krijg ik dat in zo’n webinar voor elkaar? Gaat het wel goed met die techniek?

Naast het sterke verhaal en heldere slides, kun je je in de voorbereiding op nog twee andere elementen richten als facilitator:

  1. Help de spreker zich zo sterk te voelen dat hij zijn verhaal kan vertellen vanuit ‘authentiek enthousiasme‘. Daar kan je in helpen door een spreker in zijn kracht te zetten. Waardeer hem of haar voor zijn expertise. Oefen het verhaal, inclusief slides en vragen. Zo dat de spreker het gevoel heeft over dat deel controle te hebben.
  2. En sta stil bij stemgebruik en geef daar desgewenst feedback op. Wat is hierin belangrijk? Een brainstorm in het webinar heeft de volgende ingrediënten opgeleverd:

 

En als laatste: test en zorg voor back-up

We noemden optimale techniek al als een belangrijke randvoorwaarde voor een wervelend webinar. Hier ligt voor jou als facilitator toch een belangrijke taak. Test alles goed uit van tevoren. Maar zorg ook voor back-up. Donald werkt bij elk webinar met twee verschillende internetverbindingen en drie devices. Ikzelf met alles 1 minder. Maar denk goed door hoe je het webinar door kunt laten gaan als de verbinding van jou als host wegvalt. Of van die van de spreker. Dat ook in orde? Dan ben je ‘all set’!

 

Hoe werkt deze puzzel? Ontwerpprincipes als kader bij online leren.

Principes geven ons richting en houvast. Ze voorkomen dat we gaan zwemmen. En ze geven ons ruimte voor creativiteit en vernieuwing. Je maakt er impliciet gebruik van, normaal gesproken denk je niet zo expliciet na over je eigen principes. Het denken in principes kan echter een heel krachtige manier zijn om een ontwerp richting en vorm te geven. Zeker bij samen ontwerpen kan het een kader of leidraad bieden waar je je samen aan wilt houden.

Ik las net de blog ‘Pim-Pam-Petten met ontwerpprincipes‘ van Mariel Rondeel. Prachtig hoe uit hun experiment naar voren komt dat principes bepalen hoe een ontwerp er uiteindelijk uitziet. En dat je invloed hebt op de principes die je hanteert. Mits je je bewust bent van de principes waar je in gelooft! Ga je vanuit een ‘gap-benadering’ ontwerpen, dan komt je tot een andere aanpak, dan wanneer je uitgaat van het ontwikkelen van talenten.

Wat zijn principes waar ik in geloof en die ik hanteer bij het ontwerpen van online en blended leren? Om deze principes te expliciteren werkt het voor mij om een concreet voorbeeld te nemen: de leergang ‘Leren en Veranderen met Nieuwe Media‘.

1. Leren start bij persoonlijke energie

Mijn aanname is dat mensen in beweging komen als ze energie voelen om ergens aan te gaan werken. Omdat ze ergens door geraakt zijn, persoonlijk betrokken zijn, iets voor elkaar willen krijgen wat zij van waarde en betekenis vinden. In essentie hebben we allemaal een bepaalde nieuwsgierigheid, de wil om iets te leren, onder de knie te krijgen.

Wat is jouw vraag, focus? Wat wil jij voor elkaar krijgen? Online leent zich uitstekend voor het expliciteren van deze persoonlijke ambities (in foto’s, tekst, met een illustratieve video). Hierover onderling uitwisselen zorgt vaak voor eerste verbindingslijntjes (‘dat herken ik’), en vragen van anderen helpen je beeld aanscherpen.

2. Online leren heeft verleiding nodig

Hoe zorg je dat mensen er ‘in’ stappen? Om een nieuwe, lastige situatie in je werk kun je wellicht niet heen. En een leerzame ontmoeting met een paar collega’s dient zich vaker aan. Hoe verleid je mensen om naar de online plek te gaan? Dan moet het daar interessant, uitnodigend, bijzonder, waardevol, leuk zijn. Boeiende inhoud, verrassende vragen, interessante mensen. Een ontmoetingsplek. Een plek waar je met een kleine bijdrage al meedoet. Een ‘plek der moeite’?

De kunst is uit te vinden hoe dit er voor de mensen uitziet met wie je gaat werken. Wat spreekt het aan? Wat willen zij graag tegenkomen? Is dat een gedegen wetenschappelijk artikel? Een goed gevulde bibliotheek? Of een paar makkelijke manieren om met anderen in contact te komen? Een experiment waar je zo aan kunt beginnen?

3. Online leren gaat over verbinden

We zoeken allemaal naar verbinding. Leren is een sociaal proces. En er zit heel veel diversiteit in een groep mensen. Diversiteit in aanpak, in expertise, in leerstijl. Online leren leent zich uitstekend voor het benutten van die diversiteit. Hier is echter wel een bepaalde sfeer van vertrouwen en veiligheid voor nodig. Zorg ervoor dat mensen elkaar online leren kennen. Laat ze persoonlijke ervaringen uitwisselen. Biedt ze de gelegenheid om al in het begin samen iets te beleven.

In het eerste online blok van een leergang krijgen deelnemers in kleine groepen de vraag om een social media tool te kiezen waar ze nieuwsgierig naar zijn. Om deze tool vervolgens zo onder de knie te krijgen dat ze andere groepen er iets over kunnen vertellen. Men gaat contact zoeken, experimenteren, van gedachten wisselen om uiteindelijk met een klein eindproduct te komen.

4. Online leren: ‘elkaar verder helpen’

Anderen helpen je verder. Hoe waardevol is het om feedback te ontvangen van mensen in wie jij gelooft dat ze je verder kunnen helpen? Online leent zicht uitstekend voor het zichtbaar maken van stappen en vorderingen in je leerproces. Je kunt heel gericht anderen uitnodigen om daar stukjes in mee te maken, met je mee te lopen, je te voorzien van reactie.

Het werkt bijvoorbeeld heel krachtig om mensen gedurende een langer leertraject te laten bloggen over toepassing in de praktijk: een casus, een project, een onderzoek. Wat kom je tegen, wat heb je geprobeerd, wat zijn kleine successen, wat is een waardevol inzicht, wat zijn belangrijke vragen waar je voor staat? Voor collega-deelnemers een prachtige manier om je leerproces te volgen en met je mee te denken en voelen gedurende het proces.

5. Online leren is samen uitvinden en maken

Online kun je een groot beroep doen op het vermogen van ons mensen om zelf te zoeken, te verkennen, te combineren en iets moois te maken. Online heb je het hele internet en al je netwerken binnen handbereik! Laten we dat benutten. Want wat een rijkdom. Daar komt bij dat het energie geeft om met elkaar iets te maken. Onze expertise bundelen en het exploreren en verkennen omzetten in iets ‘tastbaars’.

Denk eens aan de volgende vorm: je reikt deelnemers een casus aan en een aantal ontwerpbenaderingen. De vraag aan de deelnemers is om 1 ontwerpbenadering te kiezen en daarmee voor de casus een ontwerp te maken. Ze dienen eerst online op zoek te gaan naar achtergrondinformatie over de ontwerpbenadering (waarbij je ze een paar goede vertrekpunten kunt aanbieden), om uiteindelijk te komen met een visuele ontwerp wat aan andere groepjes getoond kan worden.

Zo. Die staan.

Fijn dat ik deze vijf principes wat explicieter heb kunnen maken. Want dat heeft het schrijven van deze blog me in ieder geval al opgeleverd: meer zicht op het raamwerk dat ik toch grotendeels impliciet hanteer. Ik heb overigens nog een paar principes te beschrijven, maar dat komt in een volgend blog. Ik ben benieuwd of het lezen van deze blog jou ook aan het denken heeft gezet over principes? Wat is 1 principe die voor jou belangrijk is bij het ontwerpen van online leren? Ik ben heel benieuwd!

Online activiteiten in aanloop naar een workshop of training

We hebben een goede klassikale cursus, maar we willen meer online. Hoe kunnen we in aanloop naar de face-to-face bijeenkomst al online aan de slag zodat dit onze workshop of training sterker maakt? Wat zijn mogelijke online activiteiten? Wat kunnen we al doen?

Deze vraag krijg ik regelmatig. Aan wat voor online activiteiten kan ik denken? Een goede vraag, want onze ervaring is dat een online aanloop een workshop of training echt sterker kan maken. Soms omdat deelnemers elkaar al een beetje leren kennen, of omdat het je als trainer al zicht geeft op de ervaring en leerwensen van deelnemers. Maar je kunt ook een activiteit uit de workshop naar voren halen. Die brainstorm kunnen deelnemers online wellicht al doen. Ze kunnen zich online al wat verdiepen in het thema dat straks centraal staat. Of je laat ze naar een video kijken waar de presentatie van de expert die in de workshop aanwezig is al op te zien is. Welke vragen roept dit op? Ik wil hier ook mee laten zien dat er zoveel meer mogelijk is dan deelnemers dat artikel of die video laten bekijken.

Ik heb de verschillende activiteiten geclusterd in zes aandachtsgebieden: (1) kennismaken, (2) iets nieuws tot je nemen, (3) brainstormen, (4) reflecteren, (5) onderzoek doen) en (6) experimenteren. Afhankelijk van dat wat je online wilt stimuleren, kun je kijken welke online activiteiten je aanspreken. Veel plezier!

Kennismaken

  • Stel jezelf voor… een online aanloop kun je bij uitstek gebruiken om deelnemers al kennis met elkaar te laten maken. Een eenvoudige discussie in een forum kan al voldoen (Wat is jouw eerste verbinding met Afrika?).
  • Of je nodigt mensen uit een foto te delen die iets over zichzelf vertelt.
  • Je kunt ook kennismaken op basis van reeds aanwezige ervaring, leervragen of wensen ten aanzien van de face-to-face bijeenkomst die er aan komt.

Iets nieuws tot je nemen: lezen, kijken, luisteren

  • Vraag deelnemers om een artikel te lezen, een video te bekijken of naar een podcast te luisteren. Geef ze een vraag mee, waar je in de workshop op terugkomt (Formuleer een stelling, wat zie jij als de 3 tips…)
  • Verzamel op een plek online bronnen die een introductie geven op het onderwerp van de komende workshop. Nodig deelnemers uit om twee of drie bronnen te bekijken en daar kort hun mening of schets van de kern aan toe te voegen.
  • Maak een video-opname van een presentatie van een expert die ook in de workshop aanwezig zal zijn. Laat deelnemers hier naar kijken en nodig ze uit om hun vragen naar aanleiding van deze video-presentatie in een forum te formuleren.
  • Stel voor om samen een quiz te maken over de te lezen artikelen. Als elke deelnemer 2 quizvragen maakt, heb je een leuke start van de workshop.

Brainstorm/ associatie/ verzamelen

  • Heb je in de workshop een brainstorm gepland, dan kun je die prima verplaatsen naar online. Nodig deelnemers uit hun 3 tot 5 belangrijkste associaties ten aanzien van ‘versterken organisatiecultuur’ te benoemen. Verzamel deze online zodat iedereen elkaars associaties ziet en daar al op door kan bouwen.
  • Laat deelnemers op zoek gaan naar iets, wat ze vervolgens delen met de andere deelnemers. Wat is jouw favoriete artikel of blog als het gaat om leiderschap? Welke afbeelding staat voor jou voor ‘lean’? Welke video gebruik jij veel in je training over aanspreken en feedback?
  • Nodig deelnemers uit om een half uurtje op het internet rond te kijken en waardevolle links te bewaren in een online bibliotheek. Op deze manier maak je de start met het aanleggen van een collectieve bibliotheek.

Reflecteren

  • Vraag deelnemers een concrete situatie uit hun praktijk te beschrijven waarin ze te maken hadden met … een voor hen stimulerende leidinggevende. Wat deed hij of zij? Wat maakte dat het voor jou stimulerend was?
  • Laat deelnemers een korte online test doen (zelf gemaakt of reeds beschikbaar) en vraag ze de uitslag van deze test te delen, tezamen met een eigen reflectie daarop.
  • Nodig deelnemers uit om een casus te beschrijven waar ze op dit moment aan werken, die ze in de komende workshop graag bespreken.

Onderzoek (in je praktijk)

  • Geef deelnemers de opdracht om 2 collega’s, vrienden, externen kort te interviewen over het onderwerp dat in de workshop centraal staat. Deel de kern van deze gesprekken online. Welke patronen, lijnen komen uit dit onderzoekje naar voren die waardevol zijn voor verdere bespreking?
  • Laat deelnemers kiezen uit 5 subthema’s en vraag ze zich in het gekozen thema te verdiepen. Wat kun je hierover online vinden? Deel de opbrengst van je onderzoekje met de anderen.
  • Vraag deelnemers gedurende een week foto’s te maken van iets in hun omgeving dat van waarde is voor de workshop. Deze foto’s kun je al online met elkaar delen en zelfs voorzien van een zin, statement, rating.

Experimenteren, maken

  • Laat deelnemers kiezen uit 3 modellen, tools, benaderingen en vraag ze daarmee te experimenteren. Tijdens de workshop nodig je de deelnemers (of groepjes deelnemers) uit om een korte presentatie van de opbrengst van hun experiment te geven.
  • Maak eens een analyse van je netwerk, een schets van de belangrijkste stakeholders in je project en deel dit online met de andere deelnemers. Wat valt je op? Overeenkomsten, verrassingen, welke vragen roept het op?
  • Leg deelnemers een casus voor. Dit kan een beschreven casus zijn, maar ook een kort filmpje. De vraag aan de deelnemers is hoe zij hierop zouden reageren? Verzamel de verschillende reacties en kom er in de workshop op terug.

 

 

Sterker door werken in groepen

In een eerdere blog schreef ik over manieren om in een online leerproces het (zelf)vertrouwen van deelnemers te bevorderen. Een van die manieren is deelnemers in kleine groepen laten samenwerken. Hier een zeer recente ervaring van mijzelf als deelnemer in een online leertraject! Ik neem op dit moment namelijk deel aan een MOOC over het ontwikkelen van blended learning, genaamd Carpe Diem. Het is een traject van zes weken en we zijn net aan de tweede week begonnen. Ik zit in het groepje ‘Pinguin 3’, wat potentieel 28 deelnemers heeft, maar tot nu toe ben ik er 6 online tegengekomen 🙂 En we hebben de opdracht gekregen om gezamenlijk een  leertraject te ontwikkelen. Tja, hoe pak je dat aan met een groep waarvan je eigenlijk niemand kent?

Kennismaken: wie zijn we?

In de eerste week hebben we online kennisgemaakt door iets over onszelf te laten zien. Grappig: de eerste begon met het delen van een foto van de omgeving waarin zij woont en die lijn volgen de andere deelnemers vervolgens ook. Social proof heet dit fenomeen. Als je het hebt over vertrouwen opbouwen, dan werkt het goed om iets aan een ingezette lijn toe te voegen.

Lees verder

Opbouwen van (zelf) vertrouwen online

Sociaal en gezamenlijk leren vereisen een bepaalde mate van (zelf)vertrouwen: je geeft jezelf toch enigszins bloot door die vraag voor te leggen. Hoe kun je dit vertrouwen online opbouwen? Kennisdelen en collectief leren vraagt om waardevolle en diepgaande discussies. Over het delen van die kennis die echt waardevol is voor collega’s. Over het voorleggen van die vraag waar je echt geen antwoord op hebt. Meer en meer zetten we nieuwe media in om processen van kennisdelen en informeel leren te ondersteunen. Een belangrijke factor in het succes hiervan ligt mijn inziens bij het geven of opbouwen van het vertrouwen van betrokkenen.

Met alleen het stellen van goede vragen bereik je geen kwalitatieve dialoog. Het vergt ook een bepaalde mate van vertrouwen bij de deelnemers om een reactie te ‘durven’ plaatsen. Zit de ander wel op mijn reactie te wachten? Ben ik wel de juiste persoon om hier antwoord op te geven? Ik ken degene die de vraag stelt helemaal niet…En dan komt mijn reactie zo zwart of wit te staan. Of interpreteert de ander mijn reactie wellicht heel anders dan bedoeld.

Lees verder

Training on the job via online leeromgeving

Ik werd regelmatig gevraagd of online leren ook iets is voor op medewerkers  op MBO niveau, tenslotte zitten MBO-ers minder vaak de hele dag achter een computer. Hierbij een interview met Johny Hoesen over online leren voor operators, veelal MBO niveau. Johny Hoesen werkt bij SCA Hygiene Products in Gennep, bekijk de locatiefilm  of de website. Zij produceren onder andere incontinentieproducten van het merk ‘Tena’, onderleggerproducten en wegwerpslabben. Hij is zelf in 1992 gestart als operator in ploegendienst. Na diverse omzwervingen binnen de organisatie is hij nu verantwoordelijk voor alles wat met trainen en opleiden heeft te maken.

Wat doet een operator bij jullie zoal?

De incontinentieproducten worden geproduceerd met hightech productiemachines van wel 60 meter lang. Een aantal machines bestaat uit 2 verdiepingen. Deze gevaartes moet je als productieteam zien te temmen. Sommige producten bestaan uit wel 15 verschillende grondstoffen. De grondstoffen worden de machine ingevoerd en er komt een eindproduct uit, 500 stuks per minuut. Een belangrijke taak van een operator is het uitvoeren van productcontroles, het ombouwen van de machine naar een ander productvariant, het verhelpen/oplossen van eerstelijns storingen en monitoren van de productie – het ‘proactief produceren’. Het is zeker geen lopende band werk. Iedere dag is weer anders.

De uitdaging van een operator is produceren van kwalitatief hoogwaardige incontinentieproducten met zo min mogelijke machine stops en afvalproducten. Als de machine na een stop wordt opgestart dan zijn de eerste 30 producten afval. Als het aantal machine stops afneemt neemt ook het aantal afvalproducten af. In de afgelopen 4 jaar is er op dit gebied een flinke doorbraak gecreëerd. Ongeveer 4 jaar geleden had je gemiddeld 35 machine stops in een dienst van 8 uur. Nu is dat gemiddeld 6 machine stops per dienst.

Hoe ondersteun je de operators bij het effectief leren?

De meeste operators zijn echt mannen van de praktijk. Leren op de werkplek door te doen en ervaren. De rode draad in dit leerproces is het 70 20 10 model van Charles Jennings waarbij de operator 70% op de werkplek leert door te doen, 20% leert van een coach/mentor/specialist en 10% door formeel te leren.

Op dit moment groeit de organisatie en stromen er regelmatig nieuwe operators binnen. Dit leerproces probeer ik steeds meer te sturen en ondersteunen vanuit onze online leeromgeving.

Hoe ondersteun je werkplekleren vanuit de online leeromgeving?  

Er zijn eigenlijk 4 manieren waarbij we het leerproces (bij de machine) vanuit de online leeromgeving ondersteunen.

1. Het inwerktraject voor nieuwe operators ‘training on the job’. Dit leerproces wordt gestuurd vanuit de online leeromgeving. Hierin staan opdrachten op verschillende gebieden klaar. De operator neemt de opdracht mee naar de machine en gaat daar op onderzoek uit. Hierbij worden zij ondersteunt door een mentor, ervaren operator. De operators zijn erg tevreden over de praktische opdrachten, dit merk je wel aan de opdrachten die ze inleveren. De operators vragen nooit  om traditionele training in een klaslokaal – het zijn geen zitters en willen liever niet in de schoolbanken!

2. Op dit moment gaan we het werkplekleren uitbreiden door gebruik van een tablet bij de machine. Dit is effectief, leuk maar ook noodzaak. Omdat wij met steeds minder operators aan de machine produceren ben je als operator steeds meer op jezelf aangewezen. Als je niet kunt terugvallen op je collega kan de operator instructievideo’s bekijken als voorbereiding op bepaalde werkzaamheden. Bijvoorbeeld als de operator een machineonderdeel moet ombouwen en hij weet niet precies hoe dat moet. Hij kan dan tijdens het bekijken van de instructievideo de ombouwvaardigheid uitvoeren. Per machine komt er een industriële tablet – dit is een robuuster apparaat.

3. Formeel leren doen we onder andere met behulp van E-Learning modules en e-toetsen. Collega’s loggen dan thuis in op de online leeromgeving en doorlopen een online training. Een ander voorbeeld is de veiligheidsfilm en toets die jaarlijks door iedereen herhaald moet worden. Ben je een binnen cao-er en is de duur van de online training langer dan een half uur dan wordt dit uitbetaald in uren of geld. Vroeger moest men hiervoor terugkomen of langer blijven– nu zeg je doe het thuis wanneer het jou uitkomt.

4. Soms koop ik trainingen in. Als het mogelijk is en de aanbieder gaat hierin mee dan probeer ik trainingen te combineren met de online leeromgeving. Dit doe ik dan in de vorm van een ‘Blended Learning’. Een mix van E-Learning, klassikale bijeenkomsten en praktijkopdrachten. Zo is er een training ‘Plannen en organiseren’ in deze vorm aangeboden. In de oude vorm kwamen operators 14 keer bij elkaar en was het vooral theoretisch. In de nieuwe vorm hebben we dit terug gebracht naar 5 bijeenkomsten en meer praktijkgericht. De deelnemers waren hierover zeer enthousiast.

Wie beheert de online omgeving en maakt de instructiefilmpjes?

Ik beheer de online leeromgeving, ontwikkel de E-Learning modules, toetsen,  film ik zelf en doe de montage van de instructievideo’s. We maken bewust geen gebruik van professionele videoproducties – het is te duur en je krijg niet precies wat je wilt. Een voordeel is dat ik zelf in productie heb gewerkt en me goed kan inleven in wat een operator nodig heeft. Bovendien moet een filmpje functioneel zijn en is professionaliteit bijzaak.

Wat is jouw advies voor anderen die met online (werkplek)leren binnen een organisatie aan de slag gaan?

Een ‘aantal’ belangrijke tips die ik mee kan geven zijn:

  • Zorg voor commitment vanuit alle lagen van de organisatie.
  • Zorg voor een gebruiksvriendelijke leeromgeving en houdt rekening met digibeten, het moet voor iedereen toegankelijk zijn.
  • Zorg voor een duidelijke, herkenbare structuur. Werk met vaste formats, lay-out en programma’s. Dan zien mensen dezelfde knoppen en raken eraan gewend. De leercurve om online te leren heb je dan maar 1 keer.
  • Gebruik alleen de middelen die nodig zijn, dus geen webinars gebruiken als je elkaar iedere dag of week ziet.

TIP: als je geen kennis hebt van bijvoorbeeld een Learning Management System, monteren van instructiefilms, bepaalde softwarepakketten om E-Learning modules te ontwikkelen enz. volg dan in ieder geval een (basis) cursus. Ik heb alles zelf uitgezocht – daar leer je veel van maar het kost heel veel tijd, bloed, zweet en tranen.

Wat zou je zeggen tegen mensen die denken dat je voor MBO niveau niet met online leren moet beginnen?

Ik ben het daar natuurlijk niet mee eens… De leertrajecten verlopen op dit moment succesvol. Deelnemers, over het algemeen MBO-ers, zijn enthousiast, leren snel en zijn sneller een speler binnen het team.

Structuur, structuur, structuur?

Dat heb ik in mijn hoofd bij het inrichten van een online leeromgeving voor een leergang. Ik heb nu meerdere malen van deelnemers aan een online leertraject gehoord dat ze de hoeveelheid nieuwe informatie overweldigend vinden, soms niet weten waar ze moeten beginnen en dat ze behoefte hebben aan structuur en richting. Online leren doet een groot beroep op zelfsturing en eigen initiatief. Vaak is de technologie al nieuw: hoe raak ik wegwijs in deze online omgeving, waar zie ik wie er nog meer online zijn, hoe start ik een discussie, waar vind ik die opdracht of dat document? Daar komt vervolgens de inhoud van het leertraject en een andere manier van leren bij. Want ik ben er van overtuigd dat onze manier van leren door het gebruik van sociale media verandert. Hoe? Lees verder

De rol van twitter in maatschappelijke verandering

Josien Kapma

Iedere dinsdagavond om 21.00 uur schuiven tientallen mensen verspreid over Nederland nog even achter de computer. Ze doen mee aan de #guusnet Twitterchat, een groepsgesprek via Twitter. Wekelijks staat een nieuw afgesproken landbouwonderwerp centraal. Als moderator probeer ik het gesprek -bestaande uit honderden tweets- enigszins in banen te leiden en maak ik na afloop een samenvatting. Doordat Twitter neutraal terrein is er een grote diversiteit van deelnemers, en een onbekend maar mogelijk groot ‘publiek’. Dat zorgt voor nieuwe volgers en dat op zijn beurt zorgt soms voor onverwachte samenwerkingen. (zie http://www.netwerkplatteland.nl/tag/twitterchat )

Informatietechnologie verandert onze maatschappij. Connecties worden gelegd waar die eerder niet bestonden, een groep losse individuen kan cohesie ontwikkelen waar dat voor het bestaan van internet niet had gekund.Sociale media: polariserend of modererend?
Hoe kunnen sociale media helpen om maatschappelijke issues verder te helpen? Had de polarisatie in het megastallendebat voorkomen kunnen worden als in een vroeg stadium slim gebruik gemaakt was van sociale media? En in het geval van de Hedwigepolder? Lees verder

Hoe maak je een start met online leren?

Maandagochtend negen uur. De leergang ‘sociale media bij leer- en veranderprocessen’ gaat van start. Als deelnemer ontvang je een mailtje met daarin de link naar een online leerplatform. Over drie weken kom je pas met de andere deelnemers fysiek bij elkaar. De komende tijd ga je online met elkaar aan het werk. Wat kun je als facilitator doen om een online start zo succesvol mogelijk te maken?

Als facilitators hebben we reeds meerdere malen de kracht van een online start bij een langer lopend leertraject ervaren. Wat kan de meerwaarde zijn? Lees verder