Navigate / search

Ontwerpen en faciliteren van blended leren: leer ontwerpen met de Juke-box

Ben je steeds meer blended leertrajecten en workshops aan het ontwerpen en geven maar heb je het idee dat dit beter kan? Of werk je nog vooral face-to-face en ben je benieuwd hoe het blended eruit zou zien? Laat je inspireren door de ervaringen van Proteion en/of doe dit najaar mee aan onze leergang ‘Ontwerpen en faciliteren van blended leren‘.

Anette Beurskens van Proteion heeft samen met een collega de leergang van Ennuonline gevolgd met het doel een blended traject te ontwerpen voor werknemers die met dementerenden werken. Een locatiemanager riep bij de presentatie spontaan uit: “hadden we dit traject maar 10 jaar geleden gehad!” Het traject heet ‘belevingsgerichte zorg’ en is nodig omdat er in de tijd dat werknemers werden opgeleid nog niet veel over dementie werd geleerd. Proteion is een zorginstelling in Noord- en Midden-Limburg en oostelijk Noord-Brabant met 3500 werknemers. Binnen het Proteion Leerhuis is er een sterke visie en overtuiging dat blended leren door zijn krachtige mix van leervormen een verandering op de werkplek kan faciliteren. Leren met directe invloed op de praktijk. Blended leren is tevens ideaal voor mensen die op onregelmatige tijden en/of veel individueel werken en weinig kans hebben om op de werkplek van elkaar te leren.

Wil je meer weten over dit traject? De lessen van dit traject staan mooi beschreven in ons artikel dat deze maand als leerpraktijk in Onderwijs en Gezondheid is gepubliceerd (nummer 4, 2017). En dit mogen we zomaar delen! Klik op Leerpraktijk om het te downloaden.

Of schrijf je in voor de volgende leergang die (online) start op 11 september. Dan kun je ook leren ontwerpen met het Juke-Box model. Verbeter je kennis van tools en de kunst van het online faciliteren. De leergang kent een doorloop tijd van 3 maanden en is natuurlijk een model van blended leren. Er zijn 3 halve dagen face-to-face in Utrecht, en 3 online blokken van 1-2 weken. Verder krijg je online coaching. De leergang gaat zeker van start en er zijn nog plaatsen beschikbaar. Hier vind je meer informatie en kun je je direct inschrijven.

Een aantal reacties van deelnemers van vorig jaar:

  • De opbouw van on- en offline leren was super. Je bepaalt zelf wat je wel of niet leert en waar je aan deelneemt.
  • Wat ik heb gewaardeerd zijn de creatieve opdrachten online. Die hebben mij wegwijs gemaakt in online leren.  De toolverkenningen hebben ervoor gezorgd dat ik veel bestaande tools kan inzetten in leertrajecten.
  • Ik heb de warme, niet-(ver)oordelende werk- en leerhouding van Joitske en Sibrenne als erg fijn ervaren. Ze reageren snel op geplaatste berichten, vraagstukken e.a. Hun betrokkenheid en enthousiasme was voelbaar.
  • Joitske en Sibrenne zijn erg kundig en op de hoogte van al wat mogelijk is.

Leren in tijden van apps, tweets en statusupdates

We zijn bezig met een nieuw boek over de veranderingen in communiceren en samenwerken door nieuwe technologie en wat dit betekent voor nieuwe vormen van leren in organisaties en netwerken. Bekijk het filmpje als je nieuwsgierig bent.

Meld je hieronder aan als je mee wilt denken of op de hoogte gehouden wilt worden. Als je mee wilt denken zullen we je uitnodigen om over de titel te denken maar ook voor bv. online brainstormsessies rondom de inhoud.

 

kip of ei – tool of didactiek

Sommige docenten beginnen hun eigen zoektocht om sociale media te koppelen aan leren in de klas. Anderen laten zich graag eerst eens inspireren door goede voorbeelden van collega’s. Weer anderen zien vooralsnog vooral de negatieve zijde van sociale media: cyberpesten, negatieve berichtgeving over de school, verstoring van les. Het gevoel ‘iets te moeten en willen met sociale media’ overheerst echter wel. In de afgelopen paar maanden hebben we zo verschillende keren kunnen werken met docenten van ROCs.

Een poll in de les met Kahoot om begrip van de lesstof te toetsen. Een interactieve powerpoint met Nearpod om tijdens de presentatie ook de interactie te bevorderen. En een Padlet waar leerlingen goede links verzamelen over het thema dat in de komende les centraal staat. Social media zouden vervlochten moeten zijn met het onderwijs. Naast leren omgaan met handige online tools is het ook van belang dat docenten online toepassingen kunnen bedenken en ontwerpen die bijdragen aan een krachtige, contextrijke leeromgeving.

Van tool naar lesontwerp

Veel docentendagen omtrent het gebruik van sociale media richten zich op tools: Mentimeter, TodaysMeet, Nearpod, Kahoot, EdPuzzle. Noem het maar! De tools op zich zijn vaak overzichtelijk, makkelijk in gebruik. De kip? De kunst is het bedenken van een goede toepassing, het ei? Hoe kom je tot een lesontwerp waarbij sociale media als hulpmiddel dienen om je didactische doelstelling te behalen?

Leerlingen vragen zich op de komende les voor te bereiden door een video te bekijken en daar hun vragen al bij te formuleren;

 

Een digitaal spreekuur op woensdagavond, een paar dagen voor de wiskundetoets. Op een discussieplatform waar leerlingen ook elkaar kunnen helpen.

 

In kleine samenstelling werken leerlingen aan een quiz over de lesstof. In de les maken ze elkaars quiz en bespreken ze de vragen en antwoorden.

Waar begin je: tools of didactiek?

Wanneer het gebruik van sociale media wat is ‘aangeplakt’ aan de bestaande lesopzet, dan hebben leerlingen dat snel door. De tool kan een doel op zich worden en minder het middel om iets te bereiken. Hier ligt de kracht van een didactisch model: geïntegreerd ontwerpen van een lesopzet met verscheidende elementen (e.g. online leren, groepswerk, persoonlijke leerlijn). Het TPACK model is hier een goed voorbeeld van, maar er zijn meer modellen die ondersteunend zijn bij het ontwerpen van online of ‘blended’ leren.

Absorb – Do – Connecteen model ontwikkeld door William Horton om te stimuleren dat online leren een sterke verbinding maakt met toepassing in de werkpraktijk.

Het ARCS model van John Keller, dat vier factoren beschrijft die kunnen bijdragen aan het werken met gemotiveerde deelnemers: Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction.

Het 3P Learning Model richt zich op het stimuleren van sociaal leren, waarbij de drie P’s staan voor Participation. Personalization en Knowledge Pull.

Ik geloof er wel in dat je zowel bij de tool als bij de didactiek kunt beginnen. In die zin is er geen antwoord te geven op de kip-ei vraag. Wel merk ik dat ik in mijn aanpak steeds vaker begin bij de didactiek, de behoefte die je hebt om je lessen te versterken, de meerwaarde die je ziet met online toevoeging. Om vervolgens te kijken naar de tools die er zijn, en de tools die hier geschikt voor zijn. Op die manier vinden de tools gelijk een soort ‘plek’ in die praktijk.

Inspiratiebronnen: 5 x 5 filmfestival

Nog geen gebruik maken van sociale media in de les heeft vaak ook te maken met onbekendheid: wat kan de meerwaarde zijn, wat zijn succesfactoren, waar moet ik aan denken, hoe betrek ik leerlingen? Er is een veelheid aan bronnen en bloggers beschikbaar op het web. Toch heb ik het gevoel dat slechts een bepaald deel van de docenten deze bronnen al makkelijk weet te vinden. Bij een van de ROC’s hebben we geëxperimenteerd met een passende vorm om docenten in de mood te brengen en te verleiden na te gaan denken over meerwaarde en mogelijke toepassing: het 5 x 5 filmfestival.

In de aanloop naar ‘de dag van de digitale didactiek’ hebben we de docenten in anderhalve week tijd om de dag een filmpje aangeboden ter inspiratie. Vijf keer een filmpje van vijf minuten. Met bij elk filmpje een vorm om met elkaar al wat van gedachten te wisselen. Hier kun je de omgeving bekijken die we daartoe hebben ingericht.

En nu?

Als het je lukt om docenten te enthousiasmeren en de waarde van ‘online’ in te zien, dan komt de volgende fase… het daadwerkelijk gaan gebruiken in het werk. De volgende dag dient het dagelijkse werk zich weer aan. Docenten hebben over het algemeen een volle agenda, en experimenteren en herontwerpen behoren al snel tot de avonduren. Wat zijn geschikte vormen om de toepassing in de praktijk te stimuleren en ondersteunen? Een paar ideeën:

  • Een groep docenten die er voor voelt om te experimenteren met ‘een tool per maand’;
  • De oogst uit de praktijk delen op een online platform (blog) of na een bepaalde periode verzamelen en delen op een docentendag en/of in een boekje;
  • Werken met een klein groepje docenten die als taak hebben om een keer per maand een ervaring op te halen uit de praktijk. Om deze vervolgens te vangen in een video of blogverhaal.
  • Een vak of lessenreeks echt gaan herontwerpen, waarbij je met behulp van een ontwerpmodel een nieuwe slag gaat maken: hoe verbindt je online aan vakinhoud en didactiek?
  • Experts of digi-coaches beschikbaar die vlot kunnen ondersteunen bij technische en toepassingsvragen.

Zelf vind ik deze ideeën elkaar met name aanvullen, waarbij ik sterk geloof in de kracht van herontwerpen. Ruimte en stimulans vanuit de organisatie om tot een herontwerp te komen. Daar in een bepaalde tijdsperiode aan werken, met betrokkenheid van meerdere docenten. De nieuwe vorm goed communiceren naar leerlingen om op die manier de start van het betreffende vak al anders neer te zetten. Tussendoor experimenteren met tools en leuke ideeën uitwisselen en succeservaringen opdoen. En als organisatie daarover blijven communiceren zodat andere docenten op de hoogte bijven, ook geïnspireerd raken en kunnen aanhaken als ze belangstelling krijgen. De kracht van de waterdruppel!

Hoe zit het hierbij met de kip en het ei? Gebruik het vooral als metafoor en reflectie op de aanpak die je voor ogen hebt. Beiden hebben aandacht nodig 🙂 Waarbij ik van mening ben dat de eieren uiteindelijk belangrijker zijn. Het kan uitstekend werken om een zestal verschillende sociale media tools in de vingers te hebben, om vervolgens je aandacht te richten op de nieuwe kunst van de digitale didactiek: hoe ontwerp en begeleid ik het gebruik van online leren in de les? Zonder eieren hebben we straks geen kippen meer…

Hoe werkt het kip en ei verhaal in jouw praktijk en aanpak?

Training on the job via online leeromgeving

Ik werd regelmatig gevraagd of online leren ook iets is voor op medewerkers  op MBO niveau, tenslotte zitten MBO-ers minder vaak de hele dag achter een computer. Hierbij een interview met Johny Hoesen over online leren voor operators, veelal MBO niveau. Johny Hoesen werkt bij SCA Hygiene Products in Gennep, bekijk de locatiefilm  of de website. Zij produceren onder andere incontinentieproducten van het merk ‘Tena’, onderleggerproducten en wegwerpslabben. Hij is zelf in 1992 gestart als operator in ploegendienst. Na diverse omzwervingen binnen de organisatie is hij nu verantwoordelijk voor alles wat met trainen en opleiden heeft te maken.

Wat doet een operator bij jullie zoal?

De incontinentieproducten worden geproduceerd met hightech productiemachines van wel 60 meter lang. Een aantal machines bestaat uit 2 verdiepingen. Deze gevaartes moet je als productieteam zien te temmen. Sommige producten bestaan uit wel 15 verschillende grondstoffen. De grondstoffen worden de machine ingevoerd en er komt een eindproduct uit, 500 stuks per minuut. Een belangrijke taak van een operator is het uitvoeren van productcontroles, het ombouwen van de machine naar een ander productvariant, het verhelpen/oplossen van eerstelijns storingen en monitoren van de productie – het ‘proactief produceren’. Het is zeker geen lopende band werk. Iedere dag is weer anders.

De uitdaging van een operator is produceren van kwalitatief hoogwaardige incontinentieproducten met zo min mogelijke machine stops en afvalproducten. Als de machine na een stop wordt opgestart dan zijn de eerste 30 producten afval. Als het aantal machine stops afneemt neemt ook het aantal afvalproducten af. In de afgelopen 4 jaar is er op dit gebied een flinke doorbraak gecreëerd. Ongeveer 4 jaar geleden had je gemiddeld 35 machine stops in een dienst van 8 uur. Nu is dat gemiddeld 6 machine stops per dienst.

Hoe ondersteun je de operators bij het effectief leren?

De meeste operators zijn echt mannen van de praktijk. Leren op de werkplek door te doen en ervaren. De rode draad in dit leerproces is het 70 20 10 model van Charles Jennings waarbij de operator 70% op de werkplek leert door te doen, 20% leert van een coach/mentor/specialist en 10% door formeel te leren.

Op dit moment groeit de organisatie en stromen er regelmatig nieuwe operators binnen. Dit leerproces probeer ik steeds meer te sturen en ondersteunen vanuit onze online leeromgeving.

Hoe ondersteun je werkplekleren vanuit de online leeromgeving?  

Er zijn eigenlijk 4 manieren waarbij we het leerproces (bij de machine) vanuit de online leeromgeving ondersteunen.

1. Het inwerktraject voor nieuwe operators ‘training on the job’. Dit leerproces wordt gestuurd vanuit de online leeromgeving. Hierin staan opdrachten op verschillende gebieden klaar. De operator neemt de opdracht mee naar de machine en gaat daar op onderzoek uit. Hierbij worden zij ondersteunt door een mentor, ervaren operator. De operators zijn erg tevreden over de praktische opdrachten, dit merk je wel aan de opdrachten die ze inleveren. De operators vragen nooit  om traditionele training in een klaslokaal – het zijn geen zitters en willen liever niet in de schoolbanken!

2. Op dit moment gaan we het werkplekleren uitbreiden door gebruik van een tablet bij de machine. Dit is effectief, leuk maar ook noodzaak. Omdat wij met steeds minder operators aan de machine produceren ben je als operator steeds meer op jezelf aangewezen. Als je niet kunt terugvallen op je collega kan de operator instructievideo’s bekijken als voorbereiding op bepaalde werkzaamheden. Bijvoorbeeld als de operator een machineonderdeel moet ombouwen en hij weet niet precies hoe dat moet. Hij kan dan tijdens het bekijken van de instructievideo de ombouwvaardigheid uitvoeren. Per machine komt er een industriële tablet – dit is een robuuster apparaat.

3. Formeel leren doen we onder andere met behulp van E-Learning modules en e-toetsen. Collega’s loggen dan thuis in op de online leeromgeving en doorlopen een online training. Een ander voorbeeld is de veiligheidsfilm en toets die jaarlijks door iedereen herhaald moet worden. Ben je een binnen cao-er en is de duur van de online training langer dan een half uur dan wordt dit uitbetaald in uren of geld. Vroeger moest men hiervoor terugkomen of langer blijven– nu zeg je doe het thuis wanneer het jou uitkomt.

4. Soms koop ik trainingen in. Als het mogelijk is en de aanbieder gaat hierin mee dan probeer ik trainingen te combineren met de online leeromgeving. Dit doe ik dan in de vorm van een ‘Blended Learning’. Een mix van E-Learning, klassikale bijeenkomsten en praktijkopdrachten. Zo is er een training ‘Plannen en organiseren’ in deze vorm aangeboden. In de oude vorm kwamen operators 14 keer bij elkaar en was het vooral theoretisch. In de nieuwe vorm hebben we dit terug gebracht naar 5 bijeenkomsten en meer praktijkgericht. De deelnemers waren hierover zeer enthousiast.

Wie beheert de online omgeving en maakt de instructiefilmpjes?

Ik beheer de online leeromgeving, ontwikkel de E-Learning modules, toetsen,  film ik zelf en doe de montage van de instructievideo’s. We maken bewust geen gebruik van professionele videoproducties – het is te duur en je krijg niet precies wat je wilt. Een voordeel is dat ik zelf in productie heb gewerkt en me goed kan inleven in wat een operator nodig heeft. Bovendien moet een filmpje functioneel zijn en is professionaliteit bijzaak.

Wat is jouw advies voor anderen die met online (werkplek)leren binnen een organisatie aan de slag gaan?

Een ‘aantal’ belangrijke tips die ik mee kan geven zijn:

  • Zorg voor commitment vanuit alle lagen van de organisatie.
  • Zorg voor een gebruiksvriendelijke leeromgeving en houdt rekening met digibeten, het moet voor iedereen toegankelijk zijn.
  • Zorg voor een duidelijke, herkenbare structuur. Werk met vaste formats, lay-out en programma’s. Dan zien mensen dezelfde knoppen en raken eraan gewend. De leercurve om online te leren heb je dan maar 1 keer.
  • Gebruik alleen de middelen die nodig zijn, dus geen webinars gebruiken als je elkaar iedere dag of week ziet.

TIP: als je geen kennis hebt van bijvoorbeeld een Learning Management System, monteren van instructiefilms, bepaalde softwarepakketten om E-Learning modules te ontwikkelen enz. volg dan in ieder geval een (basis) cursus. Ik heb alles zelf uitgezocht – daar leer je veel van maar het kost heel veel tijd, bloed, zweet en tranen.

Wat zou je zeggen tegen mensen die denken dat je voor MBO niveau niet met online leren moet beginnen?

Ik ben het daar natuurlijk niet mee eens… De leertrajecten verlopen op dit moment succesvol. Deelnemers, over het algemeen MBO-ers, zijn enthousiast, leren snel en zijn sneller een speler binnen het team.

Webcam bij werkbegeleiding; de praktijk weerbarstiger dan het idee

Ik heb een VSEE gesprek met Henriëtte van Amerongen – Opleidingskundig adviseur RAILINFRA OPLEIDINGEN. VSEE is een tool waarbij je online met elkaar kunt praten met video erbij, een goed alternatief voor Skype. Henriëtte maakt veel gebruik van VSEE en haar casus voor de leergang ‘leren en veranderen met nieuwe media’ bestond uit een verkenning of VSEE geïntegreerd kan worden in het werk van de monteurs aan het spoor.  Echter, dit klinkt gemakkelijk maar blijkt in de praktijk behoorlijk complex.

Kun je iets vertellen over het idee om met video te gaan werken?

Het idee was om te verkennen of en hoe we  praktijkbegeleiding krachtiger zouden  kunnen maken door webcams te gebruiken. Als een monteur ter plaatse een lastige storing heeft zou het prachtig zijn als hij middels foto of film van de situatie hulp kan inroepen van collega-monteurs (die zich overal in het land bevinden). Tevens kan het een hulpmiddel zijn voor de begeleiders, om zicht te houden op waar monteurs in het veld tegenaan lopen. Dit kan voor hen aanleiding zijn om verbeteringen aan te brengen in het werk, bijvoorbeeld middels documentatie.

Hoe heb je het aangepakt?

We hebben dit idee besproken met praktijkbegeleiders en die waren enthousiast. Toen ben Ik ben vervolgens gaan zoeken naar passende tools en daar kwam VSEE uit. Skype en Google Hangouts zijn vergelijkbare tools,  maar VSEE kwam het beste uit de bus omdat het gebruikersvriendelijk is, kwalitatief goede video heeft en lage bandbreedte vereist.  Groepsvideo is bovendien gratis en van prima kwaliteit.

En wordt het nu volop gebruikt?

Het bleek in de praktijk lastig van de grond te krijgen. De organisatie moet er op ingericht zijn, alle monteurs hebben een ipad nodig, er dient voldoende IT-ondersteuning te zijn. Implementatie van zo’n online tool heeft behoorlijk wat voeten in de aarde. Bijvoorbeeld: alleen op mijn laptop heb ik een webcam. Normaal werk ik op een computer zonder webcam. De laptop gebruik ik niet vaak en moet ik apart voor het gebruik van VSEE uit mijn kluisje pakken. Deze extra handeling zorgt voor een drempel die slagen van het project behoorlijk in de weg kan staan.

Heb je het idee nu laten varen?

Ik zie praktijkbegeleiding via de webcam wel gebeuren maar de tijd is er nog niet rijp voor. Het vraagt tijd om mensen te overtuigen. Het is een iteratief proces waar we wel aan doorwerken. We gaan een training voor praktijkbegeleiders ontwikkelen waarin  we ze de mogelijkheden laten zien. Hoe het zich ontwikkelt – dat zal de tijd leren.

Wat heb je geleerd van je casus over nieuwe media?

Het begint met laten zien wat er mogelijk is, en kijken wat aansluit. In de leergang heb ik kennis gemaakt met verschillende tools en ik zie nu mogelijkheden om nieuwe actieve werkvormen te gebruiken. Ik zie mijn rol als degene die laat zijn welke nieuwe mogelijkheden er zijn.

Het gebruik van nieuwe media klinkt aantrekkelijk en een idee is snel bedacht. Echter als je het praktisch maakt komen er allerlei technisch/organisatorische hobbels naar boven. Het heeft nogal wat impact. Het is de kunst om nieuwe media als middel te gebruiken en in te zetten om bijvoorbeeld tijdswinst mee te boeken.

Wat heb je geleerd over het gebruik van nieuwe media binnen leren en opleiden?

Ik dacht dat het een must was om sociale media te gebruiken om jongeren te boeien. Nu is mijn beeld veranderd- jongeren gebruiken media vooral voor het sociale en minder voor het leren. Facebook gaat vooral om contact met eigen vrienden. Dus zet sociale media echt in als het meerwaarde heeft. Een voorbeeld: ik ga binnenkort intervisie begeleiding doen. Ik wil dat mensen van tevoren nadenken over mogelijke cases.  Met de juiste tool kun je tijd besparen zodat de intervisie effectiever wordt.