Navigate / search

Ontwerpen en faciliteren van blended leren: leer ontwerpen met de Juke-box

Ben je steeds meer blended leertrajecten en workshops aan het ontwerpen en geven maar heb je het idee dat dit beter kan? Of werk je nog vooral face-to-face en ben je benieuwd hoe het blended eruit zou zien? Laat je inspireren door de ervaringen van Proteion en/of doe dit najaar mee aan onze leergang ‘Ontwerpen en faciliteren van blended leren‘.

Anette Beurskens van Proteion heeft samen met een collega de leergang van Ennuonline gevolgd met het doel een blended traject te ontwerpen voor werknemers die met dementerenden werken. Een locatiemanager riep bij de presentatie spontaan uit: “hadden we dit traject maar 10 jaar geleden gehad!” Het traject heet ‘belevingsgerichte zorg’ en is nodig omdat er in de tijd dat werknemers werden opgeleid nog niet veel over dementie werd geleerd. Proteion is een zorginstelling in Noord- en Midden-Limburg en oostelijk Noord-Brabant met 3500 werknemers. Binnen het Proteion Leerhuis is er een sterke visie en overtuiging dat blended leren door zijn krachtige mix van leervormen een verandering op de werkplek kan faciliteren. Leren met directe invloed op de praktijk. Blended leren is tevens ideaal voor mensen die op onregelmatige tijden en/of veel individueel werken en weinig kans hebben om op de werkplek van elkaar te leren.

Wil je meer weten over dit traject? De lessen van dit traject staan mooi beschreven in ons artikel dat deze maand als leerpraktijk in Onderwijs en Gezondheid is gepubliceerd (nummer 4, 2017). En dit mogen we zomaar delen! Klik op Leerpraktijk om het te downloaden.

Of schrijf je in voor de volgende leergang die (online) start op 11 september. Dan kun je ook leren ontwerpen met het Juke-Box model. Verbeter je kennis van tools en de kunst van het online faciliteren. De leergang kent een doorloop tijd van 3 maanden en is natuurlijk een model van blended leren. Er zijn 3 halve dagen face-to-face in Utrecht, en 3 online blokken van 1-2 weken. Verder krijg je online coaching. De leergang gaat zeker van start en er zijn nog plaatsen beschikbaar. Hier vind je meer informatie en kun je je direct inschrijven.

Een aantal reacties van deelnemers van vorig jaar:

  • De opbouw van on- en offline leren was super. Je bepaalt zelf wat je wel of niet leert en waar je aan deelneemt.
  • Wat ik heb gewaardeerd zijn de creatieve opdrachten online. Die hebben mij wegwijs gemaakt in online leren.  De toolverkenningen hebben ervoor gezorgd dat ik veel bestaande tools kan inzetten in leertrajecten.
  • Ik heb de warme, niet-(ver)oordelende werk- en leerhouding van Joitske en Sibrenne als erg fijn ervaren. Ze reageren snel op geplaatste berichten, vraagstukken e.a. Hun betrokkenheid en enthousiasme was voelbaar.
  • Joitske en Sibrenne zijn erg kundig en op de hoogte van al wat mogelijk is.

Live blog: Clive Shepherd on the changing skill set of the learning professional

Clive Shepherd has extensive experience in blended learning and calls his approach “More than blended learning“. He is currently diving into the areas of the skill that learning professionals need in the blended era.

Technologies changes learning. We can now have a more continuous learning process because of learning technologies. Clive personally has experienced a continuous retreat of focus on technologies- it now comes at the end of the design journey. Technology doesn’t make an effective learning experience. A good design does.

The problems of the skill set

The commonality of the learning professionals of today: the problems of the skill set. (possibly excluding the people in the room who are into learning technologies). What skills are we talking about?

  • Practical, physical skills. Playing the violin or golf
  • Social skills: being able to relate to people etc. “he’s brilliant at selling”
  • Thinking skills: designing a learning program, anticipating risks.

Changing the skill set takes time. The change to the new skill set makes people feels stressed.

What’s changing? 

  1. From organizing events to facilitating/managing processes. In facilitating learning processes time becomes much more fragmented than when organizing events.
  2. From face-to-face to online. You need knowledge about technologies to work online. A new field for many learning professionals.
  3. From dependency to empowerment. What we always wished for is starting to happen. Yet, it makes us feel uncomfortable. Everybody can look up everything online, we all have smartphones and other devices. People no longer accept what we say. The power of relationship has changed.
  4. From same-time to over-time. Think of facilitating a MOOC, you allow for a little bit of time every day.

However, the essential skills of the learning professional continue to be human skills. The teacher – student relationship remain important – though the teacher can be your neighbour or colleague and not always has to be the trainer.

The three essential skill areas for learning professionals

Three essential skill areas are: Interacting with stakeholders, interact with learning, interact with media.  (see graph)

About stakeholders: How do learning professionals behave when interacting with stakeholders? In many cases they behave like a salesperson- like order-takers rather than consultants. You have to build your credibility to act as a consultant. About media: Mind you: Media –  is not dehumanized. When you interact with a book you are not  interacting with a tree, but with the author. Equally, when interacting with media you are interacting with humans.

These three essential skill areas leads to new roles like architect, evaluator, analyst, instructor, expert, coach, facilitation, designer, journalist, curator.

EVERYbody should be up-to-date with tools and technologies 

In our book ‘learning in times of tweets, apps and likes’ we also write about the changing skill set and new roles for Learning and Development. It is interesting to compare our line of thinking. A difference with Clive is that we focus on different new roles like content curator, community manager, team coach which may or not be executed by a learning professional. These roles may also be fulfilled by professionals or managers. We see learning professional specializing.

Besides this we focus also on learning analytics which I don’t see reflected in Clive’s diagrams. Clive may be even stronger than we stating that everybody needs to invest in knowledge on tools and technologies.

Online faciliteren afkijken van autoverkopers

We hebben onlangs een andere auto gekocht, een tweedehands auto. We startten met een zoektocht op internet. Daarna gingen we een middag kijken bij autodealers in Leiden. De allereerste verkoper voldeed gelukkig volledig aan mijn vooroordelen van een autoverkoper: een man die al met pensioen was maar voor zijn lol in het weekend nog auto’s verkocht. Hij polste ons en merkte al snel dat mijn man wel gevoelig was voor station modellen en ik wel voor kleur, mijn dochter wil namelijk graag een rode. Zo kwam hij bij een rode Citroën, station model. Wat een geluk, de auto was 1000 euro goedkoper omdat niemand een rode auto wil.. maar dan moesten we wel snel beslissen. We konden meteen een proefrit maken. Ik hoorde al snel een raar geluid en zei tegen hem dat ik echt geen auto met een rare tik ging kopen. Hierop ging hij met ons mee in de auto, liet de motor hard draaien en zei: “hoor nou toch eens wat een prachtig geluid, een hele sterke motor“. Uiteindelijk hoorde hij de tik ook en legde uit dat dat slechts een reparatie van 5 minuten zou zijn. Lang verhaal kort: we hebben deze niet gekocht. We hebben bij een andere dealer gekocht. Die er echt een show van maakte toen we hem op kwamen halen: hij had hem ingepakt en wij mochten hem als kadootje uitpakken :).

Leren is toch iets anders dan auto’s verkopen? 

Ik las net een blog van Wilfred Rubens waarin hij uitlegt dat je niet alle lessen van Greenwheels en Thuisbezorgd.nl kunt toepassen op het onderwijs. Omdat onderwijs meer is dan content beschikbaar maken. Zo is het faciliteren van leren ook echt wel anders dan het verkopen van auto’s. Toch kunnen we iets afkijken denk ik. Lang geleden vond ik marketing mensen verkopers van gebakken lucht en geen ambachtsmensen. Echter, sinds het sociale media tijdperk ben ik steeds meer marketeers gaan volgen. Ze zijn verder met het gebruik van sociale media dan leerprofessionals, daar alleen al kunnen we van leren. Verder zijn ze goed in het bestuderen van mensen en hun gedrag en hoe je dat kunt beïnvloeden. 

Cialdini

Cialdini
Cialdini

Een van de marketingmodellen is het model van Cialdini met 6 beïnvloedingsstrategieën. Deze 6 zijn:

  1. Wederkerigheid – voor wat hoort wat. We begonnen met een kopje koffie.
  2. Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben. Volgens de autoverkoper was dit aanbod alleen voor deze dag geldig.
  3. Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode. Hij benadrukte dat hij al zijn hele leven auto’s verkoopt. (helaas was dat voor mij een minpuntje 🙂
  4. Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker. Een proefrit…
  5. Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer. Verhalen over andere mensen die ook voor dit type auto kozen.
  6. Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag (deze factor had mijn autoverkoper dan weer niet!)

In de leergang leren en veranderen met nieuwe media hebben we samen gekeken hoe je deze principes kunt gebruiken voor online en sociaal leren. Dit bracht een discussie op gang bracht over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Mijn eigen conclusie daarin is dat je goed moet kijken en observeren wat mensen drijft, hoe hun motivatie werkt. Zo had mijn autoverkoper al snel door dat ik toch graag een rode auto zou hebben en mijn man gevoelig was voor een station model. Hoe kwam hij daarachter? Door gewoon te vragen wat we zoeken, door te vragen en te observeren bij welke auto’s we langer stil bleven staan. Dan is het onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek minder relevant. Het gaat uiteindelijk om het beïnvloeden van mensen.

Het bruggetje naar online leren

Het bruggetje tussen Cialdini en online leren is dat we bij online leren te maken hebben met allerlei extra afleidingen die je bij een face-to-face dag minder hebt. Bij een online workshop of webinar bijvoorbeeld, ben je altijd maar 1 klik van je email verwijderd.  Ik heb zelf net een drie-weekse online cursus over business en human rights gefaciliteerd, en de betrokkenheid liep van week 1 tot week 3 terug, van hoog naar laag. Het is best een uitdaging om de aandacht van drukke ambtenaren vast te houden. Ik vind het nog steeds een uitdaging dat je online sterk beslagen ten ijs moet komen om mensen te boeien. Vertrouwen op de eigen motivatie van deelnemers is daarbij niet genoeg.

 Motiveren voor online leren – tips van autoverkopers

Wederkerigheid – voor wat hoort wat

  • Deel zelf als eerste een verhaal waar deelnemers wat aan hebben zodat ze ook een verhaal willen delen of zorg dat er al interessante documenten staan voordat je deelnemers vraagt om documenten online te delen. Je kunt ook van tevoren al iets interessants delen
  • Geef ze een kadootje, bv. een factsheet en vraag daarna of ze de evaluatie in willen vullen

Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben

  • Stel een platform of content bepaalde tijd open. Zo was er een MOOC over digital badges die maar 48 uur open was
  • Selecteer deelnemers op basis van criteria, een beperkt aantal mag meedoen
  • Zorg dat het platform na de cursus meteen dicht gaat in plaats van nog 2 maanden open blijft

Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode

  • Nodig experts uit waar deelnemers veel respect voor hebben als gastsprekers, of om feedback of masterclasses te geven
  • Laat belangrijke mensen een oproep doen om mee te doen en het ook af te maken
  • Gebruik het evaluatie cijfer van de cursus om het aan te prijzen

Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker

  • Start met een simpele vragen online, bijvoorbeeld een makkelijke introductie online, een uitnodiging om jezelf voor te stellen en een vraag voor de volgende te verzinnen werkt goed.
  • Stel deelnemers vooraf een aantal vragen, bv of ze een voorbeeld willen delen online en of ze de cursus af gaan maken. Hierna zullen ze zich er eerder aan commiteren.

Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer

  • Nodig achter de schermen een aantal mensen uit om alvast te reageren online, dan is het makkelijker voor de volgenden
  • Benadruk wat er goed gaat, dus bv. 80% heeft meegedaan aan het eerste webinar, ipv doe volgende week eens mee want de opkomst viel tegen
  • Werk met likes of best content – zo kun je laten zien welke inhoud gewaardeerd wordt en dit benadrukken

Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag

  • Maak persoonlijk contact, bijvoorbeeld via de mail en wees oprecht geïnteresseerd in de vragen en omstandigheden van je deelnemers
  • Zorg dat je online zichtbaar bent door bv een video of foto van jezelf te plaatsen en een positieve uitstraling en toon hebt in je communicatie
  • Geef complimenten

Duik in de wereld van gamification

CandyCrush, Six, Inventioneers, Rollende Hemel… wat leren we van deze games? Op donderdag 6 oktober werken we in een interactief webinar met Michael Hebben. Hij weet alles van gamification, serious gaming en speels ontwerpen. Hij zal ons meenemen in de wereld van de games en feedbackloops, leaderboards, competitie en magic circles. Om ons daarna aan het werk te zetten: hoe kun je dit soort spelprincipes in de leerinterventies meenemen die jij ontwerpt?


Ter voorbereiding!

Je dacht toch niet dat je zomaar blanco het webinar in kunt rollen? Om goed te kunnen begrijpen hoe gamification werkt, zullen we eerst zelf moeten ondervinden wat de kracht van gaming is. Of ben je een doorgewinterde gamer? Dat kan natuurlijk ook. Dan zijn de volgende drie vragen een makkie. Zo niet, dan is de uitnodiging aan jou als volgt:

  • Kies een game uit die je nog niet kent en download deze;
  • Speel de game zo’n 15 minuten lang
  • Met de volgende drie vragen in gedachten:

Hoe leert de game jou game vaardigheden aan?

Hoe houdt de game jouw aandacht vast?

En hoe zouden deze principes kunnen werken in jouw dagelijks werk?

Mogelijke games:

Wellicht heb je al een game op je tablet of smartphone staan. Je kunt ook een van de games kiezen die Michael voor je op een rijtje heeft gezet (allemaal gratis):

Laten we hieronder al wat met elkaar uitwisselen. Dan kunnen we de webinartijd gebruiken om gericht aan het werk te gaan.

Herontwerpen van face-to-face naar blended leren

(deze blog staat ook op joitskehulsebosch.nl)

Ennuonline is uitgenodigd door het team van een interne academie om in een aantal sessies met ze te werken aan het herontwerpen van hun aanbod tot een krachtiger blended vorm. Ik vind het bij deze vraag de uitdaging om het echt om te vormen tot een sterker product en daarom was de eerste stap: nadenken over de meerwaarde van blended opleiden. De opleiding die we bij de kop gingen pakken was een driedaagse face-to-face. De meerwaarde die werd beoogd door dit team:

  • Door diversiteit (filmpjes, tekst, quiz, face-to-face werkvormen) meer mensen bedienen in hun voorkeursstijlen. Hiermee wordt het aantrekkelijker om mee te doen.
  • Door mensen op verschillende manieren mee bezig te laten zijn met de onderwerpen stimuleer je dat het leren beter beklijft (denk aan de brein principes).
  • Door het interactiever en praktijk gerichter maken van de opdrachten willen we meer impact op de praktijk.

Aan de slag met 3 ontwerpmodellen

Na het denken over de meerwaarde en een introductie over blended leren gingen we in groepjes zelf aan de slag met het herontwerpen vanuit 3 modellen (3P’s, Juke-box, SAMR, zie filmpje hieronder). Dit werkte heel goed. Ik had niet gevraagd wie de eigenaar van deze opleiding was en dat kon ik er ook niet uithalen. De modellen nodigen iedereen uit om op een nieuwe manier te gaan ontwerpen en er echt een creatief proces van te maken. Hieronder een filmpje met maar liefst 5 modellen. Het was opvallend dat mensen zonder veel uitleg, met alleen een handout over het model aan de slag konden.

Op zoek naar overeenkomsten en verschillen 

Vanuit de 3 creatieve ontwerpen zijn we op zoek gegaan naar de overeenkomsten en unieke ideeën. Een overeenkomst was dat iedereen een online start had. De 3 opleidingsdagen waren terug had gebracht tot 1,5 of 2 dagen, met online tussendoor. Het viel op dat iedereen online gebruikte om mensen alvast een aantal opdrachten te geven om zelf aan de slag te gaan, om te activeren. Ook waren er een aantal face-to-face elementen zoals een informele lunch die iedereen belangrijk vond voor de connectie en erin wilde houden. Bij iedereen werd het laagdrempeliger om continue vragen te stellen online. Echt vernieuwend was om mensen juist om feedback te vragen ipv ze alleen op te leiden. Dit was de ‘teach-back’. Het 3P model helpt om dit soort ideeën boven te krijgen. Ik denk dat het Juke-box model stimuleerde om te denken over een mentor-buddy systeem.

Bij het tot stand komen van een nieuw ontwerp bleek wel wie de eigenaren waren van deze opleiding. Nieuwe ideeën zijn vrij uitgebreid besproken en vergeleken met de oorspronkelijke opzet. Dit leidde tot een herformulering van de doelen waarbij de doelen minder kennisgericht werden ingestoken en meer op netwerken en weten waar je terecht kunt met vragen. Niet altijd zijn alle gebrainstormd ideeën beter of praktischer. Echter, de belangrijkste innovaties kwamen wel in het ontwerp, zoals het stimuleren van een mentor systeem, teach-back en faciliteren van een leergroep die elkaar helpt.

De uitdagingen 

Er blijven een aantal uitdagingen over zoals het online faciliteren, het meenemen van de inhoudsdeskundigen in deze nieuwe manier van opleiden en ook het kiezen van een geschikt platform. Er zijn wel wat platformen in de organisatie beschikbaar maar niet een duidelijk LMS. Dit wordt nog een zoektocht naar de handigste tools.

kip of ei – tool of didactiek

Sommige docenten beginnen hun eigen zoektocht om sociale media te koppelen aan leren in de klas. Anderen laten zich graag eerst eens inspireren door goede voorbeelden van collega’s. Weer anderen zien vooralsnog vooral de negatieve zijde van sociale media: cyberpesten, negatieve berichtgeving over de school, verstoring van les. Het gevoel ‘iets te moeten en willen met sociale media’ overheerst echter wel. In de afgelopen paar maanden hebben we zo verschillende keren kunnen werken met docenten van ROCs.

Een poll in de les met Kahoot om begrip van de lesstof te toetsen. Een interactieve powerpoint met Nearpod om tijdens de presentatie ook de interactie te bevorderen. En een Padlet waar leerlingen goede links verzamelen over het thema dat in de komende les centraal staat. Social media zouden vervlochten moeten zijn met het onderwijs. Naast leren omgaan met handige online tools is het ook van belang dat docenten online toepassingen kunnen bedenken en ontwerpen die bijdragen aan een krachtige, contextrijke leeromgeving.

Van tool naar lesontwerp

Veel docentendagen omtrent het gebruik van sociale media richten zich op tools: Mentimeter, TodaysMeet, Nearpod, Kahoot, EdPuzzle. Noem het maar! De tools op zich zijn vaak overzichtelijk, makkelijk in gebruik. De kip? De kunst is het bedenken van een goede toepassing, het ei? Hoe kom je tot een lesontwerp waarbij sociale media als hulpmiddel dienen om je didactische doelstelling te behalen?

Leerlingen vragen zich op de komende les voor te bereiden door een video te bekijken en daar hun vragen al bij te formuleren;

 

Een digitaal spreekuur op woensdagavond, een paar dagen voor de wiskundetoets. Op een discussieplatform waar leerlingen ook elkaar kunnen helpen.

 

In kleine samenstelling werken leerlingen aan een quiz over de lesstof. In de les maken ze elkaars quiz en bespreken ze de vragen en antwoorden.

Waar begin je: tools of didactiek?

Wanneer het gebruik van sociale media wat is ‘aangeplakt’ aan de bestaande lesopzet, dan hebben leerlingen dat snel door. De tool kan een doel op zich worden en minder het middel om iets te bereiken. Hier ligt de kracht van een didactisch model: geïntegreerd ontwerpen van een lesopzet met verscheidende elementen (e.g. online leren, groepswerk, persoonlijke leerlijn). Het TPACK model is hier een goed voorbeeld van, maar er zijn meer modellen die ondersteunend zijn bij het ontwerpen van online of ‘blended’ leren.

Absorb – Do – Connecteen model ontwikkeld door William Horton om te stimuleren dat online leren een sterke verbinding maakt met toepassing in de werkpraktijk.

Het ARCS model van John Keller, dat vier factoren beschrijft die kunnen bijdragen aan het werken met gemotiveerde deelnemers: Attention, Relevance, Confidence en Satisfaction.

Het 3P Learning Model richt zich op het stimuleren van sociaal leren, waarbij de drie P’s staan voor Participation. Personalization en Knowledge Pull.

Ik geloof er wel in dat je zowel bij de tool als bij de didactiek kunt beginnen. In die zin is er geen antwoord te geven op de kip-ei vraag. Wel merk ik dat ik in mijn aanpak steeds vaker begin bij de didactiek, de behoefte die je hebt om je lessen te versterken, de meerwaarde die je ziet met online toevoeging. Om vervolgens te kijken naar de tools die er zijn, en de tools die hier geschikt voor zijn. Op die manier vinden de tools gelijk een soort ‘plek’ in die praktijk.

Inspiratiebronnen: 5 x 5 filmfestival

Nog geen gebruik maken van sociale media in de les heeft vaak ook te maken met onbekendheid: wat kan de meerwaarde zijn, wat zijn succesfactoren, waar moet ik aan denken, hoe betrek ik leerlingen? Er is een veelheid aan bronnen en bloggers beschikbaar op het web. Toch heb ik het gevoel dat slechts een bepaald deel van de docenten deze bronnen al makkelijk weet te vinden. Bij een van de ROC’s hebben we geëxperimenteerd met een passende vorm om docenten in de mood te brengen en te verleiden na te gaan denken over meerwaarde en mogelijke toepassing: het 5 x 5 filmfestival.

In de aanloop naar ‘de dag van de digitale didactiek’ hebben we de docenten in anderhalve week tijd om de dag een filmpje aangeboden ter inspiratie. Vijf keer een filmpje van vijf minuten. Met bij elk filmpje een vorm om met elkaar al wat van gedachten te wisselen. Hier kun je de omgeving bekijken die we daartoe hebben ingericht.

En nu?

Als het je lukt om docenten te enthousiasmeren en de waarde van ‘online’ in te zien, dan komt de volgende fase… het daadwerkelijk gaan gebruiken in het werk. De volgende dag dient het dagelijkse werk zich weer aan. Docenten hebben over het algemeen een volle agenda, en experimenteren en herontwerpen behoren al snel tot de avonduren. Wat zijn geschikte vormen om de toepassing in de praktijk te stimuleren en ondersteunen? Een paar ideeën:

  • Een groep docenten die er voor voelt om te experimenteren met ‘een tool per maand’;
  • De oogst uit de praktijk delen op een online platform (blog) of na een bepaalde periode verzamelen en delen op een docentendag en/of in een boekje;
  • Werken met een klein groepje docenten die als taak hebben om een keer per maand een ervaring op te halen uit de praktijk. Om deze vervolgens te vangen in een video of blogverhaal.
  • Een vak of lessenreeks echt gaan herontwerpen, waarbij je met behulp van een ontwerpmodel een nieuwe slag gaat maken: hoe verbindt je online aan vakinhoud en didactiek?
  • Experts of digi-coaches beschikbaar die vlot kunnen ondersteunen bij technische en toepassingsvragen.

Zelf vind ik deze ideeën elkaar met name aanvullen, waarbij ik sterk geloof in de kracht van herontwerpen. Ruimte en stimulans vanuit de organisatie om tot een herontwerp te komen. Daar in een bepaalde tijdsperiode aan werken, met betrokkenheid van meerdere docenten. De nieuwe vorm goed communiceren naar leerlingen om op die manier de start van het betreffende vak al anders neer te zetten. Tussendoor experimenteren met tools en leuke ideeën uitwisselen en succeservaringen opdoen. En als organisatie daarover blijven communiceren zodat andere docenten op de hoogte bijven, ook geïnspireerd raken en kunnen aanhaken als ze belangstelling krijgen. De kracht van de waterdruppel!

Hoe zit het hierbij met de kip en het ei? Gebruik het vooral als metafoor en reflectie op de aanpak die je voor ogen hebt. Beiden hebben aandacht nodig 🙂 Waarbij ik van mening ben dat de eieren uiteindelijk belangrijker zijn. Het kan uitstekend werken om een zestal verschillende sociale media tools in de vingers te hebben, om vervolgens je aandacht te richten op de nieuwe kunst van de digitale didactiek: hoe ontwerp en begeleid ik het gebruik van online leren in de les? Zonder eieren hebben we straks geen kippen meer…

Hoe werkt het kip en ei verhaal in jouw praktijk en aanpak?

(Bijna) alles over video voor leren

Januari was onze themamaand #videoleren voor de Ennuonline twitter tips. In deze blogpost geef ik een overzicht van dit interessante thema. Er is veel aandacht voor video en multimedia online, tenslotte nadert Youtube 300 miljoen kijkuren per dag…Gemma Critchley verwoordt het belang van emoties bij leren: “people will forget what you said but they will not forget how you made them feel”. Een mooie quote op de Learning en Technologies conferentie vond ik daarom “online leren lijkt soms emotieloos en video vult dat gat“. Dat verklaart voor een deel de aandacht voor het medium. Video is daarmee een intrigerend medium voor leren- populair en tegenwoordig met smartphones is het binnen ieders bereik om te filmen. Hoe kun je hier gebruik van maken? Eerst een overzicht via een publieke mindmap van de onderwerpen die ik van belang vind bij ‘video voor leren’

 

Aan de ene kant een praktische invalshoek die gaat over het zoeken, bewerken en maken van video’s voor leersituaties. Aan de andere kant is er een strategische invalshoek over de veranderingen in leren op gang gebracht door het feit dat er zoveel videos beschikbaar zijn om van te leren/ te imiteren en iedereen zijn eigen video kan maken en op youtube of vimeo kan zetten.

Veranderingen in leren en opleiden

Ook apen leren inmiddels van een how-to video dus kunnen wij eigenlijk niet achter blijven… Je kunt heel veel tegenwoordig zelf leren door het volgen van instructie videootje of een MOOC. Een stropdas strikken? Dat staat bij ons open op Youtube. Maar behalve het zelf leren wat een boost krijgt door video is het ook een middel wat macht geeft nu het maken van een video met telefoon en op Youtube zetten binnen ieders bereik ligt. Seth Godin verwoordt het mooi video is driving culture‘ en ‘this culture-driving ability now belongs to everybody who can make a video that the right people choose to watch’. Jasmin Patheja, is de initiatiefneemster van het Blank Noise project (in India), wat eve-teasing (soort seksuele intimidatie) tegen gaat door filmpjes online te zetten. Zo hebben ze een hele movement gecreëerd.  Zie hier hun blog. Binnen onderwijs en opleidingen wordt ook veel meer gedaan met video. Hierbij is de didactische aanpak een uitdaging, een voorbeeld van didactische benadering is het ‘Flip the classroom’. Bekijk Salman Kahn’s TEDtalk Let’s use video to reinvent education. Hij heeft een duidelijke visie verwezenlijkt in de Khan Academy. Zo verandert door video de rol van de leraar of training. In plaats van uitleggen van theorie kun je naar video’s verwijzen en je daardoor veel meer richten op de praktijk, verdieping of individuele ondersteuning.

Een aantal interessante blogposts en linken:

Video’s zoeken, inkorten, pimpen en bewerken

Het is al een kunst om goede video’s te zoeken. Een idee is om als je een stukje op televisie ziet wat je kunt gebruiken meteen terug te zoeken. Ken je de LinkedIn groep 101 filmfragmenten? Hier helpen mensen elkaar de goede filmpjes te vinden. Bij sommige fragmenten kun je die meteen op Youtube vinden, zie mijn voorbeeld over de hamburger van Remi bij Expeditie Robinson. Er zijn nu ook allerlei tools waarmee je inhoud aan bestaande video’s kunt toevoegen, bv. vragen. Zaption is zo’n tool waarmee je op een bepaald moment een vraag kunt stellen die kijkers moeten beantwoorden voordat ze verder kunnen met de video.

    •  Goede bronnen voor video zijn Youtube, maar ook Teachertube en Tedtalks
    • Je kunt stukjes knippen uit een Youtube video met Tubechop
    • Je kunt een dialoog starten met Vialogues, of een les rond een video met TedED
    • Met Educanon kun je ook informatie toevoegen aan een video, en met Thinglink linken. Je kunt ook simpelweg Google forms gebruiken om een video te laten bekijken en reacties te verzamelen, dit is met name handig als je wilt dat mensen geen account hoeven aan te maken (dit moet wel bij veel andere sites).
    • Met huzzaz of youtube kanaal kun je een video lijst maken over een bepaald onderwerp. In onderstaande video uitleg over huzzaz.

Video’s produceren

Om zelf video’s te maken heb je keuze uit professioneel of ‘the beauty of imperfection’. Het voordeel van de amateur filmpjes is dat ze spontaan zijn, laagdrempelig en goedkoop. Hier is natuurlijk heel veel over te zeggen over het produceren van video’s. Voor deze blog volsta ik met het onderscheid tussen screencasten (filmpje van je computerscherm maken), on-the-fly videos (amateur kwaliteit maken met iphone, ipad of simpele camera), professionele video’s, weblectures en livestreamen (een bijeenkomst online laten volgen door mensen die er niet bij zijn). Natuurlijk zijn er ook nog vlogs, videoblogs zoals het vlog van meneer van Empel. Ik vergeet bijna dat er ook nieuwe tools zijn waarmee je snel een animatiefilmpje kunt maken zoals powtoon. Een aantal startbronnen als je in 1 van deze onderwerpen wilt duiken:

Video in meetings: webinars en videoconferencing

Bij bijna alle webinar software, Google Hangouts en ook skype  kun je gebruik maken van video in je online meetings en workshops.

Innovatieve toepassingen

Als laatste nog een paar innovatieve toepassingen en vragen over hoe video onze wereld verandert.

  • Augmented reality videos
  • Met drones is alles te bekijken. Het filmen van de Dom in Utrecht is verboden per drone maar leverde wel het mooie onderstaande filmpje op. Wat is het effect van drones? hier een les over de dilemmas

Vul aan als je nog meer mooie bronnen kent! Of grasduin op ons Pinterest board over leren van video’s

Hoe werkt deze puzzel? Ontwerpprincipes als kader bij online leren.

Principes geven ons richting en houvast. Ze voorkomen dat we gaan zwemmen. En ze geven ons ruimte voor creativiteit en vernieuwing. Je maakt er impliciet gebruik van, normaal gesproken denk je niet zo expliciet na over je eigen principes. Het denken in principes kan echter een heel krachtige manier zijn om een ontwerp richting en vorm te geven. Zeker bij samen ontwerpen kan het een kader of leidraad bieden waar je je samen aan wilt houden.

Ik las net de blog ‘Pim-Pam-Petten met ontwerpprincipes‘ van Mariel Rondeel. Prachtig hoe uit hun experiment naar voren komt dat principes bepalen hoe een ontwerp er uiteindelijk uitziet. En dat je invloed hebt op de principes die je hanteert. Mits je je bewust bent van de principes waar je in gelooft! Ga je vanuit een ‘gap-benadering’ ontwerpen, dan komt je tot een andere aanpak, dan wanneer je uitgaat van het ontwikkelen van talenten.

Wat zijn principes waar ik in geloof en die ik hanteer bij het ontwerpen van online en blended leren? Om deze principes te expliciteren werkt het voor mij om een concreet voorbeeld te nemen: de leergang ‘Leren en Veranderen met Nieuwe Media‘.

1. Leren start bij persoonlijke energie

Mijn aanname is dat mensen in beweging komen als ze energie voelen om ergens aan te gaan werken. Omdat ze ergens door geraakt zijn, persoonlijk betrokken zijn, iets voor elkaar willen krijgen wat zij van waarde en betekenis vinden. In essentie hebben we allemaal een bepaalde nieuwsgierigheid, de wil om iets te leren, onder de knie te krijgen.

Wat is jouw vraag, focus? Wat wil jij voor elkaar krijgen? Online leent zich uitstekend voor het expliciteren van deze persoonlijke ambities (in foto’s, tekst, met een illustratieve video). Hierover onderling uitwisselen zorgt vaak voor eerste verbindingslijntjes (‘dat herken ik’), en vragen van anderen helpen je beeld aanscherpen.

2. Online leren heeft verleiding nodig

Hoe zorg je dat mensen er ‘in’ stappen? Om een nieuwe, lastige situatie in je werk kun je wellicht niet heen. En een leerzame ontmoeting met een paar collega’s dient zich vaker aan. Hoe verleid je mensen om naar de online plek te gaan? Dan moet het daar interessant, uitnodigend, bijzonder, waardevol, leuk zijn. Boeiende inhoud, verrassende vragen, interessante mensen. Een ontmoetingsplek. Een plek waar je met een kleine bijdrage al meedoet. Een ‘plek der moeite’?

De kunst is uit te vinden hoe dit er voor de mensen uitziet met wie je gaat werken. Wat spreekt het aan? Wat willen zij graag tegenkomen? Is dat een gedegen wetenschappelijk artikel? Een goed gevulde bibliotheek? Of een paar makkelijke manieren om met anderen in contact te komen? Een experiment waar je zo aan kunt beginnen?

3. Online leren gaat over verbinden

We zoeken allemaal naar verbinding. Leren is een sociaal proces. En er zit heel veel diversiteit in een groep mensen. Diversiteit in aanpak, in expertise, in leerstijl. Online leren leent zich uitstekend voor het benutten van die diversiteit. Hier is echter wel een bepaalde sfeer van vertrouwen en veiligheid voor nodig. Zorg ervoor dat mensen elkaar online leren kennen. Laat ze persoonlijke ervaringen uitwisselen. Biedt ze de gelegenheid om al in het begin samen iets te beleven.

In het eerste online blok van een leergang krijgen deelnemers in kleine groepen de vraag om een social media tool te kiezen waar ze nieuwsgierig naar zijn. Om deze tool vervolgens zo onder de knie te krijgen dat ze andere groepen er iets over kunnen vertellen. Men gaat contact zoeken, experimenteren, van gedachten wisselen om uiteindelijk met een klein eindproduct te komen.

4. Online leren: ‘elkaar verder helpen’

Anderen helpen je verder. Hoe waardevol is het om feedback te ontvangen van mensen in wie jij gelooft dat ze je verder kunnen helpen? Online leent zicht uitstekend voor het zichtbaar maken van stappen en vorderingen in je leerproces. Je kunt heel gericht anderen uitnodigen om daar stukjes in mee te maken, met je mee te lopen, je te voorzien van reactie.

Het werkt bijvoorbeeld heel krachtig om mensen gedurende een langer leertraject te laten bloggen over toepassing in de praktijk: een casus, een project, een onderzoek. Wat kom je tegen, wat heb je geprobeerd, wat zijn kleine successen, wat is een waardevol inzicht, wat zijn belangrijke vragen waar je voor staat? Voor collega-deelnemers een prachtige manier om je leerproces te volgen en met je mee te denken en voelen gedurende het proces.

5. Online leren is samen uitvinden en maken

Online kun je een groot beroep doen op het vermogen van ons mensen om zelf te zoeken, te verkennen, te combineren en iets moois te maken. Online heb je het hele internet en al je netwerken binnen handbereik! Laten we dat benutten. Want wat een rijkdom. Daar komt bij dat het energie geeft om met elkaar iets te maken. Onze expertise bundelen en het exploreren en verkennen omzetten in iets ‘tastbaars’.

Denk eens aan de volgende vorm: je reikt deelnemers een casus aan en een aantal ontwerpbenaderingen. De vraag aan de deelnemers is om 1 ontwerpbenadering te kiezen en daarmee voor de casus een ontwerp te maken. Ze dienen eerst online op zoek te gaan naar achtergrondinformatie over de ontwerpbenadering (waarbij je ze een paar goede vertrekpunten kunt aanbieden), om uiteindelijk te komen met een visuele ontwerp wat aan andere groepjes getoond kan worden.

Zo. Die staan.

Fijn dat ik deze vijf principes wat explicieter heb kunnen maken. Want dat heeft het schrijven van deze blog me in ieder geval al opgeleverd: meer zicht op het raamwerk dat ik toch grotendeels impliciet hanteer. Ik heb overigens nog een paar principes te beschrijven, maar dat komt in een volgend blog. Ik ben benieuwd of het lezen van deze blog jou ook aan het denken heeft gezet over principes? Wat is 1 principe die voor jou belangrijk is bij het ontwerpen van online leren? Ik ben heel benieuwd!

5 redenen om niet online te gaan als procesbegeleider of trainer

We werken steeds meer online, maar binnen aan het werk als begeleider van teams, organisatieverandering of facilitator kun je nog steeds focussen op face-to-face activiteiten. Hierbij 5 goede redenen om NIET online te gaan:

1. Je deelnemers hebben liever face-to-face contact

Veel mensen zeggen dat ze het liefst bij elkaar komen. Uiteindelijk is dat het gezelligst toch? Wie weet dat je door een online voor- of natraject wel gedwongen zou worden om langer met het onderwerp bezig te zijn en je ook nog echt te gaan interesseren en focussen op wat je zelf wilt leren. Makkelijk is dan een bijeenkomst die je lekker in je agenda kunt zetten en waar je achterover kunt gaan leunen.

2. Je wilt je agenda graag vol met bijeenkomsten dat maakt het overzichtelijk

Stel je voor dat je online moet gaan organiseren, dan moet je meer tijd achter je computer doorbrengen. Dan is face-to-face contact makkelijker en overzichtelijker want dan kun je je week volplannen. Online vraagt meer van je capaciteiten om je werk te organiseren. Je zou dan flexibeler moeten worden met je werk inplannen. Dat zou de vrijheid geven om ook je privé activiteiten makkelijker in te plannen.

3. Alleen face-to-face kun je het vertrouwen opbouwen voor echte gesprekken

Echte goede gesprekken vinden alleen face-to-face plaats. Online is maar een substituut voor face-to-face contact, van veel minder waarde. Wel gek inderdaad dat mensen steeds meer online daten en op de hoogte blijven via facebook en whatsapp groepen. Dat is ook alleen maar oppervlakkig contact en kan niet veel invloed hebben. Echte belangrijke gesprekken vinden face-to-face plaats en niet in chat. Online zou je niets gedaan krijgen en geen invloed hebben. Gek dat politici zoveel investeren in aanwezigheid op Twitter toch?

4. Je werkt niet met jongeren

Als je met jongeren zou werken zou je wel meer online gaan doen. Jij werkt veel met 40+ ers en die zijn heel weinig online en helemaal niet handig. E-mailen gaat nog net. “Don’t teach old dogs new tricks”. Gelukkig maar dat jij met ouderen werkt dan hoef je ook niet met de ontwikkelingen mee te gaan. Doen ouderen ook niet.

5. Je hebt geen feeling met techniek

Als je meedoet met een webinar gaat er altijd wel iets mis in de techniek. Al die virussen op je computer. Het is een goede reden om daarom ver te blijven van online faciliteren. Voor je het weet wordt je verantwoordelijk dat de techniek goed loopt. Stel dat er iets mis gaat dan kun je toch niet gaan improviseren? Dat is geen onderdeel van je vak toch?

Maak je eigen filmpjes!

Je komt ze al regelmatig tegen, video’s waarin iemand zich presenteert of uitleg geeft over een product of model. Joitske en ik maken ook af en toe zo’n filmpje, Joitske is er iets bedrevener in dan ik. Een filmpje met een korte instructie over een online omgeving, een filmpje over een product dat we onder de aandacht willen brengen, een filmpje van een presentatie die we deelnemers online laten bekijken zodat we in de bijeenkomst gelijk aan de slag kunnen. Er zijn allerlei toepassingsmogelijkheden te bedenken. Wellicht komen er voor jouw werk nu ook allerlei ideeën op?

Het ene filmpje is echter niet het andere. Ik zie veel verschil in kwaliteit. En dan doel ik niet op de professioneel gemaakte filmpjes. Ik hou juist wel van de filmpjes die je echt zelf kunt maken. In de afgelopen tijd heb ik echter geleerd dat je heel veel zelf kunt doen om beter contact te maken met je publiek, ontspannen in beeld te komen en je boodschap sterker over te laten komen. Ik heb meegedaan aan een online training “videovisitekaartje‘, verzorgd door de Presenterswebacademy, specialist in webcampresenteren. En dat was heel leuk en absoluut de moeite waard!

In deze blog een kort interview met Judith de Bruijn, een van de initiatiefnemers van de Presenterswebacademy. Ik stelde haar de volgende vragen:

  • Waar komt je idee voor een online training in het maken van filmpjes vandaan?
  • Hoe werkt het? Wat is de kracht?
  • Welke toekomst zie jij voor filmpjes?
  • En als tipje van de sluier… wat wil jij de lezer meegeven die na het lezen van de blog aan de slag wil met het maken van een filmpje?

Natuurlijk is het interview in de vorm van een filmpje hier te vinden :-). Een Skype gesprek opgenomen met Screencast-o-matic. Wat gelijk weer een mooie ervaring op zich was.

Joitske heeft ook meegedaan en haar eindproduct vind je in de slider op de eerste pagina van onze website. Bovendien heeft ze een filmpje gemaakt waarin ze vertelt hoe zij de online training heeft ervaren. Hier kun je die vinden. Als je de smaak eenmaal te pakken hebt… pas maar op!