Navigate / search

Data is mooi!

Ik heb het boek ‘Big learning data‘ gelezen. Ik heb wel iets met cijfertjes en vond wiskunde leuk en makkelijk. De zomergasten met Ionica Smeets was geweldig – zij maakte duidelijk dat alpha’s wel graag doen alsof cijfers iets voor nerds is maar dat het cruciaal is voor iedereen. Zelf denk ik dat het alleen nog maar belangrijker wordt met big data beschikbaar. Mocht je nog willen puzzelen is hier een wiskundig raadsel van Ionica Smeets met de oplossing.

Learning data is een nieuw onderwerp – maar groot, breed en nog volop in beweging. In het boek refereren ze naar de skill set van learning professionals gemeten door 1000 self-assessments. Data interpretation was een van de laagst scorende vaardigheden bij learning professionals (learning professionals zijn trainer, docenten, opleiders etc). Veel hoger scoorde presenteren, faciliteren, etc. Met andere woorden, docenten, trainers en facilitatoren zijn meestal niet de eersten die in cijfers duiken. De meeste beta’s worden geen learning professional.

Wat is learning analytics?

Learning analytics is een nieuw onderwerp en gaat over het gebruik van data om leren en leerprocessen te verbeteren. In de cartoon hierboven zie je bv. dat de waarzegster facebook gebruikt als informatie om iets te zeggen over de toekomst. Slim van haar natuurlijk :). Je kunt als learning professional nu veel meer doen met data (informatie) online dan bij face-to-face omdat er allerlei ‘digital trails’ ontstaan online. Dit kan zijn binnen een besloten leeromgeving maar kan ook zijn publiek online, bijvoorbeeld doordat je deelnemers op Twitter zitten. Het boek gaat vooral in op het gebruik van big data in organisaties om het leren te ondersteunen, mn grootschalige data. Wat ik mis in het boek waar je nu praktisch start binnen een organisatie, al zou je kunnen beginnen met een training dashboard waar je systematisch gegevens verzamelt. In dit blogbericht zal ik proberen het eens klein en praktisch te maken door te kijken naar 3 niveaus:

  1. het niveau van je eigen leernetwerk online (ook wel personal learning network PLN genoemd)
  2. het niveau van een online cursus of leergang
  3. het niveau van een organisatie

Ik denk namelijk dat je aan de ene kant soms data beschikbaar hebt die je (nog) niet gebruikt als professional. En aan de andere kant zijn er nieuwe tools die je kunt gebruiken om data te gaan verzamelen.

Niveau 1: het niveau van je Personal Learning Network (PLN)

Op het niveau van je eigen netwerk online kun je heel veel meten, afhankelijk van wat je doelen zijn. Zie het als een vorm van feedback. Zo kun je bijvoorbeeld het aantal retweets meten op Twitter. We hebben het @en_nu_online account op twitter. Daar volg ik het aantal retweets van met als doel te kijken hoe de tips aanslaan. ik doe dit vooral door in Hootsuite een kolom aan te maken met ‘my tweets, retweeten’. Elke maand probeer ik de totalen te verzamelen en in een excel sheet te zetten. Zo was in de zomer het aantal retweets lager. Het valt met op dat hele praktische tweets veel geretweet worden – dit helpt om gerichter te kiezen welke tips je gaat delen. Ik denk zeker dat mijn keuze in tweets beïnvloed is door het volgen van het aantal retweets. Zie ook mijn blogpost ‘Volg niet je aantal volgers maar je mentions en retweets‘. Nieuw bij Twitter is dat je ook analytics kunt aanzetten. Ik heb dit gisteren gedaan en je krijgt erg veel informatie over je tweets. Meer hierover kun je lezen op de blog van Frankwatching. Ook kwalitatief kun je monitoren, bv kijken via een Twitter search wie er allemaal iets over een bepaald onderwerp zeggen.

Niveau 2: het niveau van een online cursus of leertraject

Voor de leergang ‘leren en veranderen met nieuwe media‘ gebruiken we een online platform, een Ning platform. Binnen dit platform kun je ook gebruik maken van data. Je kunt bijvoorbeeld zien welke onderwerpen veel antwoorden kregen. Wij gebruiken dit soort informatie als we blokken gaan door ontwerpen. Maar behalve het aantal antwoorden kun je ook het aantal views zien (weergaven). Ik gebruik deze informatie als er naar mijn zin weinig reacties zijn. Soms lezen mensen wel maar is het nog wel een zwaar onderwerp om even snel te reageren. De meeste platformen hebben wel data, en wil je meer dan zou je gebruik kunnen maken van Google Analytics. Meer kwalitatief kun je bv. analyseren met een woordenwolk (eg. wordle of tagxedo) wat de belangrijkste termen uit een discussie waren. In Moodle kijk ik vaak welke mensen de afgelopen 5 dagen niet hebben ingelogd.

Niveau 3: het niveau van een organisatie of netwerk

Op het niveau van een organisatie of school wordt het wel wat complexer. Kun je voor het monitoren van je eigen netwerk of een cursus nog wel zelf bekijken wat je zou kunnen analyseren, binnen een organisatie of school wordt het wel echt een project heb ik het idee omdat je ook moet gaan kijken naar de performance data en dashboards die er al bestaan. Het mooiste is als je een link kunt maken tussen functionering en beoordeling en opleiding/ informeel leren. Wie kan er welke rol spelen? Denk hierbij de Research en development, Leren en opleiden (HRD), Data scientists en management.

Misschien is een goed begin binnen een organisatie of school om te kijken wat je eigenlijk al aan data gebruikt. Soms kan het verzamelen in een excell sheet als een grote stap zijn. Daarnaast kun je nadenken over een organisatievraagstuk waar je wel meer inzicht in zou willen hebben. Hoe kun je nu systematischer data gaan verzamelen om een stap verder te komen in dit vraagstuk? Dus begin bij een vraagstelling. Eigenlijk vind ik het boek ‘measuring the networked non-profit’ van Beth Kanter en Katie Delahaye Paine  daar een praktischer boek voor dan ‘big learning data’. Zij zeggen ook ‘deciding what to measure is 90% of the process‘.

Overigens heb ik een exemplaar van het boek big learning analytics over dus als je dit boek wilt winnen kun je hieronder een reactie geven met de manier waarop jij data gebruikt voor het monitoren van je leernetwerk, je cursus of binnen je organisatie.

Tags: analytics, learning

5 redenen om niet online te gaan als procesbegeleider of trainer

We werken steeds meer online, maar binnen aan het werk als begeleider van teams, organisatieverandering of facilitator kun je nog steeds focussen op face-to-face activiteiten. Hierbij 5 goede redenen om NIET online te gaan:

1. Je deelnemers hebben liever face-to-face contact

Veel mensen zeggen dat ze het liefst bij elkaar komen. Uiteindelijk is dat het gezelligst toch? Wie weet dat je door een online voor- of natraject wel gedwongen zou worden om langer met het onderwerp bezig te zijn en je ook nog echt te gaan interesseren en focussen op wat je zelf wilt leren. Makkelijk is dan een bijeenkomst die je lekker in je agenda kunt zetten en waar je achterover kunt gaan leunen.

2. Je wilt je agenda graag vol met bijeenkomsten dat maakt het overzichtelijk

Stel je voor dat je online moet gaan organiseren, dan moet je meer tijd achter je computer doorbrengen. Dan is face-to-face contact makkelijker en overzichtelijker want dan kun je je week volplannen. Online vraagt meer van je capaciteiten om je werk te organiseren. Je zou dan flexibeler moeten worden met je werk inplannen. Dat zou de vrijheid geven om ook je privé activiteiten makkelijker in te plannen.

3. Alleen face-to-face kun je het vertrouwen opbouwen voor echte gesprekken

Echte goede gesprekken vinden alleen face-to-face plaats. Online is maar een substituut voor face-to-face contact, van veel minder waarde. Wel gek inderdaad dat mensen steeds meer online daten en op de hoogte blijven via facebook en whatsapp groepen. Dat is ook alleen maar oppervlakkig contact en kan niet veel invloed hebben. Echte belangrijke gesprekken vinden face-to-face plaats en niet in chat. Online zou je niets gedaan krijgen en geen invloed hebben. Gek dat politici zoveel investeren in aanwezigheid op Twitter toch?

4. Je werkt niet met jongeren

Als je met jongeren zou werken zou je wel meer online gaan doen. Jij werkt veel met 40+ ers en die zijn heel weinig online en helemaal niet handig. E-mailen gaat nog net. “Don’t teach old dogs new tricks”. Gelukkig maar dat jij met ouderen werkt dan hoef je ook niet met de ontwikkelingen mee te gaan. Doen ouderen ook niet.

5. Je hebt geen feeling met techniek

Als je meedoet met een webinar gaat er altijd wel iets mis in de techniek. Al die virussen op je computer. Het is een goede reden om daarom ver te blijven van online faciliteren. Voor je het weet wordt je verantwoordelijk dat de techniek goed loopt. Stel dat er iets mis gaat dan kun je toch niet gaan improviseren? Dat is geen onderdeel van je vak toch?

Tips voor samenwerken met inhoudsdeskundigen bij online leren

Ik kwam een keer binnen bij een specialist die mee zou werken aan een webinar. Bij het woord webinar viel hij bijna van zijn stoel van paniek. Hij verklaarde trots “eigenlijk al best moeite te hebben met het maken van een powerpoint“. Omdat hij erkend werd als een specialist op zijn vakgebied had hij er geen moeite mee zich als technofoob te profileren, sterker nog – hij leek er wel trots op! Wat ga je dan doen, toch iemand anders zoeken of ga je door met deze specialist?

Bij het ontwerpen en faciliteren van een online leertraject kan het zijn dat je gaat samenwerken met professionals die vanuit de inhoud meewerken, vaak zonder online ervaring. Een aantal ervaringen en tips uit onze eigen praktijk:

  • Probeer in eerste instantie mensen te zoeken met affiniteit/enthousiasme om online te leren werken om mee samen te werken. Er zijn veel inhoudsdeskundigen met koud water vrees voor online leren en technologie. Start met mensen die enthousiast zijn om het te leren, of al wat ervaring hebben, en dit hoeft lang niet altijd een jonger iemand te zijn. Echter als een deskundige zegt “ik vind een powerpoint maken al een opgave” dan kun je wellicht beter een andere partner zoeken. Deze luxe zul je niet altijd hebben. Als er maar één specialist op een bepaald gebied is zul je daar toch mee moeten werken. En dan geldt:
  • Maak het online makkelijk voor de inhoudsdeskundige. Er zijn veel manieren om het makkelijker te maken, zo kun je bij een webinar samen achter één computer gaan zitten en iemand interviewen. Je kunt ook uitleggen dat jij faciliteert en de chat in de gaten houdt, zodat de expert zich kan concentreren op de inhoud. Je kunt afspreken dat je belangrijke vragen uit een forum elke dag doorstuurt per mail. Zo lukt het iedereen wel om mee te doen.
  • Stel de inhoudsdeskundige gerust. Een expert kan er als een berg tegenop zien omdat het allemaal onbekend is, opeens is hij of zij weer onbekwaam. Je kunt hem of haar gerust stellen door de stappen duidelijk te maken en uitleggen waar online verschilt van een face-to-face presentatie. Neem hier voldoende tijd voor. Een zenuwachtige expert komt de kwaliteit niet ten goede.
  • Oefen met de tools. Het bekend raken met de tools is belangrijk om niet voor rare verrassingen te komen staan, bijvoorbeeld dat de expert niet weet hoe hij of zij de slides moet bedienen of door een firewall niet in kan loggen. Tegelijkertijd kun je iemand enthousiast maken door succesvolle voorbeelden te laten zien.

Een expert kan een verschillende rol hebben, variërend van materiaal aanleveren tot gastspreken in een webinar of mee ontwerpen van het traject. In het laatste geval is het een bekend fenomeen dat inhoudsdeskundige vanuit de inhoud denken en dus vooral met kennisdoelen aan zal komen “ze moeten weten dan…”. Ga dan vooral zelf in gesprek met toekomstige deelnemers om leervragen te onderzoeken. Als je dit niet doet bestaat het gevaar dat je niet voldoende aansluit op de praktijkvragen van de deelnemers.

Lees ook: What everybody should know about working with subject matter specialists en 7 tips for working with subject matter experts.

Heb jij aanvullende tips of ervaringen? Laat het hieronder weten!

Ontwerp een blended leerinterventie in 5 stappen

Ben jij heel bedreven in het ontwerpen van een face-to-face leerinterventie zoals een workshop, teamsessie of training? Je hebt je eigen manier ontwikkeld van ontwerpen en hebt je favoriete werkvormen. Het blijft een creatief proces…

Echter, hoe ontwerp je nu een blended interventie waarbij je zowel online media als face-to-face slim inzet? Er komen opeens veel nieuwe vragen bij zoals: welke tools zijn geschikt, hoe zorg ik dat mensen zich veilig en uitgenodigd voelen om online uit te wisselen, hoe start je online een inhoudelijke discussie, hoe faciliteer je de overgangen? Bij het ontwerp van blended leerinterventies komen meer vragen kijken dan bij face-to-face interventies, neem alleen al de vraag welke online tools je gaat gebruiken. In ons boek En nu online beschrijven we 4 stappen als leidraad bij het ontwerpen van je blended leerinterventies. Inmiddels zijn het er 5 geworden.

Stap 1: Analyseer doelgroep en context
Hoeveel online (leer-)ervaring heeft de doelgroep? Hoe actief zijn ze online privé en professioneel? Wat zijn favoriete media? Hoe vaak gebruiken ze mobiel/tablet/laptop? In hoeverre staan ze open voor nieuwe tools en experimenten? Wat zien zij als mogelijke voordelen van een blended interventie? Kunnen/willen ze zelf de tijd bewaken om online te investeren? Is er ondersteuning vanuit de organisatie voor deelname en voor een blended benadering? Wat zijn voor -en nadelen van een blended benadering?

Stap 2: Maak een ontwerp op hoofdlijnen
Wat zijn belangrijke doelen en principes? Hoe lang wordt het traject? Hoe ga je synchrone en asynchrone activiteiten afwisselen met face-to-face? Richt je je op individueel of groepsleren? Wat wordt de belasting voor deelnemers en zijn er verschillende niveaus van participatie? Ga je mensen van buiten uitnodigen? Wat is de balans tussen Absorbing/Doing/Connecting? In hoeverre ligt het programma en leerdoelen vast of wordt het co-creatie met deelnemers? Welke multimedia wil je inzetten? Maak je goed gebruik van de voordelen van online en face-to-face in je ontwerp? Hoe ga je evalueren?

Stap 3: Definieer leeractiviteiten
Wat worden de specifieke face-to-face en online activiteiten en waarom? Welke werkvormen ga je kiezen? Hoe zorg je voor een aantrekkelijk programma? Hoe is de samenhang tussen de activiteiten? Hoe hou je het overzichtelijk?Wat wil je dat er bij elke activiteit gebeurt of ontstaat? Welk ritme ga je inbouwen in je activiteiten (bv. wekelijks een webinar)? Begin je online of face-to-face? Is er voldoende afwisseling in werkvormen, en verschillende media?  

Stap 4: Selecteer platform en tools
Is er al een platform beschikbaar en waar hebben deelnemers al ervaring mee? Ben je zelf bekend met het platform of de software? Zijn er alternatieven? Kies je voor 1 platform of een verscheidenheid aan media of tools? Kies je voor open (publieke) of gesloten (password-protected) media of een combinatie? Zijn tools via laptop, tablet en smartphone bereikbaar? Zijn er mogelijke firewall issues? Wat zijn de risico’s? Hoe kun je platform en tools testen?

Stap 5: Organiseer de online facilitatie
Wie gaan er online faciliteren? Zijn dit dezelfde personen als face-to-face? Is er een taakverdeling? Hoe vaak en snel gaan ze reageren? Hoeveel tijd kost het online faciliteren? Hoe begeleid je de online start en het wegwijs raken in de omgeving of met de tools? Is er technische ondersteuning? Wat zijn belangrijke faciliteermomenten? Wat zijn mogelijke valkuilen? Hoe faciliteer je de overgangen tussen face-to-face en online? Wat doe je als mensen afhaken? 

Meer lezen over het ontwerp van blended leerinterventies?

Ook een blended of online leerinterventie ontwerpen? Dit kan zijn een webinar, een les, een workshop, een teamsessie of een langer leertraject. Kom op 11 april naar onze workshop in Utrecht!

Hoe neem je anderen mee in het gebruik van nieuwe media? 7 verleidingstips

Kennis die aanwezig is in de organisatie beter benutten. Slimmer gebruik maken van online beschikbare informatie. De afstand tussen medewerkers verkleinen. Meer voor elkaar krijgen als team door online samenwerken. Zichtbaarheid geven aan de talenten van medewerkers en de kracht als organisatie.

Dit zijn allemaal doelen waaraan je kunt werken middels de inzet van nieuwe media. Dat zie jij helemaal voor je. Maar hoe krijg je die collega, dat teamlid of die manager mee? Om iets voor elkaar te krijgen heb je anderen nodig. Het succes van een nieuwe aanpak, benadering, project, verandering, staat of valt met samenwerking. Wat kun je doen, zeggen, laten zien? In de praktijk blijkt dat anderen enthousiast maken over nieuwe media niet altijd zo vanzelfsprekend gaat. Het vraagt soms om slimme verleidingenstrategieën, doorzettingsvermogen en durf.

Hier volgen 7 tips voor het verleiden van anderen om met je mee te doen:

  1. Je eigen enthousiasme tonen en de ander vragen je te ondersteunen: ik heb jou echt nodig om dit voor elkaar te krijgen. Bijvoorbeeld: je wilt nu echt eens die Yammer-chat organiseren want je gelooft er helemaal in dat je op die manier waardevolle input verzameld voor het jaarplan 2014. Bovendien geef je daarmee een nieuwe ‘swung’ aan Yammer. Je hebt de manager nodig om het thema sterk neer te zetten in de organisatie.
  2. Een voorbeeld geven van een positieve ervaring met nieuwe media en daarop voortborduren in het gesprek. Zouden we hier niet meer van willen? Bijvoorbeeld: Je was laatst op zoek naar informatie over een specifiek onderwerp en je directe collega’s konden je er niet bij helpen. Je had je vraag op Yammer gezet en je kreeg uit vrij onverwachtse hoek heel relevante antwoorden.
  3. Aansluiten bij een paar ‘praktische’ opbrengsten van gebruik van nieuwe media. Bijvoorbeeld: het kan de organisatie aardig wat kosten besparen als werkgroepen zo nu en dan op afstand met elkaar overleggen.
  4. In je eigen werk ergens nieuwe media voor inzetten, waar je vervolgens collega’s bij uitnodigt. Iets kleins en laagdrempeligs wat een meerwaarde heeft voor het samenwerkingsproces. Bijvoorbeeld: Je bent een training ‘feedback’ aan het ontwikkelen en je hebt een speellijst op YouTube aangemaakt waar je krachtige filmpjes over dit thema verzameld. Je nodigt collega’s uit om deze speellijst aan te vullen.
  5. Voorstellen om een klein experiment te doen en daarna in gesprek te gaan over nut en noodzaak. Bijvoorbeeld: Je stelt voor om te experimenteren met het gebruik van nieuwe media in de aanloop naar een teamoverleg. Vanuit je overtuiging dat je ook al veel in de voorbereiding met elkaar kunt doen. Je nodigt teamleden uit om allemaal al brainstormend een aantal evaluatievragen te formuleren, zodat je in het teamoverleg vlot een evaluatieformulier kunt ontwerpen.
  6. Iets voor de ander inrichten of aanbieden, zodat de eerste (vaak technische) stap al genomen is. Bijvoorbeeld: richt voor de manager of je collega een RSS lezer in waar je een aantal voor hem of haar waardevolle websites aan hebt toegevoegd. Informeer regelmatig hoe het werkt en blijf hem of haar voeden door mogelijk interessante websites/blogs onder de aandacht te brengen. Ondersteun bij volhouden! De waarde van veel nieuwe media toont zich pas na enige tijd….
  7. In gesprek over een organisatievraagstuk dat speelt en van belang is voor de betreffende manager of collega. Het begrip ‘nieuwe media’ zoveel mogelijk achterwege laten. Bijvoorbeeld: Je bent betrokken bij een nieuw technisch systeem in de organisatie en je krijgt veel soortgelijke vragen. Het lijkt je waardevol om de betreffende kennis beter te delen in de organisatie en makkelijker beschikbaar te maken. Dit proces zouden we kunnen ondersteunen met…

Wat is een aanpak die bij jou al heeft gewerkt?

In de leergang ‘leren en veranderen met nieuwe media’, die in januari 2014 weer van start gaat, leer je niet alleen over tools en trends, maar ontwikkel je ook enkele verleidingenstrategieën die voor jou en in jouw praktijk werken. Een krachtige leeromgeving voor nieuwe aanpakken en benaderingen!

Allemaal actieve cursisten in jouw online cursus!

Tja; was dat maar waar: alle cursisten in jouw online cursus betrokken, actief, gepassioneerd over het onderwerp, hartstikke leergierig, super gemotiveerd…

We vroegen ons in de online cursus Sociale media voor facilitatoren af, hoe je dit voor elkaar kunt krijgen; “hoe krijg je mensen in beweging online?”. Ik ben daarmee samen met een cursusgenoot aan de slag gegaan en heb deze vraag aan onze medestudiegenoten Online gesteld. En toen maar wachten op reactie….

Nee (natuurlijk niet); ik ben zelf ook maar actief geweest door als eerste aanzet een artikel aan te zwengelen als Food for Thought voor deze discussie: dit artikel beschrijft hoe studenten vaardigheden verkrijgen voor online cursussen en hoe ze dat beleven. Toen de inhoudelijke reacties kwamen ging ik uiteraard als echte facilitator verdere reacties aanmoedigen en vragen stellen om de discussie leven in te blazen, aannemende dat dit effect zou hebben. Joitske voegde in de discussie ook een artikel wat nog meer Food for Thought gaf: teasing_online_readers

Gaandeweg in de discussie dacht ik ook even: “leuk en al, maar heb je nu echt invloed als facilitair? is het niet zo dat als mensen het druk hebben, dan hebben ze het druk?”  Een twijfelmoment dus. Gelukkig heeft iedereen gereageerd en het waren inhoudelijk hele goede bijdragen, ook veel op basis van eigen ervaring. Toen ik alle bijdragen bij elkaar optelde en analyseerde, kon ik een samenvatting geven in de vorm van een Top 10 Tips om mensen in beweging te krijgen / houden online.  Deze lijst is een mengeling van ervaringen van de groep en artikelen die erbij gevoegd zijn.

Nou, daar komt ie, de top 10 tips:

1. Zet hele duidelijke doelen. Laat mensen ook persoonlijke doelen stellen.

2. Stel je vraag heel specifiek en heel gericht.

3. Zorg dat elke discussie een toepassingselement heeft; wat kun je ermee?

4. Het helpt als het resultaat ‘ertoe’ doet.

5. Benoem deadlines en tijdschema.

6. Zorg dat de inhoud op de situatie(s) van de cursist is toegesneden.

7. Zet regels over hoe je discussieert.

8. Zorg voor nieuwe elementen die nieuwsgierig maken.

9. Gebruik videofilmpjes.

10. Geef ruimte om vragen te stellen.

Klinkt het te makkelijk of te algemeen? Heb je je bedenkingen? Voor iedereen die wat meer wil weten, heb ik nog een aparte bijlage Top 10 tips om mensen in beweging te krijgen gemaakt waarin ik alle punten wat praktischer heb gemaakt zodat je er toch echt mee aan de slag kunt.

Mij heeft dit proces in elk geval wat meer bewust gemaakt van de rol die de facilitator op zich kan nemen om cursisten te betrekken en actief te laten zijn. En ben ik over mijn twijfelmoment heen van “misschien heb je wel helemaal niet zo’n invloed”. Dat stemmetje is in elk geval weg. Ik ga in elk geval heldere vragen stellen, heldere doelen stellen, planning erbij, dingen bedenken hoe je nieuwsgierigheid van mensen kunt opwekken, om beweging te krijgen/houden als ik weer een online exercise begeleid.

En als je dit leest en je hebt nog meer tips: voeg het volgnummer 11, 12, 13, etc. toe en geef dit als reactie op deze blog! Alvast bedankt!

Pui Yee – cursist Sociale Media voor facilitatoren – jaargang 2013.

 

9 tips voor interactieve webinars

Een half uur van te voren zijn we al in de online omgeving die we straks gaan gebruiken, in dit geval Adobe Connect. Alles staat klaar: de presentatie, de polls, de chatruimte. Enkele deelnemers kunnen we via de chat welkom heten; zij proberen de technologie alvast uit. Ietwat zenuwachtig, want de technologie blijft een spannend element bij een webinar (lees hier de blog ‘Technostress‘). Wel krijgen we ook dit punt steeds beter in de vingers. Een paar minuten van tevoren bellen we in en kletsen al wat met de eerste deelnemers. Druppelsgewijs groeit de groep tot we met ongeveer 30 mensen zijn. We kunnen van start!

We hebben inmiddels aardig wat ervaring opgedaan met het ontwerpen en begeleiden van interactieve webinars. In online leertrajecten maken we er regelmatig gebruik van (hier lees je over webinars in een online leertraject Het Nieuwe Afrika) en het is ook krachtig in samenwerking met professionals als John Smith, Harold Jarche en Hans de Zwart. We merken dat er om ons heen belangstelling is voor het werken met webinars. Het lijkt een goede manier om e-learning en online leren te ondersteunen. Wel is het belangrijk om onderscheid te maken tussen verschillende typen webinars. Ik zie vier typen webinars, maar dit is absoluut niet uitsluitend hoor! Meer om een indicatie te geven waar je aan kunt denken.

 

Lees verder

Tips bij het online besluiten nemen

De vierde leergang ‘Leren en veranderen met sociale media‘ is net gestart en ik krijg altijd veel energie als ik zie hoe enthousiast mensen zich op het eerste online blok storten. Ze klagen aan de ene kant dat het veel tijd kost maar aan de andere kant steken ze die tijd er ook zelf in! Een opdracht is om in een groepje een tool te kiezen, deze uit te proberen en hierover te presenteren. Nu is het heel lastig om in asynchone online discussies (waarbij je dus niet tegelijk online bent) een groepsbesluit te nemen. In een vergadering doe je een voorstel en je vraagt of iedereen het ermee eens is. Of je gaat stemmen, of verzint iets anders. Eigenlijk kan daar ook al genoeg mis gaan!.

Online is de dynamiek nog gecompliceerder want er moet allereerst iemand zijn die de leiding neemt. Wil je de leiding nemen, dan kun je een voorstel doen maar je weet niet wanneer de anderen het lezen en gaan reageren. Wil je dus heel democratisch werken en wachten op ieders antwoord, dan kan het soms heel lang gaan duren. Het gevaar is hierbij dat je een besluit neemt waar niemand achterstaat.

Er zijn daarom wel wat tips voor het online besluiten nemen:

  • Doe een voorstel en geef een duidelijke deadline voor reacties. Je kunt ook een voorstel doen aan de groep en daarbij duidelijk maken tot wanneer mensen kunnen reageren. Hierbij is het duidelijk dat degenen die niet reageren de mogelijkheid tot inspraak in de beslissing verliezen
  • Gebruik een online poll om meningen te verzamelen. Met een tool als opinionpower of polldaddy kun je snel een online enquete maken. Als je dit tot 1 vraag beperkt kunnen mensen heel snel reageren. Geef opnieuw een deadline voor reacties. Hierdoor weet je beter dan bij het doen van een voorstel hoe de meningen verdeeld zijn.
  • Organiseer een overleg. Het is makkelijker om synchroon (wanneer iedereen tegelijk online is) een besluit te nemen. Je kunt daarom een overleg voorstellen. Wel is het daarvoor weer nodig om een datum te vinden… maar goed daar kun je een Datumprikker voor nemen. Bij het overleg kun je de opties uitgebreid bespreken.

Zoals je ziet is worden de opties steeds democratischer en gaan ook wat meer tijd kosten. Dit is dus vooral iets om af te wegen tegen het belangrijk van de beslissing.

Overigens zijn er ook nog gespecialiseerde online tools die speciaal ontworpen zijn om mn. complexere besluitvormingsprocessen te ondersteunen, een handgreep (er zijn er vast veel meer!):

  • Ideedropper – Dit is een nieuwe tool die werkt als een online ideeënbus binnen een organisatie of traject. Deelnemers kunnen gedurende een bepaalde tijd innovatieve ideeën toevoegen online. Na een bepaalde tijd kan een besluit worden genomen waarbij het besluit online ook zichtbaar is.
  • Weighteddecision – heeft hetzelfde WordPress thema gekozen als wij! Dus dat zal wel een goede beslissing zijn :). Via de matrix kun je een ranking maken van de opties en belangrijke criteria, bv. bij de keuze voor een online platform.
  • Synthetron - hierbij kun je complexere beleidsbeslissingen voorbereiden met een grote groep belanghebbenden.
  • Liquidfeedback – voor referendum online.
  • Powernoodle – is gratis voor kleine groepen. Je kunt hier vragen stellen en mensen uitnodigen om input te geven. Je kunt meerdere sessies opstarten. Op een gegeven moment kun je de vraag sluiten.
  • Uservoice – helpt bij het verzamelen van feedback van klanten (speciaal geschikt voor grote aantallen). 1 forum is gratis.

 

Al onze tweets op een rij

In 2010 zijn we begonnen met het versturen van tips over het gebruik van sociale media voor leren en veranderen. Via Twitter. Elke werkdag 1, en wat een rijkdom is dit bij elkaar! Het leek ons de moeite waard om al deze tips eens te verzamelen en ook via de blog aan te bieden. Aangezien vast niet al onze lezers op Twitter actief zijn…

Door te klikken op de afbeelding kom je bij het online ‘dagboek’ (gemaakt met Twitario). Ook vind je hier de pdf van dit dagboek. Veel plezier met grasduinen! 

Structuur, structuur, structuur?

Dat heb ik in mijn hoofd bij het inrichten van een online leeromgeving voor een leergang. Ik heb nu meerdere malen van deelnemers aan een online leertraject gehoord dat ze de hoeveelheid nieuwe informatie overweldigend vinden, soms niet weten waar ze moeten beginnen en dat ze behoefte hebben aan structuur en richting. Online leren doet een groot beroep op zelfsturing en eigen initiatief. Vaak is de technologie al nieuw: hoe raak ik wegwijs in deze online omgeving, waar zie ik wie er nog meer online zijn, hoe start ik een discussie, waar vind ik die opdracht of dat document? Daar komt vervolgens de inhoud van het leertraject en een andere manier van leren bij. Want ik ben er van overtuigd dat onze manier van leren door het gebruik van sociale media verandert. Hoe? Lees verder