Navigate / search

Werken als knowmad 4: Een wereld vol knowmads in 2020

John Moravec heeft als eerste het begrip knowmad geïntroduceerd in zijn boek Knowmad society. In deze Tedtalk doet John een interessante uitspraak over de ‘rise of the knowmad’. Hij zegt: “In 2020 45% of the workforce will be knowmads“. Eh 2020? Dat is toch al over 3 jaar? Dan moeten we wel opschieten.

Waarop is deze 45% gebaseerd? Wie zijn dan die 55% die overblijven? En welk type organisatie trekt knowmads aan? Het leuke was dat John Moravec zelf mee deed aan de knowmad MOOC vanuit Minneapolis en we dit dus gewoon konden vragen. De volgende ochtend lazen we zijn antwoorden.

Lees verder

Werken als knowmad 3: zonder gist geen pizza – zonder technologie geen knowmad

Of we vanavond pizza konden eten. Mijn zoon vraagt er al wel vijf dagen naar. Dus nu moet het er maar eens van komen. En ik ga het gelijk goed aanpakken door het deeg zelf te maken. Lekker huiselijk. Een recept voor pizzadeeg van een vriendin. Ingrediënten op het aanrecht. En aan de slag. Het klinkt niet moeilijk, ik moet vooral op tijd beginnen. Want het deeg moet zeker anderhalf uur in de broodbakmachine. Ja, dit vind ik zelf maken 🙂

Het bleek een fluitje van een cent. Al snel was de broodbakmachine hard aan het werk. En na anderhalf uur klonk er een piepje ten teken dat het deeg klaar was. Met de deegroller in de aanslag opende ik de machine. Maar het deeg zag er heel slap en nat uit. Oh jee! Ik wist het gelijk: de gist vergeten! Ik had het op het lijstje met ingrediënten zien staan. Stom! Er was maar 5 gram nodig. Het leek niets. Maar zonder die 5 gram…

Zo is het ook met knowmadisch werken.. het komt wellicht wat minder precies, maar de kracht zit in het geheel! Vaardigheden zijn ook een soort ingrediënten.
Voordat we de vaardigheden induiken, willen we je Farshida Zafar voorstellen: docent en projectleider online onderwijs & innovatie aan de Erasmus Universiteit. Ze heeft afgelopen jaar de eerste ‘SURF Education award’ gewonnen. Mede door haar ambitie, innovatiekracht en vermogen om ideeën in praktijk te brengen. In dit korte filmpje vertelt ze over haar manier van knowmadisch werken:

Lees verder

Werken als knowmad 2: hoe werkt het in de praktijk?

We dromen al enige tijd over het organiseren van een eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. In januari was het zover. De MOOC “Help! Er zit een Knowmad in mijn organisatie!” ging van start. Over knowmadisch werken en leren. Op 14 februari hebben we de MOOC afgerond met een meetup bij de HAN in Nijmegen rondom praktijkvragen over knowmadisch werken. Het was volle bak met zo’n 70 deelnemers. 

De online plek voor gesprek was een bron van vragen uit de praktijk. We hebben er 8 uit gekozen om over door te praten in een live knowmadcafé.

1. Fouten maken mag in mijn organisatie

Een van de vaardigheden als knowmad is fouten durven maken. Daar is een bepaalde cultuur voor nodig. In onze organisatie zeggen we wel dat het oké is om fouten te maken, want we hebben innovatie en experimenteren hoog in het vaandel. Maar in de praktijk …. Bekijk de video als je benieuwd bent wat een rakeling is.

Het dilemma is dat vragend leren en experimenteren belangrijk zijn voor de knowmad, maar dat bij teveel vragen (of fouten) je ook onzeker wordt. Ziet men je dan nog wel als goede professional? In de groep werd een positief voorbeeld gedeeld van een professional die wel altijd fouten deelt en waarbij dit goed wordt ontvangen. Je hebt eigenlijk een steady reputatie nodig om dit te kunnen doen. De context van fouten doet ertoe: een arts die het verkeerde been afzet is dan weer een voorbeeld van een fout die je liever niet wilt. Maar als een behandeling vast loopt, wil je wel artsen die eens experimenteren met nieuwe oplossingen.

2. Online voelt snel vluchtig. Hoe kun je toch diepgang krijgen?

Er ligt een grote uitdaging in het krijgen/stimuleren van diepgang. Het voelt als een soort vluchtigheid om op Twitter veel berichtjes van 140 tekens te lezen. Herkennen anderen dat? Of dient een strategie te zijn: ik heb vooraf een vraag nodig, een strategie hoe ik de informatie gaat verzamelen. Dan lees ik alleen wat aanhaakt bij mijn eerdere kennis / ervaringen en laat ik de rest links liggen?


De belangrijkste quote: “je bepaalt zelf de diepgang! en niet de aanbiedende partij”. Uiteindelijk kies je zelf of je 200 tweets scant of juist een artikel wat iemand deelt helemaal uit leest.

3. Ik ben een verzamelaar: hoe stap ik over de drempel heen om te gaan delen?

Ik vind dat ik te weinig deel. Terwijl mensen zeker geholpen zijn met mijn ervaringen en inzichten. Hoe stap ik over die drempel heen? Hoe maak ik daar tijd voor? Wat deel ik dan? Wie is daar in geïnteresseerd? Hoe weet ik of wat ik deel wel deskundig genoeg is?

Stappen over de drempel die deze groep noemt zijn:

  • Reframen: aannames in je hoofd veranderen
  • Doseren: begin niet met elke dag, maar met elke maand of week delen als doel
  • Aanmoedigen: doe het als groep en moedig elkaar aan
  • Durven: gewoon gaan doen, deel je ervaring en kennis
  • Motiveren: je komt online ook halen, dus tja, dan moet je zelf toch ook delen?

4. Hoe ondersteun je werknemers om ‘digital literate’ knowmads te worden?

Ik ben vooral benieuwd naar hoe ‘digital literate’ werknemers nu wel degelijk zijn. Hoe kunnen we ze hierin verder ondersteunen? De mogelijkheden van technologie zijn naar mijn gevoel nog te weinig gekend binnen organisaties en deze kennis verhogen kan leiden tot een verhoogd en meer efficiënt gebruik ervan.

Deze groep benadrukt het belang van experimenteren, een speelse manier om digitale literacy te stimuleren, in plaats van social media training. Wel moet er dan hulp in de buurt zijn als mensen vast lopen. Een praktische tip: probeer eens een RSS -lezer uit om websites en blogs te volgen. Een veel gebruikte RSS – lezer is feedly. Hier vind je een handout van Ennuonline.

5. Hoe richt je een proces van knowmadisch werken in? In een organisatie met veel verzamelaars

Ik ben geïnteresseerd in hoe je het proces ‘knowmadisch werken’ inricht en begeleid in een organisatie. Zorgen dat het geen eenrichtingsverkeer wordt van alleen content delen, maar juist ook dat de discussie op gang komt. En dat niet alleen van een kleine groep, maar het motiveren/stimuleren van de gehele populatie.

Tips van deze groep:

  • Zorg dat mensen vragen stellen en nieuwsgierig zijn/worden
  • Diversiteit in netwerken zorgt voor nieuwe invalshoeken
  • Af en toe heb je de intelligent ongehoorzamen nodig
  • Zorg voor een duidelijke vindplaats/startplek

Met de kanttekening dat het delen buiten de organisatie maar binnen een sector wel heel gecompliceerd kan zijn in verband met concurrentie tussen verschillende organisaties. Hoe deel je openlijk terwijl je toch je eigen unieke waarde behoudt?

6. Hoe kunnen knowmads, googlers, hobbyisten en followers elkaar ondersteunen, stimuleren tot meer knowmadisch werken? Of moet je dit niet willen 🙂

Ik zie in mijn organisaties verschillende types. Hoe kun je zorgen voor een kruisbestuiving?

Les 1: hou je klein- simpel- praktisch- en dichtbij. Zorg voor kleine stapjes. En een meer filosofische vraag: Kun je eigenlijk wel kennis delen of gaat het om ervaringen delen?

7. Hoe kun je zorgen dat je de kracht van millennials als organisatie (of netwerk) goed benut?

Deze laatste groep heeft geen video opgenomen maar gelukkig is er een goed verslag van Jonathan Koek: Help er zitten knowmadische millennials in mijn organisatie (de derde herdoping van de titel van onze MOOC :).

Belangrijkste uitkomsten van de groep  (die de Hogeschool Utrecht als praktijkcase gebruikt):

Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden.

  • Wanneer je Millennials centraal zet, zet ze dan ook echt centraal. Bijvoorbeeld door 3e en 4e jaars studenten opleidingskunde het curriculum voor 1e en 2e jaars te laten maken. Of het didactisch ontwerp, of voor de groep!
  • Geef vertrouwen en ruimte, maar ook structuur. Zeker een eerstejaars student heeft nog veel te leren, ook op het gebied van persoonlijke vormen. Later ( er werd genoemd: na de stage heb je een andere student) kan er meer keuzevrijheid en zelfstandigheid worden gegeven.
  • Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden. Los van regelgeving en moeten is er veel mogelijk, maar begeleiders moeten dit wel willen.
  • Snap dat Millennials expert zijn in veel gebieden, zonder dat ze dan al klassiek expert zijn ( bijvoorbeeld jaren bezig in een bepaald vakgebied). Juist door het expertschap centraal te zetten (kennis van bedrijfsleven, netwerken tools) neem je Millennials serieus en krijg je motivatie.
  • En als laatste: sla niet door in een methode, of het volledig door willen voeren van jong en fris werken. Voorbeelden hierbij waren volledige keuzevrijheid waarbij studenten uiteindelijk geen bruikbare CV opbouwden, en studenten die gek worden van het in groepjes werken. Een deels een klassieke opzet kan prima werken.

Welke praktijkvraag heb jij toe te voegen? Je bijdrage is erg welkom via een reactie op dit blogbericht.

 

 

Meer lezen? Ook verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

 

Werken als knowmad 1: de expertise van dokters versus internet

We droomden al langer van het organiseren van onze eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. We hebben net de knowmad MOOC afgerond met 637 mensen, op de top waren er 203 mensen tegelijk online. Het onderwerp van de MOOC was knowmadisch werken en leren. Het voelde als een continue feestje. Het heeft veel opgeleverd aan nieuwe inzichten en bronnen. In een blogreeks zullen we de oogst delen. Te beginnen met…

Dokters versus internet

In december zag ik het TV programma dokters versus internet. In dit programma nemen leken met een laptop het op tegen dokters zonder laptop. Het was spannend te zien hoe leken via Googlen af en toe toch konden achterhalen om welke ziektes het ging terwijl de dokters soms op het verkeerde been zaten. Dit ondermijnt natuurlijk toch je geloof in de parate kennis van artsen. Hier zie je een trailer van de Deense versie:

Ik werk zeker anders dan voor het internet: als mijn printer vastloopt, Google ik het antwoord op support forums. De invloed van internet is enorm. Maar ik vind het nog wel indrukwekkend dat de leken af en toe winnen van de dokters. Hoe zit het dan met de lange opleiding en ervaringskennis van artsen die zo belangrijk is?

En hoe deden we dat eigenlijk 15 jaar geleden zónder internet? Veel deelnemers aan de MOOC herinneren zich nog de CD-rom met de Encarta encyclopedie, het documentatiecentrum voor de spreekbeurten, het abonnement op een tijdschrift. De Gouden gids. Nu kun je online veel meer vinden, en ook wetenschappelijke onderzoeken worden steeds beter vindbaar. Zoals iemand illustreert: “Ik heb een kast vol boeken met vakliteratuur, maar in de praktijk gebruik ik toch liever het internet omdat je veel sneller tot de kern kunt komen”. En voor interactie hadden we het heen-en weer faxen.

Het huisartsentrauma: experts zijn niet meer automatisch de autoriteit

Er verandert van alles in de relatie tussen een patiënt en de arts. Patiënten gaan zelf Googlen en wisselen uit in communities. Artsen zijn niet meer automatisch de autoriteit waar tegen op wordt gekeken en die de beslissingen alleen neemt. In positieve zin kan de arts aansluiten op de voorkennis van de patiënt en meer de diepte in. Uit een recente enquête  in België blijkt dat liefst 91 procent van de Belgen kwalen en pijntjes opzoekt op het internet. Vier op de vijf bespreekt de zoekresultaten met zijn dokter, en dat wordt vaak maar matig gewaardeerd.

Veel artsen voelen het als een bedreiging dat patiënten met kennis en een mening binnen komen. Harriet de Man noemt dit het ‘huisartsentrauma’. Er wordt minder tegen hen opgekeken. Echter, patiënten komen soms ook met informatie die niet klopt, denk aan de informatie dat vaccinaties autisme kan veroorzaken. Dit huisartsentrauma geldt ook voor andere beroepen, zoals trainer, coach of HRD professional. Er is zoveel informatie op internet te vinden dat je scherper moet zijn op je toegevoegde waarde. Je wordt niet meer automatisch gezien als de expert/authoriteit en dat kan invloed hebben op je identiteit. Je moet je meer richten op een unieke mening en moeite doen om status te verkrijgen en vertrouwd te worden.

Kappers versus internet

En wat is de invloed op praktische beroepen? Een MOOC deelnemer is nieuwsgierig naar kappers versus internet. Juist bij praktijkberoepen is het natuurlijk makkelijk om instructie videos te vinden en te maken. Echter, het vergt nog steeds oefenen om het in de vingers te krijgen. Ik zou inderdaad niet graag naar een kapper maar ook niet naar een chirurg gaan die alleen wat youtube videos heeft bekeken.

Data, informatie of kennis?

Er waren duidelijk verschillende meningen over  het vinden van kennis online. Een aantal mensen vindt dat je informatie kunt vinden online, maar geen kennis. Kennis zit vooral in hoofden. (Lees hier bijvoorbeeld een uitleg over data, informatie en kennis). Aan de andere kant kun je betogen dat je wel degelijk kennis online kunt vinden.  George Siemens met zijn theorie van connectivisme ziet leren als een proces van netwerk-vorming. Weten waar je kennis haalt in plaats van kennis tot je nemen is belangrijk. Leren kan ook plaats vinden in niet-menselijke knooppunten. Kennis verandert zo snel dat je een netwerk nodig hebt en moet weten wie iets weet, meer nog dan waar je het kunt vinden. Zelf vind ik dat de scheidslijn tussen informatie en kennis meer fluïde is geworden door sociale media. We kunnen online persoonlijke verhalen delen, mensen jarenlang via hun blog volgen, diepe conversaties hebben, op video zien hoe een klantgesprek plaats vindt. Hierdoor kun je naar mijn mening ook online ervaringskennis delen.

Filteren en focus

Er is een zee aan informatie en het stroomt steeds sneller. Volgens Eric Schmidt, voormalig CEO van Google, werd in 2010 iedere twee dagen evenveel informatie gecreëerd als tussen het ontstaan van de aarde en 2009. En ga maar na hoeveel meer dat inmiddels is, nu 7 jaar later. De MOOC discussie laat zien hoeveel we gebruik maken van online zoeken. Dit roept wel ook de vraag op hoe we onderscheid maken tussen waardevolle en minder waardevolle info. Waar ga je op af? Hoe doe je dat? Crap detection wordt belangrijk. Of zoals iemand stelt: het maakt nogal uit of je je medische kennis haalt van een blog, via social media, het yoga-forum of van een plantengoeroe. Wat is waar en wat niet. Niet alle professionals zijn daar goed in, en niet al het onderwijs stelt dit centraal in de opleiding. Howard Rheingold stelt: “Every man should have a built-in automatic crap detector operating inside him.” In crap detection door Howard Rheingold vind je allerlei handige tools en tips zoals bijvoorbeeld de site whois.net met informatie over eigenaarschap van domeinnamen, of factchecker voor Amerikaanse politiek.

De invloed van algoritmes – U zoekt en wij zullen vinden

En let op!  We hebben niet alleen te maken met crap detection, maar ook met algoritmen. Algoritmes zorgen er voor wat je te zien krijgt bv in zoekmachines of op je tijdlijn bij Facebook. Bekijk deze uitleg over algoritmes van de NOS. Met name binnen sociale netwerken maar ook bij zoekmachines bepalen de algoritmes wat je uiteindelijk te zien krijgt. Maar we weten weinig van de algoritmes die bijvoorbeeld Google gebruikt. Hoe worden we slimmer dan de algoritmes? Toch door te bouwen en te  vertrouwen op een netwerk van collega-professionals.

 

 

Meer lezen? Reeds verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

 

Live blog: Harold Jarche on Personal Knowledge Mastery

Harold Jarche starts with a warning that it will not be session about Personal knowledge mastery (PKM) with the 17 steps to…. Rather he will talk about why PKM is necessary and the introduce a model for PKM.  And what the heck does it have to do with learning and development?

In 2003 Harold found himself unemployed in remote part of Canada. Lives in Atlantic time. Environment similar to southern Scotland. Started blogging. At the time it wasn’t natural to do. Harold believed in it and thought that the www would make things different.

“If you give away all your knowledge on your blog, nobody will hire you”. Andrea Wilson (Harold’s wife :).

Through blogging started connecting online, some have become business relationships, some close friends. This is not what Harold had been taught in school. Cartoon my blog gave me everything. If you don’t give you don’t get. Freedanisblogginginyourunderwear.com. You learn as you go.

Average company lifespans decrease. Most of us are going to work for several companies. PKM is about how do I take control of my personal mastery. This is more important if you are going to work for different companies.

Trends

  1. Automation. 47% of US jobs at high risk of automation over the next decade. (Source nesta.org.uk)
  2. Hyperlinks subvert hierarchy. You can go through your networks to get your information. You can now have ridiculously easy group-forming.
  3. The growth is in non-routine cognitive work. Non-routine work is highly contextual and requires greater implicit knowledge. Implicit knowledge is shared through observation and conversation.

The model of Personal Knowledge Mastery

On the one hand you have work and projects (strong ties), on the other hand your social networks (weak ties). Often the innovation comes through the weak ties. The potential for new and serendipity is in the social networks. However, there is a gap between the two. The gap between collaboration and cooperation. There are huge online communities around knitting and ukelele playing. They share freely online. What is the gap? The gap is communities of practice. You need this trusted space as a professional to experiment and ask your questions.

“You know you are in a community of practice when it is changing your practice” 

Personal knowledge mastery is navigating these three spaces, breathing in and breathing out from your networks and communities to teams. Communities help filtering what you seek in your networks.

An example of the Bangor faculty of Psychology. If the students graduate they already have an online network. One student blogged and got an invitation for a post-graduate position through her blog. If you are not connected you are not going to have these kind of opportunities.

With the growth of creative jobs the importance increases from explicit knowledge to implicit, from formal to informal, from tangible to intangible. We are living in a dynamic, volatile world where companies can become value-less overnights.

A second model: the PKM activity quadrants

If you are on Twitter and you don’t engage, it is not likely that your network will give back to you when you ask questions.

Third model The PKM roles

If you want to see the models more clearly, check out Harold’s blog at Jarche.com. Without the sense-making all you do is making noise. So for instance when you retweet, cite a quote and add your insights.

An organizational perspective

Performance improvement is about reducing errors or increasing insights. See also the book by Gary Klein Seeing What others Don’t. (2013). Innovation can be driven by coincidence, connections or curiosity. How do we support this? Training and job aids are really good to reduce errors. but to increase insights you need informal and social learning. PKM helps you make connections, makes you see patterns and stimulates you to try something new. The P is for Personal, which means there is no prescription, it is personal what works for you. The connection path changes how we understand, feel, act.

From personal KM to group KM to organizational Knowledge Management

PKM gives individuals the tools, group enables teams to try new methods and share knowledge and org KM provides structure. The organizations who promote PKM suddenly have a learning organization.