Navigate / search

Red de prinses! Omdenken met gamification

prinses
prinses

Weet je wat het verschil is tussen serious games en gamification? Serious games zijn spellen met een ander doel als entertainment en gamification is slim gebruik maken van game mechanismes en elementen voor verandervraagstukken. Gamification is het gebruiken van spelelementen in een leer-of veranderinterventie.

Een serious game heb je niet zomaar ontworpen. Echter, met gamification kun je al sneller aan de slag. Voorbeelden van game elementen zijn zoals duidelijk doel (red de prinses), feedback, regels en competitie-elementen. Gamification ligt dus dichter binnen handbereik om andere oplossingen te verzinnen voor vraagstukken dan de geijkte training. In een webinar met Michael Hebben gingen we aan de slag met speels ontwerpen. Michael werkt als partner en learning specialist bij MadLogic, een organisatie die verandering en leren stimuleert middels speelse digitale oplossingen.

 

De case: Handhygiëne is binnen een zorginstelling een terugkerend probleem. Het blijkt dat professionals niet weten wanneer ze handhygiene moeten toepassen. Als ze wel op de hoogte zijn van de regels passen ze het niet altijd toe. De instelling zoekt naar speelse oplossingen om dit probleem te tackelen.

De oplossingen van de drie verschillende groepen waren creatief, denk aan:

  • Verf door de handzeep zodat je ziet wie zijn handen gewassen heeft
  • Een link tussen hendel van de zeep en de deur zodat de deur ofwel zegt: “goed gedaan!” of “even wassen joh”
  • Filmen van handwas praktijken en publiceren van de beste wassers
  • Geur toevoegen aan de zeep
  • Tellen per afdeling hoe vaak de zeephendel gebruikt is

Deze laatste oplossing is gekozen. Interessant is ook nog dat het de hoog-scorende afdelingen stimuleerde om nog hoger te scoren terwijl er op de laag-scorende afdelingen niet veel verbetering optrad.

pyramide van game elementen
pyramide van game elementen

Stel dat je hier zelf mee aan de slag wilt: wat zijn dan die elementen uit games die je kunt toepassen? Ten eerste bestaat een game uit drie onderdelen: de dynamics, de mechanics en de aesthetics. Zie het plaatje hierboven. Michael deelde vier voorbeelden van gamification. In deze voorbeelden is geen game ontwikkeld maar is gebruik gemaakt van game elementen. Zoals My Coke rewards en het KEAS platform om te laten zien hoeveel medewerkers gezond zijn. Je kunt je ook laten inspireren door de fun theory zoals de speed limit lottery. Zoek op fun theory om meer video’s te vinden.

Vier belangrijke elementen die er voor zorgen dat het werkt en waar je dus naar moet kijken als je ontwerpt zijn:

  1. Doel (moet duidelijk zijn zoals Red de prinses!)
  2. Regels (wat mag je doen?)
  3. Feedback (korte loops zoals in het voorbeeld van de handen wassen)
  4. Vrijwilligheid (anders is het niet playful)

Het werken met levels zoals in een game is niet altijd nodig, maar het is wel belangrijk dat er sprake is van onvoorspelbaarheid. Verder helpen de design thinking stappen, waarbij de eerste stap is empathiseren met de doelgroep, goed weten wat het doel is en wat hen drijft.

Meer leren en inspiratie? Volg de videos van Extra Credits op Youtube

Past sociaal leren wel bij introverte mensen?

Introverte mensen houden van binnen zitten en uiten zich moeilijk, terwijl extraverte mensen zich in gezelschap storten en genieten als ze weer uitgebreid kunnen vertellen wat hen bezighoudt. Dat is het beeld dat we vaak hebben. Hoe verhoudt dit zich dan tot sociaal leren? Kunnen introverte mensen wel sociaal leren, of blijven ze er liever verre van? Het zou kunnen dat introverte professionals liever van individuele e-learning modellen houden en extraverte professionals meer van sociaal leren. Of dat vooral extraverte leerders actief zijn in een community of practice en dat de introverten vooral meelezen en niet participeren. Maar is dat ook zo? En zo ja, hoe zorg je dan dat de kennis van de introverten in deze community wel boven water komt?

Vanuit deze vragen zijn wij, Annet van der Hulst en Joitske Hulsebosch, ons gaan verdiepen in dit onderwerp. We zijn op zoek gegaan naar theorie en hebben een mini-onderzoek uitgevoerd om erachter te komen of er verschil is tussen beide groepen leerders en hoe je daarmee rekening kunt houden bij je ontwerp van sociaal leren. Hier vind je een pinterest pagina met de bronnen die we hebben gevonden. Een belangrijke bron is ook het boek Quiet van Susan Cain.

Wat verstaan we onder introvert en extravert?

Introvert
Introvert

Een derde tot de helft van de mensen is introvert. Uit het boek van Cain: “Introverts are drawn to the inner world of thought and feeling, extroverts to the external life of people and activities. Introverts focus on the meaning they make of the events swirling around them; extroverts plunge into the events themselves. Introverts recharge their batteries by being alone; extroverts need to recharge when they don’t socialize enough.

Denk bij introvert aan eigenschappen als: reflectief, in het hoofd, boekenwurm, gevoelig, nadenkend, bescheiden, vriendelijk, risicomijdend, conflictvermijdend. De extravert is actiegericht, assertief, actief, naar buiten gericht, en voelt zich comfortabel in de spotlight. En dat allemaal zonder te generaliseren :). Weet je of jij zelf introvert of extravert (of ambivert, ertussenin) bent? Hier kun je een online test vinden. 

Iedereen is sociaal

In deze infographic over de introverten hebben we meteen een belangrijke conclusie te pakken: introverten zijn niet asociaal, zij hebben net zo goed behoefte aan interactie als extraverten: introverte mensen leren ook sociaal, maar houden misschien wel van andere typen leeractiviteiten. Ook Susan Cain trekt deze conclusie: “Relationships make everyone happier, introverts included, but think quality over quantity”.

Wat zijn leervoorkeuren van de introverte en extraverte professional?

We hebben al kort iets gezegd over introverten in relatie tot sociaal leren. Maar laten we even een stapje terug gaan: leren introverten anders dan extraverten? In de leercyclus van Kolb (zie bijvoorbeeld de canon van het leren) onderscheidt Kolb vier leeractiviteiten. Twee daarvan (reflectieve observatie en abstracte begripsvorming) zouden volgens hem meer passen bij een introverte dimensie en de twee andere (actief experimenteren en concreet ervaren) meer bij de extraverte. Dat betekent niet dat introverten de andere twee andere activiteiten niet kunnen of willen uitvoeren (en andersom voor de extraverten), maar wel dat introverte en extraverte leerders andere voorkeuren hebben. Voor sociaal leren zou dat betekenen dat activiteiten waarbij een beroep wordt gedaan op de vaardigheden reflecteren en denken aantrekkelijker zijn voor de introverte lerende en kun je meer activiteit en inbreng verwachten.

Karin de Galan van de School voor training heeft een blog geschreven over het trainen van introverte deelnemers. Ze vindt het lastig dat er van introverte deelnemers minder respons terug lijkt te komen, terwijl ze aan de andere kant wel merkt dat de introverten blij zijn met de inhoud van de training. Volgens haar sluit je beter aan op de introverten als je tijd geeft om na te denken, een-op-een gesprekken inbouwt in plaats van alleen gesprekken in een grote groep en als je in een lager tempo door je training gaat. Vertaald naar (online) sociaal leren betekent dit dat je niet altijd meteen een reactie verwacht op een discussie, maar ruimte biedt om een reactie te formuleren (bijvoorbeeld voorafgaand aan een webinar of online meeting vast vragen rondsturen om over na te denken). Ook is het goed om subgroepjes of tweetallen samen te laten werken (in een aparte ruimte tijdens een live webinar bijvoorbeeld of in een subgroep van LinkedIn of Yammer).   

Ook in Quiet zien we enkele voorbeelden terug die iets zeggen voor de voorkeuren van introverten. Ze beschrijft dat Avril Thorne een experiment deed met vrouwen die hij in tweetallen in gesprek liet gaan. Het verrassende was dat de introverte vrouwen niet minder praatten dan de extraverte. Echter de introverte tweetallen gingen in op één of twee serieuze onderwerpen, terwijl de extraverte veel lichtere en bredere onderwerpen bespraken. Een andere observatie is dat introverten echt wel van samenwerkend leren houden, maar voorkeur hebben voor groepjes van 2-3 met duidelijke rollen.

Online voorkeuren van introverte en extraverte professionals: it’s a level playing field

Hoe zit het met online uitwisselen? Online lijkt juist goed te passen voor de introverte professional, omdat er vertraging in zit, en je zelf bepaalt hoe lang je nadenkt over je antwoord.  Heidi Cohen: Social media engagement affords introverts the ability to engage for short, strategic interactions on their own terms. En introvertspring zegt zelfs dat online toegankelijker is voor beide groepen: “It’s a level playing field online”.  Susan Cain: “Studies have shown that, indeed, introverts are more likely than extroverts to express intimate facts about themselves online that their family and friends would be surprised to read, to say that they can express the “real me” online, and to spend more time in certain kinds of online discussions. They welcome the chance to communicate digitally.”

Echter, online is er ook informatie overload en extraverten lijken beter in het omgaan met informatie overload. De reflectie van introverte professionals neemt namelijk veel cognitieve ruimte in. Als we onze cognitieve capaciteit op 100% stellen, dan zijn introverte 75% taakgericht en gebruiken 25% om te reflecteren en extraverten 90% versus 10%.

Eigen onderzoekje (n=8)

Wij zijn inmiddels heel benieuwd welke voorkeuren we zelf zien ten aanzien van sociale leeractiviteiten bij introverte en extraverte professionals- en dan met name online. We hebben een mini-onderzoekje gehouden (N=8) binnen onze online leergang. De uitslag ziet er als volgt uit:

Enkele voorzichtige conclusies die we uit dit beperkte onderzoekje kunnen trekken:

  • De extraverte professionals hebben een voorkeur voor activiteiten als stellingen bespreken en daarover in gesprek gaan, face-to-face bijeenkomsten, veel interactie en synchrone online workshops waarbij je iets maakt. Dit zijn activiteiten waar het directe en synchrone sociale contact meer centraal staat. Ook zijn het wat meer ‘doe-gerichte’ activiteiten.
  • De introverte professionals uit ons onderzoekje hebben een voorkeur voor activiteiten als zelf online faciliteren, webinar met een expert, ontdekken en experimenteren met tools en werken aan een eigen casus. Ook hier is sprake van sociale leeractiviteiten, maar deze bevatten bijna allemaal een asynchroon aspect, ofwel een aspect waarbij zelf leren en uitzoeken een onderdeel is. Ook hier zien we wel wat ‘doe-gerichte’ activiteiten, maar het denken en reflecteren staan hier wat nadrukkelijker op de voorgrond lijkt het.

Zo op het eerste gezicht lijkt de uitslag van ons onderzoekje dus aan te sluiten bij de leeractiviteiten die Kolb meer introvert noemt.

Zeven tips voor ontwerpers van sociale leerprocessen

Zo komen we uiteindelijk tot zeven tips voor de ontwerper en facilitator van sociale leerprocessen die met beide groepen voldoende rekening wil houden, zodat iedereen zich goed voelt en actief mee kan doen.

Tip 1. Ken jezelf en je doelgroep: hoeveel introverte en extraverte professionals bevat je doelgroep? En wat zijn je eigen voorkeuren? Als je je eigen smaak kent, kun je het programma eens door de bril van de ander bekijken.

Tip 2. Blended werken is een goede manier om beide types te bedienen. Face-to-face kunnen extraverte mensen wellicht meer de lead nemen terwijl dit juist overweldigend kan zijn voor de introverten. Online lijkt gemaakt te zijn voor de introverte mens.

Tip 3. Zorg voor een goede balans tussen asynchrone en synchrone leeractiviteiten. Synchroon spreekt extraverten meer aan, asynchroon de introverte mens.

Tip 4. Werk met kleinere groepen. Varieer tussen grotere en kleinere groepen. Werken in koppels van twee kan veel veiligheid bieden voor introverten.

Tip 5. Zoek een balans in doe-activiteiten en reflectie. Introverten houden ervan de diepte in te gaan. Zorg dat hier ook de ruimte voor is.

Tip 6. Zorg dat alle typen leeractiviteiten aan de orde komen: reflecteren, theorie, actief experimenteren en ervaren.

Tip 7. Doseer informatie en prikkels voor introverte professionals. Extraverte mensen kunnen beter omgaan met informatie overload. Online komt dit snel voor. Help introverten hun aandacht te richten.

Duik in de wereld van gamification

CandyCrush, Six, Inventioneers, Rollende Hemel… wat leren we van deze games? Op donderdag 6 oktober werken we in een interactief webinar met Michael Hebben. Hij weet alles van gamification, serious gaming en speels ontwerpen. Hij zal ons meenemen in de wereld van de games en feedbackloops, leaderboards, competitie en magic circles. Om ons daarna aan het werk te zetten: hoe kun je dit soort spelprincipes in de leerinterventies meenemen die jij ontwerpt?


Ter voorbereiding!

Je dacht toch niet dat je zomaar blanco het webinar in kunt rollen? Om goed te kunnen begrijpen hoe gamification werkt, zullen we eerst zelf moeten ondervinden wat de kracht van gaming is. Of ben je een doorgewinterde gamer? Dat kan natuurlijk ook. Dan zijn de volgende drie vragen een makkie. Zo niet, dan is de uitnodiging aan jou als volgt:

  • Kies een game uit die je nog niet kent en download deze;
  • Speel de game zo’n 15 minuten lang
  • Met de volgende drie vragen in gedachten:

Hoe leert de game jou game vaardigheden aan?

Hoe houdt de game jouw aandacht vast?

En hoe zouden deze principes kunnen werken in jouw dagelijks werk?

Mogelijke games:

Wellicht heb je al een game op je tablet of smartphone staan. Je kunt ook een van de games kiezen die Michael voor je op een rijtje heeft gezet (allemaal gratis):

Laten we hieronder al wat met elkaar uitwisselen. Dan kunnen we de webinartijd gebruiken om gericht aan het werk te gaan.

Learning analytics Light

Is dit een gek plaatje? Ik las vorige week een blogbericht met een pleidooi dat we niet meer data nodig hebben bij online leren maar juist meer contact, empathie en maatwerk. Helaas heb ik hem niet bewaard.

Ik ben het er niet mee eens dat we niet meer aandacht voor data nodig hebben. Data werd tegenover menselijk contact gezet, of data analyse of persoonlijk contact en inzicht, terwijl je heel goed allebei kunt doen bij online leren. Bij verschillende online cursussen die wij in Curatr hebben georganiseerd zorgen we dat er goed gefaciliteerd wordt, mensen in contact komen met elkaar en met experts, maar maken ook gebruik van data om te weten wie er actief zijn, welke bronnen het populairst zijn en hoe groepen zich gedragen. Meestal bevestigt dit overigens je intuïtie of eigen observaties. Zo zie je in het plaatje welke groepen centraal waren in de cursus. Dit is de donker blauwe groep, daarna de midden blauwe groep, terwijl we de lichte groep verwachten. Dit leidde tot een gesprek over deelname en waarom dit belangrijk is, wat liet zien dat er verschillende ideeën zijn over expertise.

Samen met Sibrenne Wagenaar en Marlo Kengen heb ik het artikel Learning Analytics Light geschreven. Dit is de intro:

“Zomaar wat vooroordelen over learning analytics: ‘Je hebt complexe IT-systemen nodig om alle big data te analyseren.’ ‘Learning analytics is alleen interessant voor grote, internationale organisaties.’ De realiteit? Doorgaans kun je direct al beginnen, door je nieuwsgierigheid te volgen en te werken met gegevens die al voorhanden zijn.”

Het is juist een artikel voor begeleiders en ontwerpers van online leren die wellicht niet zo snel in data geïnteresseerd zullen. Precies omdat ze denken dat data tegenover een persoonlijke benadering staat. Nieuwsgierig geworden? Download dan het artikel learning analytics light. Laat ons in de reacties weten wat je eruit mee neemt of wat jouw ervaringen zijn.

Een blogkermis over social learning

Ik wilde al heel lang een blogkermis organiseren maar het kwam er niet van. Ik wist ook niet of mensen er makkelijk aan mee zouden doen. Het is ook wel eng mensen uit te nodigen. Nu ben ik de blogkermis gestart met de losmakers over social learning en dat heeft een super leuk resultaat opgeleverd! Mijn doel is samen het onderwerp social learning meer verkennen. We hangen met zijn 10-en in de zweefmolen… oftewel er zijn 10 blogs geschreven (ok, waarvan 1 mini-blog oftewel een tweet :).  Het leuke van de blogkermis is dat mensen wat uitgebreider hun verhaal vertellen dan in een LinkedIn discussie. 

Verschillende bloggers beginnen met de definitie van social learning. Een mooie definitie van Marjan Engelen is:

“Sociaal leren is als je het lef hebt om ‘help’ te zeggen als je zelf nog geen antwoord weet”

Joke van Alten deelt de definitie “Social learning is about people connecting with each other (in any way whether in person, through social media or technology – the manner is irrelevant) so that can connect ideas, information and insights”.

Helen Blunden’s brede definitie van social learning  ‘ “Joining with others to make sense of and create new ideas” 

De definitie van mijzelf is die van leren van Knud Illeris. Hij beschrijft drie dimensies van leren: de inhoud, de motivatie (drijfveren), de interactie (impulsen uit de omgeving). Deze drie dimensies zijn altijd onderdeel van een leerproces, en daarmee is sociaal leren eigenlijk altijd een component van leren, er bestaat geen ‘niet-sociaal’ leren.

Judith van Hooijdonk deelt de definitie van Marcia Conner “Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy” Zij stelt ook dat er eigenlijk niet zoiets bestaat als niet-sociaal leren.

Wat opvalt is dat er nogal verschil zit in de definities: is al het leren sociaal, gaat het over hulp zoeken, of over nieuwe connecties zodat er nieuwe ideeën ontstaan? De meeste bloggers zijn het er wel over eens dat er niet per se social media aan te pas hoeven te komen, alhoewel het voor Judith van Hooijdonk juist wel een belangrijk element is: “Social learning heeft voor mij nadrukkelijk te maken met participatie in sociale media. Mijn interpretatie van social learning vraagt om in een bepaalde mate van openheid relaties op te bouwen, om vrijelijk open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk.” Je zou het ook social learning1.0 en social learning2.0 kunnen noemen. Laten we maar eens naar de praktische voorbeelden kijken.

De 10 bloggers en hun bijdragen:

  • Isabelle Langeveld met Feedback van wildvreemden is eng of juist veilig? Isabelle heeft meegedaan aan de MOOC design of blended learning en daarin werd in de een na laatste week gebruikt gemaakt van peer feedback. Het werkte goed omdat het gestructureerd was. Feedback van wildvreemden is misschien wel veilig omdat je de persoon makkelijker van de opmerking kan scheiden dan wanneer je de persoon en zijn stokpaardjes kent.
  • Ook Cora Verburg deelt Solution and innovation skills een ervaring met een MOOC, een Massive Open Online Course waarin ze samenwerkte met twee Duitsers, een Japanner en een Nederlander. De moderator kwam vanzelf bovendrijven. Ondanks dat elkaar goed begrijpen lastig was, droeg de diversiteit van het team sterk bij aan creatief werken aan een innovatie.
  • Marjolein Veldman met de laatste spurt naar de finish. Marjolein deelt hoe zij zich in crowdfunding heeft gestort, voor haar iets nieuws. Ze heeft dit geleerd via Googlen, een workshop volgen via een tip van een vriendin, koffiepraatjes, tips uit nieuwsbrieven. Voor de uitvoering heeft ze mensen gevonden via blogs en tweets onder het motto #durftevragen. Het is niet alleen een verhaal over social learning, maar ook over social financiering.
  • Joke van Alten denkt na over het verschil tussen social learning en werken in teamverband. Het verschil zit wellicht in bewust de verbinding en uitwisseling zoeken met collega’s binnen en buiten de organisatie die met zelfde vraagstukken bezig zijn. Ze zoekt oplossingen in het 70-20-10 raamwerk, working outloud en DoenDenkenDelen.
  • Saskia Wenniger blogt over social learning: wat is het precies? HRD is in verandering met meer aandacht voor multi-disciplinair werken. Dan kan social learning wel een toverwoord lijken om een leven lang leren bij medewerkers zelf neer te leggen. Als social learning vanzelf lijkt te gaan – hoe kun je er dan op sturen? De kunst is het sturen op het soort ontmoetingen en gesprekken die belangrijk zijn. Die vinden namelijk niet altijd vanzelf plaats.
  • Marjan Engelen denkt na of sociaal leren te leren is. Ze deelt het voorbeeld van digitaal plein 14, een online platform voor 14 gemeentes die allemaal bezig zijn met het organiseren van zorg. Het plein is ingericht rond de 12 thema’s die ook op bijeenkomsten besproken worden, alles wordt volgens het boekje gedaan. Maar het loopt voor geen meter. Een ander voorbeeld in het onderwijs loopt wel. Wat zijn dan de succesfactoren?
  • Judith van Hooijdonk las over de blogkermis in haar feedlykrantje en besloot mee te doen met de blogkermis. Samen leren en werken in communities is een centraal thema bij haar Hogeschool. Het kost haar ook tijd om een social learner te worden en te blijven. Ik blijf het doen om dat het mij veel positieve energie oplevert. Kennis delen met bekenden en onbekenden in mijn netwerk is gewoon leuk! Daarnaast is het onlosmakelijk verbonden met haar professionele ik.
  • En in mijn eigen bijdrage Mijn social learning voorbeeld vergelijk ik mijn deelname aan een community of practice voor het social media tijdperk met social learning nu. Hierbij valt op dat het aantal mensen wat je inspireert veel groter is, en communicatie sneller en vluchtiger. De diversiteit is groter geworden maar oppervlakkigheid ligt op de loer.

Nieuwe vormen, nieuwe mogelijkheden

Wat opvalt als je alle bijdragen leest is dat ongeacht of je denkt dat er ook iets als niet-sociaal leren bestaat, alle bloggers enthousiast zijn over de nieuwe mogelijkheden van elkaar te leren door sociale media, en daar ook vaak zelf helemaal inspringen en in hun blogs op inzoomen. Er spreekt een enorme leergierigheid uit. Isabelle en Cora gaan internationaal uitwisselen in een MOOC uit pure nieuwsgierigheid. “We bleven nieuwsgierig naar nieuwe modellen en theorie die je verder in de toekomst laat kijken.” Het levert veel energie en inspiratie op, of zoals Judith het verwoordt: “Ik blijf het doen om dat het mij veel positieve energie oplevert“. Ook de combinatie van face-to-face en online en nieuwe en oude vormen valt op. Zo heeft Marjolein een hele crowdfunding actie opgezet en dit geleerd door een combinatie van online netwerken en een offline workshop en koffiepraatjes. Zo kun je snel iets onder de knie krijgen als beginneling op een nieuw vlak. De academie permanente is ook een nieuwe vorm, het is geen leergang, maar een continuüm van en met elkaar leren in een netwerk. Experts geven een aantal keer per jaar classes, er is een online omgeving, en je ontmoet elkaar, leert elkaar beter kennen en bouwt zo samen aan een stevig netwerk met collegae die interesse hebben in dezelfde thema’s. Andere voorbeelden zijn de Wolweek of het DEELL festival. 

Het vraagt lef

Wel is het een hele andere manier van leren waarbij #durftevragen meerdere keren benoemd wordt. Marjan noemt het zelf het lef hebben om hulp te zoeken. Dat het niet evident is dat iedereen online input vraagt blijkt uit het feit dat het plein 14 zo moeizaam op gang komt. Wil je dit stimuleren dan moet je op zoek naar de echte vragen en waar professionals nieuwsgierig naar zijn, en niet bv een platform of tools centraal stellen. Het vraagt ook lef om je ontwerp met een onbekende te delen online en daar feedback op te krijgen.

Hoe maak je stappen met social learning? 

Saskia formuleert goed dat social learning wel een natuurlijk proces is, maar dat dit niet betekent dat je niets hoeft te doen. “De kunst van een goede inzet van social learning is dat er bewust gestuurd wordt op het soort ontmoetingen en gesprekken die iets opleveren voor datgene dat er hoog nodig moet veranderen in deze specifieke omgeving.” Als je de verschillende blogs leest zul je veel leren over hoe je dit kunt doen als individu, met tips als: stap over je online-watervrees heen en volg eens een MOOC. Daarnaast er zijn ook een aantal handreikingen en modellen die gedeeld worden als je social learning op grotere schaal wilt stimuleren:

Ideeën voor onderwerpen voor een volgende blogkermis?

4 stadia van technologische vernieuwing in leren in organisaties

Organisaties bevinden zich in verschillende fasen ten aanzien van het gebruik van sociale technologie ten behoeve van leren. Deze fasen vind je in onderstaand model terug. We willen benadrukken dat de ene fase niet beter is dan de andere fase. Het model kan wel helpen om te zien waar een organisatie nu staat. Duidelijk hebben waar je staat helpt om na te denken waar je zou willen staan en mogelijke volgende stappen en interventies te ontwerpen. Van links naar rechts heeft sociale technologie grotere impact op de manier waarop leren in de organisatie vorm krijgt

 

Ad hoc

Blended leren

Experimenteren

Sociaal leren

Rol technologie bij leren Technologie speelt een rol door spontaan gebruik door professionals maar is veelal onzichtbaar voor management

 

Vanuit een visie op online leren is een gevarieerd aanbod van e-learning of een blended leeraanbod ontstaan

 

(online) Sociaal leren staat op de agenda en krijgt hier en daar vorm middels experimenten. Er is aandacht voor informeel leren.

 

Technologie logisch onderdeel van praktijk van sociaal leren. Werken en leren in verbinding. Werken vanuit openheid.

 

Rol L&O Er is weinig aandacht voor en invloed op gebruik technologie binnen de organisatie Er is een visie op online leren, al dan niet op papier gezet. L&O geïnteresseerd in LMS en makkelijke tools Er is een visie waarin sociaal leren een plek heeft. L&O is betrokken bij technologie – ontwikkeling en zoekt samenwerking andere afdelingen

 

Leren en ontwikkelen staat in het vizier en is verantwoording van management en professionals. Zit in de DNA van de organisatie.

 

A. Adhoc
Binnen de organisatie verzorgt de L&O afdeling een duidelijk aanbod van trainingen en cursussen. Het aanbod sluit goed aan op de organisatiedoelen en speerpunten voor komende tijd. Daarnaast verzorgt de afdeling maatwerk in nauwe samenwerking met het management. Medewerkers weten de afdeling te vinden. Technologie vervult nog niet zo’n grote rol in de organisatie, maar men realiseert zich dat ze niet achter kan blijven. Via actieve medewerkers komen sociale media wel de organisatie binnen maar dit gebeurt ad hoc en er is weinig of geen sturing op sociale media, intern of extern.

B. Blended
De L&O afdeling is al geruime tijd bezig met het versterken van de didactische kwaliteit van haar aanbod, en ziet kansen middels de inzet van nieuwe media. De L&O afdeling gelooft sterk in de kracht van online en blended leren. Deze focus is duidelijk terug te vinden in haar visie op leren die heeft geleid tot een gevarieerd blended leeraanbod. Het aanbod bestaat uit e-learning modules en/of blended en geheel online leerprogramma’s. Een aantal trainingen zijn herontwikkeld naar een blended variant. Ook in de klassikale setting wordt mondjesmaat geëxperimenteerd met gebruik van apps en online tools. L&O raakt geïnteresseerd in technologieën als LMS en makkelijke tools.

C. Experimenteren
L&O buigt zich over de vraag hoe ze sociaal leren in de organisatie sterker kan ondersteunen. Er ontstaan hier en daar experimenten als een community-benadering in plaats van een trainingsaanpak, een team dat hardop werken uitprobeert, en een chat op het sociale platform omtrent de speerpunten voor komend jaar. Ook zie je de sociaal-constructivistische kijk op leren terug in de wijze van samenwerken met managers. De balans tussen aanbod en maatwerk is in de afgelopen tijd verschoven naar 60% maatwerk. Leren komt dichter in de praktijk te liggen.
L&O wil graag de werkpraktijk in de organisatie ondersteunen maar is zoekende hoe ze dit moeten vormgeven, vooral omdat de organisatie nog vooral om een cursusaanbod vraagt.

D. Sociaal leren
Het experimenteren werpt zijn vruchten af. Niet alleen L&O, maar ook management en medewerkers zijn er van overtuigd dat het belangrijk is om als organisatie op een lerende manier te werken, om zo mee te kunnen in de steeds veranderende omgeving. Innovatief zijn en blijven, daar is continue kennisuitwisseling voor nodig. Leren zit in de haarvaten van alle medewerkers. Men werkt ‘hardop’. Kennis wordt gedeeld in formele en informele communities. Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om op zijn of haar manier bij te dragen aan collectief leren. Medewerkers werken zelfsturend, hebben een duidelijk gezicht binnen de organisatie.D e organisatie heeft flink geïnvesteerd in ontwikkelen van een cultuur waarin interne uitwisseling een natuurlijk element is. L&O is er inmiddels van overtuigd dat, om als organisatie wendbaar en lerend te zijn, sociaal leren onder de verantwoordelijkheid van het management hoort te vallen. Waarbij L&O voor zichzelf een ondersteunende rol ziet, dicht bij de dagelijkse werkpraktijk. Daarbij horen nieuwe rollen als coach, innovator, community facilitator. Ook zichtbaar is de inzet van externe netwerken, zowel op het niveau van de individuele medewerker als op organisatieniveau.

Herken je deze stadia? Waar zit je zelf met je organisatie?

4 vertrekpunten voor gebruik sociale media

Ha! Een tevreden gevoel. Ik heb vandaag een goede schrijfslag gemaakt. Dat moest ook wel van mezelf, want mijn man en kinderen hebben speciaal hiervoor het huis twee dagen verlaten 🙂 Joitske heeft al eens het ‘knowmad-model’ met jullie gedeeld. Ook onderdeel van het boek. Ik nodig jullie van harte uit om eens mee te kijken in een ander model: vertrekpunten voor organisaties en netwerken om met sociale technologie ‘in zee’ te gaan. Wij onderscheiden er vier. Herken je ze? Wat was in jouw organisatie of netwerk een belangrijke aanleiding?

In ons boeken beschrijven we tien praktijkverhalen van organisaties. En deze verhalen analyserend zijn we op de volgende vier vertrekpunten gekomen: Lees verder

Experts, verbinders.. waar gaat het om in de toekomst?

Op 10 maart werken we in een interactief webinar met Harold Jarche. Deze blog dient als opstap voor het onderwerp wat we dan met elkaar willen verkennen: welke waarde heeft kennis in de huidige kennismaatschappij? En vanuit welke rol of rollen kunnen we een goede bijdrage blijven leveren aan gezamenlijke kennisontwikkeling?

Vroeger was je expert door ‘hoog’ in de hiërarchie te zitten: manager, senior, CEO. Wat is vandaag de dag de waarde van expertise? Neem het voorbeeld van artsen die dagelijks worden geconfronteerd met patiënten die een ziekte hebben. Die gaan zelf op zoek naar informatie over deze ziekte, hebben ook toegang tot betrouwbare bronnen en nemen soms meer tijd zich te verdiepen dan de arts. Je zou kunnen zeggen dat patiënten co-managers worden van hun gezondheid.

De hiërarchie lijkt vervangen te worden door ‘hyperlinks’: de verbindingen die je hebt met anderen. Harold Jarche zegt hierover: ik heb een bepaalde hoeveelheid kennis en vaardigheden, maar mijn grootste toegevoegde waarde zit in mijn netwerk. Wordt individuele kennis niet langzaam aan vervangen door gezamenlijke kennis? Harold Jarche onderscheidt vier rollen die je kunt vervullen: de consumer, de connector, de catalyst en de expert. Hoe ga je vanuit deze rollen om met kennis en leren? Welke rollen worden in de toekomst alleen maar belangrijker om te kunnen vervullen? Een reactie hierop van Valdis Krebs:

Connectors often know the experts. In an analysis of expert networks in organizations we found that the people seeking for information often do not have access to, or do not know who to go to. That is where the “middle wo/man” comes in. With connections to both the newbies and the old wise ones. Without an active and open middle layer, an organization’s knowledge may never get to where it needs to be!

De rol van ‘knowledge catalyst’ lijkt ook steeds belangrijker te worden. Dit zijn mensen met een divers kennisnetwerk waaruit ze kunnen putten. Deze netwerken vormen filters. Catalysts delen hun kennis, voegen waarde toe middels processen als cureren en betekenis geven. Ze creëer en doen nieuwe dingen.

Velen van ons hebben zich inmiddels wel op het online pad begeven, maar hebben ook wel de neiging om passieve gebruikers van informatie te blijven. Je hebt een profiel op LinkedIn en volgt enkele groepen, maar je plaatst geen reacties. Terwijl onze uitdaging wellicht toch is om gezamenlijk betekenis te blijven geven aan wat er in de wereld gebeurt? Om zo collectief kennis te ontwikkelen. Maar hoe doe je dat? Het vergt meer tijd en energie om betekenis te geven aan waardevolle informatie die we vinden. Goed zoeken is een waardevolle vaardigheid, maar het is ook belangrijk dat we vervolgens iets met deze kennis doen. Verder doordenken? Combineren? Experimenteren? Hoe kunnen we waarde toevoegen? In het webinar op 10 maart zullen we vanuit deze rollen nader bekijken. Met het oog op leren, professionaliseren en kennisuitwisseling in een wereld van sociale technologie, dynamiek en snelle ontwikkelingen.

Vragen, reacties? Deel ze hieronder! Ook gebruiken we deze plek om ervaringen uit te wisselen omtrent de korte voorbereidende opdracht die je hebt ontvangen via de mail.

Slack jij al?

Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling, nr 3, 2015.
Hier kun je het downloaded in pdf.

Over tools voor online uitwisseling, samenwerking en kennisdelen

Je hebt vanmorgen een ‘mail to all’ ontvangen, met een vraag van Klaas of iemand weet hoe het zit met dat nieuwe beleid. Goede vraag! Je was pas om twaalf uur in de gelegenheid om te reageren. Inmiddels heb je al zo’n tien mailtjes van collega’s gehad, met uiteenlopende reacties. Er zullen vast ook een paar collega’s hebben gereageerd zonder de ‘reply to all’ te gebruiken. Die antwoorden heb je dus niet gezien. Je hebt nu een berg mail en geen zicht op het geheel aan reacties.

Er zijn online tools die je overvolle mailbox-probleem kunnen aanpakken, door slimmer samen te werken en kennis op andere manieren te delen, zoals Yammer, Facebook, Google+, Slack, SpeakApp. Het zijn tools waarmee je online berichten uitwisselt, documenten deelt, online kunt samenwerken en gezamenlijk problemen kunt oplossen.

Yammer

Veel organisaties beschikken over Yammer. Het is een microblogging tool: je communiceert met anderen middels korte berichtjes, om collega’s op de hoogte te brengen van wat je doet, een vraag te stellen, een goed artikel te delen. De dynamiek in Yammer kun je enigszins vergelijken met Twitter. Met het @-teken spreek je iemand rechtstreeks aan, je kunt een link, poll af afbeelding in je bericht meenemen. En er is een functie om samen te werken aan documenten. Je scant de berichten en haalt er uit wat voor jou interessant is, zodat je niet alles hoeft te lezen. Natuurlijk gaat dit samen met afspraken die je hierover maakt.

 

Een Yammer-gebruiker: ‘Je stelt even een vraag of je deelt informatie, iets wat je via e-mail niet zo snel zou doen. En er is vaak wel iemand die het oppakt.’ Collega’s geven ook updates over de projecten waarmee ze bezig zijn of welke klant ze gaan bezoeken.  ’Ik weet nu welke collega’s verstand hebben van bepaalde onderwerpen en ik kan ze erover aanschieten voor mijn eigen projecten. Ik heb op die manier veel nieuwe mensen bij onze organisatie leren kennen, ook al heb ik ze nog nooit gezien.

 

Slack

Een zeer populaire communicatietool op dit moment: Slack. Er ontstaat zelfs nieuw vocabulair: “Ik zal je zo even slacken”. Het is een handige chat- en samenwerkingsapp. Je kunt met verschillende teams in Slack werken. Per team maak je kanalen aan en binnen elk kanaal heb je een chatruimte. De kanalen geven structuur aan het online samenwerken. Je bepaalt vervolgens zelf welke kanalen je wilt volgen. Dit is een duidelijk verschil met Yammer. Daar komt bij dat je Slack kunt verbinden met aan groot aantal andere tools die teams online vaak gebruiken. Stel dat je de teamtaken bijhoudt in Trello, dan verschijnen de daar nieuw geplaatste taken ook in een Slack-kanaal.

 

Een voorbeeld: samen met zes andere professionals zijn we een #teamhackaton aan het inrichten: een dag waarop teams werken aan slimmer werken. We willen deze dag online voorbereiden. Een handig online platform is hierbij onontbeerlijk. We hebben inmiddels een goed werkbare mix gevonden: het draaiboek en bijbehorende materialen werken we uit in Google.doc, we hebben onze teamtaken in Trello staan, we hebben een tweewekelijkse Skype om vlot een paar dingen te overleggen en we wisselen uit in Slack.

 

Speakap

Ook met Speakap kun je een online omgeving inrichten waar groepen met elkaar informatie kunnen uitwisselen. Als gebruiker ben je lid van verschillende groepen. Een groep kan openbaar of privé zijn. Eenmaal in een groep heeft de chatomgeving een wat Facebook-achtige look. Iemand start een bericht en daar kun je op reageren. Verder heb je een persoonlijke tijdlijn die jouw berichten en activiteiten laat zien uit de groepen waar je lid van bent.

 

Wanneer gebruik je een van deze tools?

Mijn advies is om klein te beginnen met deze tools. Welke setting kan meer communicatie, kennisdeling en samenwerking gebruiken? Waar werk je samen met collega’s die wel wat voelen voor een experiment? Verken vervolgens met elkaar over wat voor soort zaken je online wilt communiceren en reflecteer hierop in een ontmoeting. Een prachtige uitspraak van Peter Drucker:

Neem er echt even de tijd voor; een nieuw online platform kan zich niet in twee weken bewijzen. Want uiteindelijk gaat het niet om het platform, maar om de wijze waarop je er gebruik van maakt: wie neemt initiatief, welke energie stop je in het delen van kennis, hoe waarderend ben je met elkaar?

How to have employees video their work

Last session of this conference.. With two case studies on the use of video for learning. Curious! I use a lot of video in my work.. Video’s from Vimeo, YouTube, TedEx. And self-made video’s to bring in valuable stories told by professionals in organisations. See what this session will bring!

Ian Slater from GE Oil & Gas.

They started working with video from the idea to show the difficult parts in the work.

How to make compliant material? They started making a list of important topics to make a video of. Each day they selected a few ‘hot topics’ and asked employees to make a video of that part of the work. Just by talking about it during work.

The quality was a point of discussion. But they noticed that employees did not really care about the quality, as long as they learned something new from it.

  • Make sure people learn something new from the beginning of the video. No long intro’s.
  • Message is priority
  • Good enough is good enough

How do you get people to make these video’s? Tell them exactly what you want them to do. Teach them. You might use a reward program? Invite people to join who really like this, have some leadership skills, and are really good. Give recognition at a team and regional level.

Production tools: GoPro, MovieMaker, Powerdirector, Faststone Capture (screen recorder).

What do they use video for?

  • Waste walks: a camera on someone’s head. Talk about what you have seen in the team.
  • Make crucial working methods more explicit.
  • Best practice sharing – in Asia they work in a different way than in Londen.

Emma Barrow, working for Royal Mail Group.

The problem here was the difficult dialogues between people in the organisation about problems that need to be solved. Every day. And a huge misstrust in elearning.

They created a video in which you as the person watching the video goes to work, and you meet actual colleagues in different situations in which the focus is on conversations. Then you receive questions during the video about how to handle that specific situation.

For me the first story was interesting. A great example of how you can support employees to make their own video’s. I once did a project in a ‘glasfabriek in Tiel’ in which we used ‘creating a job-aid’ to make employee’s expertise more explicit. The core was to let them work ‘out loud’ and have it written down, together with pictures of the important steps in the work process. If I could do this project again… I would definitly use video.