Navigate / search

Werken als knowmad 4: Een wereld vol knowmads in 2020

John Moravec heeft als eerste het begrip knowmad geïntroduceerd in zijn boek Knowmad society. In deze Tedtalk doet John een interessante uitspraak over de ‘rise of the knowmad’. Hij zegt: “In 2020 45% of the workforce will be knowmads“. Eh 2020? Dat is toch al over 3 jaar? Dan moeten we wel opschieten.

Waarop is deze 45% gebaseerd? Wie zijn dan die 55% die overblijven? En welk type organisatie trekt knowmads aan? Het leuke was dat John Moravec zelf mee deed aan de knowmad MOOC vanuit Minneapolis en we dit dus gewoon konden vragen. De volgende ochtend lazen we zijn antwoorden.

Lees verder

Hoe zorg je voor een geweldig webinar? Creëer momentum!

Hoe start je een webinar zo dat deelnemers gelijk op het puntje van hun stoel zitten?
Hoe hou je deelnemers actief tijdens het webinar?
En hoe help je een spreker zich zo op zijn gemak te voelen, dat hij een sprankelende bijdrage kan leveren?

Dit zijn vast bekende vragen voor je, als je een webinar voorbereidt en faciliteert. Wij hebben in de afgelopen jaren flink wat ervaring opgebouwd met het faciliteren van webinars, maar Donald Taylor spant wat dat betreft de kroon! Reden om hem eens uit te nodigen in onze webinarreeks met internationale professionals. Natuurlijk omdat we nieuwsgierig waren naar zijn verhaal, maar we wilden hem ook graag eens in een webinar aan het werk zien 🙂 In deze blog lees je zijn tips met daarbij input en reacties van deelnemers aan dit webinar.

Hoe maak je een energieke start?

  • Zorg voor een energieke start. Maak hierbij zowel gebruik van beeld als tekst. De ene deelnemer is visueel ingesteld, de ander is meer gericht op tekst.

  • Creëer momentum (vertaald ‘stuwkracht’). Dit kun je doen daar deelnemers voor aanvang van het webinar al iets te laten doen, horen, zien. Zo vroeg Donald ons om een podcast te beluisteren. En vervolgens voor onszelf te bedenken wat ingrediënten zijn van een slecht en een goed webinar. In de eerste minuut van het webinar hebben we deze ingrediënten op een whiteboard met elkaar gedeeld.
  • Geef de deelnemers een helder routeplan: wat is het doel en welke stappen gaan we zetten.

Verder dachten we nog aan: interactie, visuele slides, gebruik van whiteboard en polls, goede inhoud, praktische voorbeelden, nieuwe ideeën, samenwerken, goed werkende technologie en een groep die vragen stelt.

 

Oke, je bent van start… Hoe zorg je er nu voor dat deelnemers betrokken blijven?

  • Dit kan met zogenaamde ‘low threshold activities‘. Donald heeft een klein onderzoek gedaan waaruit duidelijk wordt hoe krachtig het werkt om vragen te stellen. Bij elke vraag neemt de betrokkenheid weer even toe. Zie de afbeelding hiernaast.

  • De kunst is wel om goede vragen te stellen. Vragen die concreet zijn en open. Vragen waar je niet heel lang over na hoeft te denken als deelnemer. En vragen die het onderwerp op een bepaalde manier persoonlijk maken. Bekijk deze verschillen maar eens: Hoe zou jij de waarde van leren evalueren? Hoe evalueer jij de waarde van leren? Hoe evalueer jij de impact van jouw leertrajecten?

Rol als facilitator: 80% in de voorbereiding, 20% tijdens het webinar

Krijg jij ook wel de vraag van een spreker of je tijdens het webinar naast hem of haar komt zitten?
Vaak is het voor een spreker de eerste keer in een webinar. En dat kan best spannend zijn.

Heb ik wel genoeg verhaal? Hoe weet ik wat de deelnemers ervan vinden? Ik ben wel van de interactie, en hoe krijg ik dat in zo’n webinar voor elkaar? Gaat het wel goed met die techniek?

Naast het sterke verhaal en heldere slides, kun je je in de voorbereiding op nog twee andere elementen richten als facilitator:

  1. Help de spreker zich zo sterk te voelen dat hij zijn verhaal kan vertellen vanuit ‘authentiek enthousiasme‘. Daar kan je in helpen door een spreker in zijn kracht te zetten. Waardeer hem of haar voor zijn expertise. Oefen het verhaal, inclusief slides en vragen. Zo dat de spreker het gevoel heeft over dat deel controle te hebben.
  2. En sta stil bij stemgebruik en geef daar desgewenst feedback op. Wat is hierin belangrijk? Een brainstorm in het webinar heeft de volgende ingrediënten opgeleverd:

 

En als laatste: test en zorg voor back-up

We noemden optimale techniek al als een belangrijke randvoorwaarde voor een wervelend webinar. Hier ligt voor jou als facilitator toch een belangrijke taak. Test alles goed uit van tevoren. Maar zorg ook voor back-up. Donald werkt bij elk webinar met twee verschillende internetverbindingen en drie devices. Ikzelf met alles 1 minder. Maar denk goed door hoe je het webinar door kunt laten gaan als de verbinding van jou als host wegvalt. Of van die van de spreker. Dat ook in orde? Dan ben je ‘all set’!

 

Werken als knowmad 3: zonder gist geen pizza – zonder technologie geen knowmad

Of we vanavond pizza konden eten. Mijn zoon vraagt er al wel vijf dagen naar. Dus nu moet het er maar eens van komen. En ik ga het gelijk goed aanpakken door het deeg zelf te maken. Lekker huiselijk. Een recept voor pizzadeeg van een vriendin. Ingrediënten op het aanrecht. En aan de slag. Het klinkt niet moeilijk, ik moet vooral op tijd beginnen. Want het deeg moet zeker anderhalf uur in de broodbakmachine. Ja, dit vind ik zelf maken 🙂

Het bleek een fluitje van een cent. Al snel was de broodbakmachine hard aan het werk. En na anderhalf uur klonk er een piepje ten teken dat het deeg klaar was. Met de deegroller in de aanslag opende ik de machine. Maar het deeg zag er heel slap en nat uit. Oh jee! Ik wist het gelijk: de gist vergeten! Ik had het op het lijstje met ingrediënten zien staan. Stom! Er was maar 5 gram nodig. Het leek niets. Maar zonder die 5 gram…

Zo is het ook met knowmadisch werken.. het komt wellicht wat minder precies, maar de kracht zit in het geheel! Vaardigheden zijn ook een soort ingrediënten.
Voordat we de vaardigheden induiken, willen we je Farshida Zafar voorstellen: docent en projectleider online onderwijs & innovatie aan de Erasmus Universiteit. Ze heeft afgelopen jaar de eerste ‘SURF Education award’ gewonnen. Mede door haar ambitie, innovatiekracht en vermogen om ideeën in praktijk te brengen. In dit korte filmpje vertelt ze over haar manier van knowmadisch werken:


Welke vaardigheden heeft een knowmad nodig?

Knowmad skills reflect a rich integration of humans, technologies, and new networks

John Moravec, founder of Education Futures en de eerste die het begrip ‘knowmad’ hanteert, schetst tien vaardigheden van een knowmad. Hiernaast vind je daar een vertaling van, met als tiende: “niet gebonden aan leeftijd”. Vaardigheden die belangrijk zijn in de (nabije) toekomst: een voortdurende veranderende werkomgeving, waarin zich complexe vraagstukken voordoen. Vraagstukken waar geen standaard antwoorden of aanpakken voor zijn, maar waarbij we kennis uit diverse disciplines moeten combineren om op nieuwe ideeën te komen. Vraagstukken waarbij samenwerking met anderen (anytime en anywhere) cruciaal is. Waarbij we werken in een omgeving die rijk is aan informatie.

In de MOOC ‘Help, er zit een knowmad in mijn organisatie!’ hebben we deelnemers deze vaardigheden voorgelegd en gevraagd welke vaardigheden voor hen in de afgelopen tijd belangrijker zijn geworden. Of op welke vaardigheden naar hun idee nu een groter beroep wordt gedaan dan enige tijd geleden. Wat herken jij vanuit jouw werkcontext?

Een knowmad… is niet bang om fouten te maken

Meer dan de helft van de deelnemers wil nog beter worden in ‘fouten durven maken’. Tegelijkertijd geeft men aan dat leren van je fouten ook een enorm cliché kan zijn. We roepen heel makkelijk dat je fouten mag maken. Maar is dat eigenlijk zo? Oke, je denkt nu wellicht aan die manager die zegt dat je fouten mag maken, terwijl je als medewerker niet het gevoel hebt dat het echt mag. Maar begin eens bij jezelf. Kun en durf jij fouten te maken? Mag jij falen van jezelf? Brene Brown (hier haar TedTalk) doet onderzoek naar kwetsbaarheid, moed en authenticiteit en een krachtige uitspraak van haar vind ik:

We denken vaak dat we al iets moeten kunnen, voordat we het mogen proberen.

Het gaat om moed. Om de bereidheid in de spiegel te kijken en patronen bij jezelf te herkennen en te veranderen. Het gaat om het durven omarmen van imperfectie. Om uitdagingen aangaan, jezelf laten zien, met het risico dat je faalt. Moed is weten dat je kunt falen en er toch helemaal voor gaan. Fouten mogen maken heeft, zoals je ziet, een sterke relatie met continu leren en kunnen af- en aanleren. Als ik mezelf de ruimte durf te geven om te experimenteren met een nieuwe manier van online faciliteren, dan vraagt dit om moed. En om goed zien hoe ik het nu doe en kunnen bedenken wat ik anders zou willen doen. En om oefenen en oefenen zodat ik me deze nieuwe manier eigen kan maken. Misschien geeft het je moed als je in plaats van ‘fouten mogen maken’ tegen jezelf zegt: “ik ga er van genieten om het eens anders te doen.” Mooie uitspraak van een van de deelnemers aan de MOOC!

Een knowmad… beweegt zich makkelijk in netwerken

Toegang tot informatie is overal mogelijk en die informatie stroomt sneller dan ooit. Denk maar aan de snelheid waarmee een roddel tegenwoordig verspreid word, dankzij netwerken om ons heen. De kunst is wel om je weg te vinden in deze netwerken. Om een plek te creëren in deze netwerken. Om verbindingen aan te gaan die voor jou waardevol zijn. Uiteindelijk gaat het niet om de omvang van je netwerken, maar om de kwaliteit en de diepgang van de verbindingen die je hebt met anderen. En om je bekwaamheid om toegang te krijgen tot de kennis en expertise die in deze netwerken aanwezig is. Hier ligt een directe link met het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Volgens Peter Hinssen stroomt innovatie heel wat sneller door een netwerk dan door een hiërarchie. “Start-ups bouwen voort op het werk van anderen; open-source initiatieven bouwen voort op de kennis van het collectief; innovatie wordt gevoed door de grote diversiteit binnen netwerken.” Het online gesprek over netwerken wat we hadden in de MOOC, riep bij een van de deelnemers de gedachte op: “als je geen geboren netwerker bent, lijk je nergens meer te komen.” Gelukkig zijn er allerlei acties te bedenken om het effect van netwerken zo groot mogelijk te maken. Curtis Ogden heeft daar een mooi overzicht van 20 acties van gemaakt.

Een knowmad… maakt doelgericht gebruik van sociale technologie

Voor een knowmad is technologie zeer nadrukkelijk een belangrijk hulpmiddel in het werk. Heel bewust ingezet om het werk slimmer en beter te kunnen doen. Ingezet vanuit een specifieke focus. Focus vanuit vakmanschap: waar richt ik mij inhoudelijk op, wat is dan online voor mij interessant, welke bronnen en online plekken zijn helpend in mijn leerproces? En focus vanuit waardevolle netwerken: bij wie kan ik afkijken? Wie kan ik betrekken bij het werk wat ik doe? Met wie kan ik optrekken en samenwerken?

Een knowmad zet technologie heel gericht in om zijn of haar doelen te behalen. Wel is enige ruimte voor ontdekken, exploreren, spelen, verrassingen belangrijk. En het besef dat je die ruimte soms expliciet moet creëren om niet in de valkuil van de ‘information bubble’ te stappen. Het is vooral de kunst om slimmer te worden dan de zogeheten algoritmes. Dat heb je in onze vorige blog (dokters vs internet) al kunnen lezen. Hier nogmaals het pakkend filmpje over algoritmes, wat rondging in de MOOC: hoe algoritmes ons wereldbeeld bepalen.

De vaardigheid om doelgericht gebruik te maken van sociale technologie staat in verbinding met het delen van kennis. Iets waar een flink deel van de deelnemers aan de MOOC grote waarde in ziet, maar nog maar mondjesmaat zegt te doen. Want wie ben ik om te delen? Wat heb ik toe te voegen? Of wat gaan anderen vinden van wat ik deel? Er zijn nog enkele drempels te nemen, maar velen zijn er van overtuigd dat het delen van wat je doet, vindt en gelooft een belangrijke ingredient is voor het maken van verbinding, het opbouwen van netwerken en het ontwikkelen van nieuwe kennis om daarmee op nieuwe ideeën te komen.

 

Wat nu?

We zijn het gebied aan het ontginnen. Dus al je meedenkkracht is welkom! Vragen die in het online gesprek naar boven kwamen en in het verlengde liggen van de vraag over vaardigheden zijn bijvoorbeeld:

  • Wat is het verschil tussen een knowmad en een kenniswerker?
  • Wat zijn belangrijke morele competenties om als knowmad over te beschikken?
  • Hoe kun je leren om knowmadisch te werken? Hoe werkt dit als je geen geboren netwerker bent?
  • Of is het wellicht een kwestie van tijd en kunnen we er dan toch niet meer omheen?

Wat kan jij nu doen? Voer eens een gesprek over knowmadisch werken met collega’s. Welke vaardigheden zie jij als belangrijk vanuit jouw werkcontext? En hoe pakt dit uit als je nadenkt over de toekomst? Wij zijn benieuwd naar jouw inzichten!

 

 

Meer lezen? Reeds verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

 

Werken als knowmad 2: hoe werkt het in de praktijk?

We dromen al enige tijd over het organiseren van een eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. In januari was het zover. De MOOC “Help! Er zit een Knowmad in mijn organisatie!” ging van start. Over knowmadisch werken en leren. Op 14 februari hebben we de MOOC afgerond met een meetup bij de HAN in Nijmegen rondom praktijkvragen over knowmadisch werken. Het was volle bak met zo’n 70 deelnemers. 

De online plek voor gesprek was een bron van vragen uit de praktijk. We hebben er 8 uit gekozen om over door te praten in een live knowmadcafé.

1. Fouten maken mag in mijn organisatie

Een van de vaardigheden als knowmad is fouten durven maken. Daar is een bepaalde cultuur voor nodig. In onze organisatie zeggen we wel dat het oké is om fouten te maken, want we hebben innovatie en experimenteren hoog in het vaandel. Maar in de praktijk …. Bekijk de video als je benieuwd bent wat een rakeling is.

Het dilemma is dat vragend leren en experimenteren belangrijk zijn voor de knowmad, maar dat bij teveel vragen (of fouten) je ook onzeker wordt. Ziet men je dan nog wel als goede professional? In de groep werd een positief voorbeeld gedeeld van een professional die wel altijd fouten deelt en waarbij dit goed wordt ontvangen. Je hebt eigenlijk een steady reputatie nodig om dit te kunnen doen. De context van fouten doet ertoe: een arts die het verkeerde been afzet is dan weer een voorbeeld van een fout die je liever niet wilt. Maar als een behandeling vast loopt, wil je wel artsen die eens experimenteren met nieuwe oplossingen.

2. Online voelt snel vluchtig. Hoe kun je toch diepgang krijgen?

Er ligt een grote uitdaging in het krijgen/stimuleren van diepgang. Het voelt als een soort vluchtigheid om op Twitter veel berichtjes van 140 tekens te lezen. Herkennen anderen dat? Of dient een strategie te zijn: ik heb vooraf een vraag nodig, een strategie hoe ik de informatie gaat verzamelen. Dan lees ik alleen wat aanhaakt bij mijn eerdere kennis / ervaringen en laat ik de rest links liggen?


De belangrijkste quote: “je bepaalt zelf de diepgang! en niet de aanbiedende partij”. Uiteindelijk kies je zelf of je 200 tweets scant of juist een artikel wat iemand deelt helemaal uit leest.

3. Ik ben een verzamelaar: hoe stap ik over de drempel heen om te gaan delen?

Ik vind dat ik te weinig deel. Terwijl mensen zeker geholpen zijn met mijn ervaringen en inzichten. Hoe stap ik over die drempel heen? Hoe maak ik daar tijd voor? Wat deel ik dan? Wie is daar in geïnteresseerd? Hoe weet ik of wat ik deel wel deskundig genoeg is?

Stappen over de drempel die deze groep noemt zijn:

  • Reframen: aannames in je hoofd veranderen
  • Doseren: begin niet met elke dag, maar met elke maand of week delen als doel
  • Aanmoedigen: doe het als groep en moedig elkaar aan
  • Durven: gewoon gaan doen, deel je ervaring en kennis
  • Motiveren: je komt online ook halen, dus tja, dan moet je zelf toch ook delen?

4. Hoe ondersteun je werknemers om ‘digital literate’ knowmads te worden?

Ik ben vooral benieuwd naar hoe ‘digital literate’ werknemers nu wel degelijk zijn. Hoe kunnen we ze hierin verder ondersteunen? De mogelijkheden van technologie zijn naar mijn gevoel nog te weinig gekend binnen organisaties en deze kennis verhogen kan leiden tot een verhoogd en meer efficiënt gebruik ervan.

Deze groep benadrukt het belang van experimenteren, een speelse manier om digitale literacy te stimuleren, in plaats van social media training. Wel moet er dan hulp in de buurt zijn als mensen vast lopen. Een praktische tip: probeer eens een RSS -lezer uit om websites en blogs te volgen. Een veel gebruikte RSS – lezer is feedly. Hier vind je een handout van Ennuonline.

5. Hoe richt je een proces van knowmadisch werken in? In een organisatie met veel verzamelaars

Ik ben geïnteresseerd in hoe je het proces ‘knowmadisch werken’ inricht en begeleid in een organisatie. Zorgen dat het geen eenrichtingsverkeer wordt van alleen content delen, maar juist ook dat de discussie op gang komt. En dat niet alleen van een kleine groep, maar het motiveren/stimuleren van de gehele populatie.

Tips van deze groep:

  • Zorg dat mensen vragen stellen en nieuwsgierig zijn/worden
  • Diversiteit in netwerken zorgt voor nieuwe invalshoeken
  • Af en toe heb je de intelligent ongehoorzamen nodig
  • Zorg voor een duidelijke vindplaats/startplek

Met de kanttekening dat het delen buiten de organisatie maar binnen een sector wel heel gecompliceerd kan zijn in verband met concurrentie tussen verschillende organisaties. Hoe deel je openlijk terwijl je toch je eigen unieke waarde behoudt?

6. Hoe kunnen knowmads, googlers, hobbyisten en followers elkaar ondersteunen, stimuleren tot meer knowmadisch werken? Of moet je dit niet willen 🙂

Ik zie in mijn organisaties verschillende types. Hoe kun je zorgen voor een kruisbestuiving?

Les 1: hou je klein- simpel- praktisch- en dichtbij. Zorg voor kleine stapjes. En een meer filosofische vraag: Kun je eigenlijk wel kennis delen of gaat het om ervaringen delen?

7. Hoe kun je zorgen dat je de kracht van millennials als organisatie (of netwerk) goed benut?

Deze laatste groep heeft geen video opgenomen maar gelukkig is er een goed verslag van Jonathan Koek: Help er zitten knowmadische millennials in mijn organisatie (de derde herdoping van de titel van onze MOOC :).

Belangrijkste uitkomsten van de groep  (die de Hogeschool Utrecht als praktijkcase gebruikt):

Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden.

  • Wanneer je Millennials centraal zet, zet ze dan ook echt centraal. Bijvoorbeeld door 3e en 4e jaars studenten opleidingskunde het curriculum voor 1e en 2e jaars te laten maken. Of het didactisch ontwerp, of voor de groep!
  • Geef vertrouwen en ruimte, maar ook structuur. Zeker een eerstejaars student heeft nog veel te leren, ook op het gebied van persoonlijke vormen. Later ( er werd genoemd: na de stage heb je een andere student) kan er meer keuzevrijheid en zelfstandigheid worden gegeven.
  • Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden. Los van regelgeving en moeten is er veel mogelijk, maar begeleiders moeten dit wel willen.
  • Snap dat Millennials expert zijn in veel gebieden, zonder dat ze dan al klassiek expert zijn ( bijvoorbeeld jaren bezig in een bepaald vakgebied). Juist door het expertschap centraal te zetten (kennis van bedrijfsleven, netwerken tools) neem je Millennials serieus en krijg je motivatie.
  • En als laatste: sla niet door in een methode, of het volledig door willen voeren van jong en fris werken. Voorbeelden hierbij waren volledige keuzevrijheid waarbij studenten uiteindelijk geen bruikbare CV opbouwden, en studenten die gek worden van het in groepjes werken. Een deels een klassieke opzet kan prima werken.

Welke praktijkvraag heb jij toe te voegen? Je bijdrage is erg welkom via een reactie op dit blogbericht.

 

 

Meer lezen? Ook verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

 

Live blog: Julian Stodd on trust

Last year I wanted to attend the session by Julian Stodd at the Learning Technologies conference but ended up in the wrong room. So this year I made sure to arrive in the right room and at the right time. I’ve been following his blog in the meantime, writing about social learning, social leadership and trust. Julian Stodd talks about a ‘landscape of trust’. It is a landscape because when he asked for narrative accounts for trust, all were different, some talk about love and friendship others about technology. We don’t understand it to be the same thing.

We have to earn trust in organizations

34% of people have no trust, 20% low trust in their organizations. Why would I trust the organization? They don’t have my long term interest at heart. The Number 1 question in organizations: how do we get engagement? People will leave if opportunities sit elsewhere.

Socially dynamic organizations

An organization needs to become socially dynamic. We need high trust network and coherent community, for trust and engagement. True culture is co-created. We need to find unified values.  Why do organizations fail? They fail when their culture fails. Trust seems to reside in strong social ties, built through lived experiences.

Is the foundation of your trust invested in the contract of people? 65% thinks it is in the people, 35% in the contract. The type of trust between two individuals and an individual and the organization is different. We can look at different levels of trust:

  • no trust
  • functional trust (I know I’ll be paid)
  • invested trust
  • social leadership.

For social leadership, it is important how authentic leaders act. Charisma counts. There is a middle layer of managers which is sometimes seems as not trustworthy.

The dynamic tension

As always, social aspects dominate over formal ones. In the highly connected social age- this plays out in an even stronger way. There’s a difference between he formal and the social structure (see the slide here) – The two are superimposed on that. The formal system can never fully control the social system. That’s why tinkering with the formal systems often has little effect.

If you lack trust in organizations, you drive out people. They are less likely to stay, less likely to engage, less committed to help.

Organizations tend focus on systems and rewards, but in fact people appreciate the freedom (see slide below).

 

 

 

 

 

 

 

What is the influence of technology on this tension?

People trust formal technology less than social technologies. If they have an iphone 7, they will follow a technology differently if they installed it. They trust formal technologies less because for instance there is less space to experiment and to control it. It is very important who sets the rules for a social online space. If somebody takes a screenshot and uses it in a performance review- that lowers trust. There was a research with two different groups working with the same technology. The result was that if people get to set the rules, engagement was 5 times higher. It is important to know who can view: people decided managers that managers can participate only if they engage, not to just read on. Allow people to set their own rules.

I think there are some important point here about trust and the importance of trust. To me it reconfirms my idea that network (inside and outside organizations) and networks of independent workers will become more important, exactly because they can set the rules, there is higher social capital and trust. Ownership is high in networks which grow organically.

What I missed is the link between trust and honest practice sharing. I think you need trust to share what you really think and experience in your own practice, this is how you get innovation. If you share on a superficial level it doesn’t lead to real learning and innovation. How to get to this deeper level of trust?

Waarom zou je meedoen aan onze MOOC? Je weet straks alles over knowmads!

Zo’n doos bonbonnetjes.

De een ziet er nog lekkerder uit dan de ander.

Ik ga meestal op de buitenkant af. Ik hou enorm van witte chocolade. En dan is het een verrassing wat ik in de bonbon tegenkom. Dat kan tegenwoordig van alles zijn: aardbeien, noga, maar ook rozemarijn of tijm. Er zit vaak ook een kaartje bij waar alle bonbons op beschreven staan. Dat vertelt je wat er in die bonbon zit. Kan ook handig zijn bij het kiezen.

Wat voor bonbon-kiezer ben jij?

Zo zijn er ook verschillende manieren om te besluiten mee te doen aan onze MOOC.

 

16 januari: Onze sociale MOOC: Help er zit een knowmad in mijn organisatie!

Schrijf je hier in

 

We gaan bijna van start met onze Massive Online Open Course. Enorm veel zin hebben we er in. Nu jou nog verleiden om mee te doen. Misschien ben je een doorgewinterde MOOCer? Of je hebt al eens van een MOOC gehoord maar je weet eigenlijk niet precies wat het is. Of je hebt gelijk een associatie met zo’n Coursera-MOOC waarbij het soms een hele kunst is het vol te houden.

We willen je in deze blog overhalen om mee te doen. Want deze MOOC is anders, inspirerend, waardevol als je werkt als professional en bezig bent met de toekomst. Een MOOC over de nieuwe professional: de knowmad (en hoe je die robot voor blijft). Iemand die continu leert, experimenteert, fouten durft te maken. Iemand die slim gebruik maakt van zijn netwerken, goed zicht heeft op de kennis die online beschikbaar is, afkijkt. Iemand die hardop werkt en ook anderen stimuleert om dat te doen. Iemand die kennis weet te benutten in de praktijk en daar ook nieuwe ideeën aan toe weet te voegen.

 

    • Waarom is knowmadisch werken voor de toekomst zo belangrijk?
    • Hoe ziet dit er in de praktijk uit?
    • Ben jij er al een?
    • Hoe kun je leren om nog meer een knowmad te zijn?
    • En hoe kunnen we knowmads ondersteunen in onze organisatie?

 

 

Reden 1 om mee te doen:

Ik wil wel eens aan een sociale MOOC meedoen

Dit is je kans om te ervaren hoe het is om aan een sociale MOOC mee te doen. Wat is een sociale MOOC? Je kunt het vergelijken met een museum: je stapt de wereld van het ‘knowmadisch werken’ binnen en je vindt daar zo’n acht zeer waardevolle bronnen die je op verschillende manieren wegwijs maken in die wereld. Dit zijn blogs, cartoons, video’s, die wij voor je hebben geselecteerd. Om je te prikkelen, iets nieuws te leren, nieuwsgierig te maken, je na te laten denken. Je wandelt samen met zo’n 400 andere bezoekers door het museum en raakt met elkaar in gesprek. Zeker bij de bronnen die wat met je doen. Die je raken. Die je herkent. Waar je zelf een verhaal bij hebt. En er is alle ruimte om ook zelf iets op te hangen, te delen, een gesprek te starten.

 

Reden 2 om mee te doen:

De term knowmadisch werken maakt me nieuwsgierig

John Moravec stelt dat “in 2020 45% van de medewerkers als een knowmad zal werken.” Dat is niet ver weg meer. En volgens hem wel cruciaal. In de society van de toekomst is innovatie hard nodig. Er is zoveel kennis en informatie voor iedereen beschikbaar. Veranderingen volgen elkaar in razend tempo op. We leven al in een VUCA wereld.

Ik ben er van overtuigd dat het voor ons professionals cruciaal is om iets unieks toe te blijven voegen. Vroeger leerde je een appeltaart bakken van je oma of je moeder. Nu Google je en vind je zo tien recepten, samen met de ervaring van bakkers die de taart al eerder hebben gemaakt. Maar hoe maak je nu een appeltaart die eruit springt? Die zo lekker is dat hij niet te weerstaan is. Dat hij iedereen opvalt. Er is zoveel kennis online beschikbaar. Met die kennis kan inmiddels iedereen wel een redelijke appeltaart voor elkaar krijgen. De kunst is om innovatief te zijn en er iets nieuws en unieks aan toe te voegen. Om uitzonderlijk goed te worden in het maken van die appeltaart. Door knowmadisch te werken ontwikkel je je vakbekwaamheid zo dat je als professional uitzonderlijk goed wordt.

Innovatief kun je zijn als je werk doet dat je belangrijk vindt. En als je daaraan werkt op een knowmadische manier. Dan maak je optimaal gebruik van de kennis om je heen. Je stelt je vraag niet meer alleen aan die collega’s verderop in de gang. Maar ook online, in je netwerken. Daar is een enorme hoeveelheid waardevolle expertise en meedenkkracht beschikbaar. Hoe heb je zicht op wat er in jouw netwerken aan kennis en ervaring aanwezig is? Hoe krijg je daar toegang toe? Kay Schoenmaker, HRD adviseur bij Cap Gemini over zijn manier van knowmadisch werken:


Nog een derde reden om mee te doen:

Ik wil mijn netwerk uitbreiden

Je gaat in de MOOC ook 500 andere mensen ontmoeten. Mensen met eenzelfde interesse in de knowmad als kenniswerker van de toekomst. Er zal volop gelegenheid zijn om uit te wisselen en elkaar te leren kennen. Op basis van de inhoud, ideeën, meningen, ervaringen uit de praktijk. Mocht je de smaak van het netwerken en samen optrekken flink te pakken hebben, dan kun je elkaar vervolgens ook fysiek nog ontmoeten in de meet-up. Die vindt plaats op 14 februari.

Doe je mee? Het fijne is… je hoeft helemaal niet lang te wachten. Want maandag 16 januari gaan we van start! Schrijf je hier meteen in.

Weet jij wat je met sociale technologie allemaal kan? 5 voorbeelden uit de praktijk.

Over de invloed van sociale technologie op leren en werken

Maandagochtend, teamoverleg. Om de koe bij de hoorns te vatten: de manager had liever geen ge-whatsapp meer in het weekend. Gisteravond, een zondag nota bene, gingen er wel 30 berichtjes over en weer. Dat wil hij niet nog eens.

Dit team leest gezamenlijk een boek over talenten. En de bedoeling van de Whatsapp groep is om daarover uit te wisselen. Twee teamleden hadden het boek zondagmiddag uit en waren enthousiast aan het Whatsapp-pen. Met een actieve uitwisseling van enthousiaste berichten, herkenning en ideeën tot gevolg. De manager van dit team wilde echter op dat moment van zijn rustige zondagavond genieten en vond dat hij daarin behoorlijk gestoord werd door al die berichtjes die maar binnenkwamen op zijn telefoon.

 

Houdt de telefoon jou aan het lijntje?

Je kunt je er tegen verzetten maar de invloed van sociale technologie neemt toe, ook op de werkplek. Ik las laatst een fantastische kop van een ‘pas op’ blog: “Je bent een hondje aan de lijn van de buitenwereld”. Als je niet oppast wordt je dag bepaald door de berichtjes die voortdurend binnenkomen op je smartphone. Het is aan ons als professionals om sociale media goed te gebruiken. We snappen inmiddels hoe Twitter, Facebook en WhatsApp werken. Nederland telt 2,6 miljoen Twitter-accounts. Deze tools laten ons niet alleen slimmer en sneller werken, maar veranderen ook onze manier van uitwisselen, samenwerken en leren. Hoe? Dat laten we zien in ons boek: Leren in tijden van tweets, apps en likes.

We zijn het stadium van experimenteren voorbij. We zien al fantastische veranderingen in de praktijk: in de zorg, bij de overheid, in het bedrijfsleven. Hier een tipje van de sluier: 5 concrete voorbeelden.

 

  1. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is online te vinden.

Wist je dat we online elke dag 36 miljoen boeken bij elkaar schrijven? Je kunt het zo gek niet bedenken of het staat wel online. Joitske wilde zonnepanelen op haar dak. Had ze ook een slimme meter nodig? Haar zoektocht begon bij de buurman die zo’n meter heeft. Daarna besloot ze vrienden op Facebook te vragen naar ervaringen. Binnen een uur had ze drie reacties en genoeg aanknopingspunten om verder te zoeken.

  1. Voor mij is Twitter een topvakblad!

Dit zegt een van de door ons geïnterviewde professionals. En dit vakblad ververst zichzelf ook nog eens elke seconde. “Het levert me ideeën op over trends en interessante bronnen. Ik richt me op thema’s en mensen waarin ik geïnteresseerd ben. Ik heb het vakblad altijd bij me. En ik kan ook nog eens heel gemakkelijk met de auteur in gesprek.”

  1. Bij Vanderlande kunnen medewerkers elkaar veel makkelijker vinden

Deze internationale organisatie beschikt over Vikipedia: een interne Wikipedia. Daardoor maken medewerkers minder fouten. Ze hebben toegang tot actuele informatie en kunnen elkaar makkelijk vinden. Iemand die in Engeland aan een project werkt weet welke soortgelijke projecten er in de andere landen zijn.

  1. De zorg komt in beweging

Naar autonomie, verbondenheid en gezond leven. Dat klinkt mooi, maar hoe krijg je beweging? Daar is massa voor nodig: veel medewerkers in de zorg die geloven in de noodzaak van transitie. Op de Andere handen community vinden zorgprofessionals elkaar en werken samen aan innovatie voor de praktijk. Belangrijke frustraties komen zo boven, en kunnen aangepakt worden.

  1. Naar een congres? Digitale leerweken!

De aanmeldingen voor het tweejaarlijkse verpleegkundigen symposium liepen terug. Dit was aanleiding voor SOA Aids Nederlander om online mogelijkheden te verkennen. Zo’n 300 professionals uit de zorg helpen elke twee jaar mee aan de ontwikkeling van de Digitale Leerweken: een veelheid aan interactieve workshops voor verpleegkundigen. Over anticonceptie, chemsex, partnermanagement. Allemaal online. De digitale leerweken voor 2017 komen er weer aan.

 

Je hoeft geen enorme fan van Facebook te worden als je dat niet wilt. Maar zorg ervoor dat je weet wat sociale technologie kan. En wat erdoor verandert in onze manier van werken en leren. Als professional, manager, projectleider of HRD adviseur. Voelt het als een sprong in het diepe? Niet bang zijn. Kijk naar de verhalen van anderen. Die laten zien dat het werkt!

Joitske Hulsebosch en Sibrenne Wagenaar

Zin om nog meer praktijkverhalen te horen? Doe mee aan de MOOC: Help, er zit een knowmad in mijn organisatie. Start op 16 januari 2017!

Online faciliteren afkijken van autoverkopers

We hebben onlangs een andere auto gekocht, een tweedehands auto. We startten met een zoektocht op internet. Daarna gingen we een middag kijken bij autodealers in Leiden. De allereerste verkoper voldeed gelukkig volledig aan mijn vooroordelen van een autoverkoper: een man die al met pensioen was maar voor zijn lol in het weekend nog auto’s verkocht. Hij polste ons en merkte al snel dat mijn man wel gevoelig was voor station modellen en ik wel voor kleur, mijn dochter wil namelijk graag een rode. Zo kwam hij bij een rode Citroën, station model. Wat een geluk, de auto was 1000 euro goedkoper omdat niemand een rode auto wil.. maar dan moesten we wel snel beslissen. We konden meteen een proefrit maken. Ik hoorde al snel een raar geluid en zei tegen hem dat ik echt geen auto met een rare tik ging kopen. Hierop ging hij met ons mee in de auto, liet de motor hard draaien en zei: “hoor nou toch eens wat een prachtig geluid, een hele sterke motor“. Uiteindelijk hoorde hij de tik ook en legde uit dat dat slechts een reparatie van 5 minuten zou zijn. Lang verhaal kort: we hebben deze niet gekocht. We hebben bij een andere dealer gekocht. Die er echt een show van maakte toen we hem op kwamen halen: hij had hem ingepakt en wij mochten hem als kadootje uitpakken :).

Leren is toch iets anders dan auto’s verkopen? 

Ik las net een blog van Wilfred Rubens waarin hij uitlegt dat je niet alle lessen van Greenwheels en Thuisbezorgd.nl kunt toepassen op het onderwijs. Omdat onderwijs meer is dan content beschikbaar maken. Zo is het faciliteren van leren ook echt wel anders dan het verkopen van auto’s. Toch kunnen we iets afkijken denk ik. Lang geleden vond ik marketing mensen verkopers van gebakken lucht en geen ambachtsmensen. Echter, sinds het sociale media tijdperk ben ik steeds meer marketeers gaan volgen. Ze zijn verder met het gebruik van sociale media dan leerprofessionals, daar alleen al kunnen we van leren. Verder zijn ze goed in het bestuderen van mensen en hun gedrag en hoe je dat kunt beïnvloeden. 

Cialdini

Cialdini
Cialdini

Een van de marketingmodellen is het model van Cialdini met 6 beïnvloedingsstrategieën. Deze 6 zijn:

  1. Wederkerigheid – voor wat hoort wat. We begonnen met een kopje koffie.
  2. Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben. Volgens de autoverkoper was dit aanbod alleen voor deze dag geldig.
  3. Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode. Hij benadrukte dat hij al zijn hele leven auto’s verkoopt. (helaas was dat voor mij een minpuntje 🙂
  4. Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker. Een proefrit…
  5. Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer. Verhalen over andere mensen die ook voor dit type auto kozen.
  6. Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag (deze factor had mijn autoverkoper dan weer niet!)

In de leergang leren en veranderen met nieuwe media hebben we samen gekeken hoe je deze principes kunt gebruiken voor online en sociaal leren. Dit bracht een discussie op gang bracht over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Mijn eigen conclusie daarin is dat je goed moet kijken en observeren wat mensen drijft, hoe hun motivatie werkt. Zo had mijn autoverkoper al snel door dat ik toch graag een rode auto zou hebben en mijn man gevoelig was voor een station model. Hoe kwam hij daarachter? Door gewoon te vragen wat we zoeken, door te vragen en te observeren bij welke auto’s we langer stil bleven staan. Dan is het onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek minder relevant. Het gaat uiteindelijk om het beïnvloeden van mensen.

Het bruggetje naar online leren

Het bruggetje tussen Cialdini en online leren is dat we bij online leren te maken hebben met allerlei extra afleidingen die je bij een face-to-face dag minder hebt. Bij een online workshop of webinar bijvoorbeeld, ben je altijd maar 1 klik van je email verwijderd.  Ik heb zelf net een drie-weekse online cursus over business en human rights gefaciliteerd, en de betrokkenheid liep van week 1 tot week 3 terug, van hoog naar laag. Het is best een uitdaging om de aandacht van drukke ambtenaren vast te houden. Ik vind het nog steeds een uitdaging dat je online sterk beslagen ten ijs moet komen om mensen te boeien. Vertrouwen op de eigen motivatie van deelnemers is daarbij niet genoeg.

 Motiveren voor online leren – tips van autoverkopers

Wederkerigheid – voor wat hoort wat

  • Deel zelf als eerste een verhaal waar deelnemers wat aan hebben zodat ze ook een verhaal willen delen of zorg dat er al interessante documenten staan voordat je deelnemers vraagt om documenten online te delen. Je kunt ook van tevoren al iets interessants delen
  • Geef ze een kadootje, bv. een factsheet en vraag daarna of ze de evaluatie in willen vullen

Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben

  • Stel een platform of content bepaalde tijd open. Zo was er een MOOC over digital badges die maar 48 uur open was
  • Selecteer deelnemers op basis van criteria, een beperkt aantal mag meedoen
  • Zorg dat het platform na de cursus meteen dicht gaat in plaats van nog 2 maanden open blijft

Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode

  • Nodig experts uit waar deelnemers veel respect voor hebben als gastsprekers, of om feedback of masterclasses te geven
  • Laat belangrijke mensen een oproep doen om mee te doen en het ook af te maken
  • Gebruik het evaluatie cijfer van de cursus om het aan te prijzen

Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker

  • Start met een simpele vragen online, bijvoorbeeld een makkelijke introductie online, een uitnodiging om jezelf voor te stellen en een vraag voor de volgende te verzinnen werkt goed.
  • Stel deelnemers vooraf een aantal vragen, bv of ze een voorbeeld willen delen online en of ze de cursus af gaan maken. Hierna zullen ze zich er eerder aan commiteren.

Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer

  • Nodig achter de schermen een aantal mensen uit om alvast te reageren online, dan is het makkelijker voor de volgenden
  • Benadruk wat er goed gaat, dus bv. 80% heeft meegedaan aan het eerste webinar, ipv doe volgende week eens mee want de opkomst viel tegen
  • Werk met likes of best content – zo kun je laten zien welke inhoud gewaardeerd wordt en dit benadrukken

Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag

  • Maak persoonlijk contact, bijvoorbeeld via de mail en wees oprecht geïnteresseerd in de vragen en omstandigheden van je deelnemers
  • Zorg dat je online zichtbaar bent door bv een video of foto van jezelf te plaatsen en een positieve uitstraling en toon hebt in je communicatie
  • Geef complimenten

Hoe blijf je de robot voor? Word een knowmad

Ik wil ruimte maken in mijn boekenkast. Er kan best wat uit. Mijn oog valt op de Winkler Prins Encyclopedie. 31 delen. Ze nemen een hele plank in beslag. En ik gebruik ze echt nooit meer. Als ik iets niet weet, dan Google ik of ik vraag het aan Siri.

Ik pak de zes boeken op en stop ze in de doos.

De Winkler Prins is overbodig. Voor veel van ons werk geldt binnenkort hetzelfde. Volgens het CBS lopen in Nederland drie miljoen banen een groot risico te verdwijnen door robotisering. In de komende 10 tot 20 jaar. Benieuwd hoe groot de kans is dat een robot jouw werk overneemt? De BBC geeft je een prognose. Hoe bereid je je hierop voor? Ga werken als knowmad!

Wat is een knowmad?

John Moravec introduceerde in 2013 het knowmads concept middels zijn boek The Knowmad Society. Hij laat een toekomstgerichte oriëntatie op persoonlijke ontwikkeling zien en de invloed die dat heeft op ons onderwijs.

De knowmad is handig met technologie. Hij kent veel tools en hij weet hoe je problemen in het werk oplost. Hij is niet bang om fouten te maken, hij is creatief en hij probeert allerlei nieuwe oplossingen uit. Hij deelt wat hij weet. En zijn collega’s waarderen hem om zijn kennis. Een knowmad werkt graag samen met collega’s en ontmoet makkelijk nieuwe mensen.

Neem Friso Raemaekers. Ramaekers is verpleegkundige bij het HagaZiekenhuis en hij is een typische knowmad. ‪Hij is online zichtbaar. Hij heeft een groot netwerk. En hij is enorm bevlogen in zijn werk. Tot enige tijd terug organiseerde hij elke week een twitterchat waar verpleegkundigen en verzorgenden bespraken wat hen in het werk bezighoudt. Friso was initiatiefnemer van deze chat. Voor hem een manier om ontwikkelingen en actualiteiten aan de orde te stellen en te bespreken met collega’s. Ook nodigde hij regelmatig mensen uit de politiek, zorgverzekeraars en klanten uit om mee te doen in het gesprek. Om zo verandering op gang te brengen.

 

Waarom is werken als knowmad zo belangrijk?

Omdat je alleen dan in 2035 nog aan het werk bent. Robots nemen steeds meer taken van ons over. We hebben nu al apparaten die ons gras maaien, drones die pakketjes bezorgen en robots die operaties uitvoeren. Zo krijgen urologen hulp van de Da Vinci Robot bij moeilijke operaties. De robot trilt niet, heeft veel fijnere vingerbewegingen en kan preciezer opereren.

Wat blijft er nog voor ons over?

Het antwoord is: werk dat voortdurend verandert en waar nieuwe ideeën voor nodig zijn. En daar ben je als knowmad extreem goed in.

 

Hoe word ik een knowmad?

Oefen in manieren van leren. Het is niet belangrijk wat je leert maar hoe je leert. Hoe kijk je naar nieuwe problemen? Hoe voer je een gesprek met collega’s over zo’n probleem? Hoe bedenk je aanpakken en oplossingen? En gebruik hier sociale technologie bij. Verdiep je in tools. Kijk waar jouw online netwerken zijn. Maak je een creatieve manier van werken eigen.

 

Is dit op mijn leeftijd echt nodig? Ik ben al bijna 50.

Dus? Wat wil je daarmee zeggen? Met hard werken kunnen we onze talenten en vaardigheden ontwikkelen. ‪Onze hersenen blijken plastisch, aldus Margriet Sitskoorn. Of je nu twintig of vijftig bent, je kunt nog steeds nieuwe dingen leren. Het klopt dat onze hersenen minder plastisch zijn naarmate we ouder worden. Maar met oefenen, herhaling en geloof in eigen kunnen heb je invloed op je eigen ontwikkeling.

 

Een eigen focus ontwikkelen. Een sterk netwerk opbouwen. Fouten maken. Ik ben bang dat mijn manager hier niet op zit te wachten. Hij wil dat ik het werk goed en op tijd af heb.

Een inspirerende werkomgeving is belangrijk. Een omgeving waar je fouten kan maken. Als je zo’n omgeving nu niet hebt, dan is het misschien tijd om echt nomadisch te werk te gaan. Een knowmad trekt van opdracht naar opdracht. Hij is niet gebonden aan een bepaalde baan, en weet wat voor werk hij wil doen.

 

En wat doe ik nu?

Wil je meer knowmadisch werken? Schrijf drie namen op van mensen in je omgeving die jij ziet als knowmad. Volg deze knowmads de komende maand en kijk bij ze af.

 

Meer lezen over de knowmad? Het boek ‘Knowmad society’ van John Moravec kun je gratis downloaden. En in ons boek ‘Leren in tijden van tweets, apps en likes’ schrijven we over de knowmad als de professional van de toekomst.

Kun je leren met een chatbot?

Ik heb mijn werkkamer op de eerste verdieping van ons huis en gebruik daarom een wifi homeplug om het wifi signaal van beneden te versterken. Een week geleden kon ik plotseling het signaal niet meer opvangen. Hij bleek echt niet meer te werken. Ik zocht terug in mijn mail en ik ontdekte dat ik hem bij bol.com had gekocht en dat er wel 10 jaar garantie op zit. Daar werd ik wel blij van maar dacht tegelijk moet ik hem dan naar bol sturen of naar sitecom? En hoe kom ik er bij zo’n groot bedrijf doorheen? Ik ging naar de klantenservice pagina van bol.com om te kijken wat ik moest doen. En daar kwam ik de virtuele assistent tegen. Nu is mijn ervaring met dit soort assistenten nogal frustrerend. Echter, deze gaf wel een zinnig antwoord terug. Mijn vraag: “ik heb een defect productie waar garantie op zit, wat moet ik doen”  werd begrepen als een garantievraag hij wilde graag opzoeken om welk product het ging en bood mij aan om te loggen en naar het product te gaan.

Zo wist hij me naar de pagina met informatie over opsturen van een defect product te sturen. Het werd mij duidelijk hoe ik het artikel kon retourneren met een label op de envelop. Die pagina had ik toch zelf niet gevonden! Dank aan meneer virtuele assistent. Ze worden toch langzaam beter heb ik het idee.

Wat is een chatbot?

Deze virtuele assistent is een mooi voorbeeld van een chatbot. Een chatbot kan met je converseren om een taak uit te voeren. Andere voorbeelden van chatbots zijn:

  • Slack is een teamtool en heeft verschillende chatbots zoals de busybot. Hiermee kun je taken in Slack verdelen. Busybot stuurt je dan een herinnering op een datum die je zelf instelt.
  • The telegram MUSIC bot of youtube bot helpt je muziek of videos te zoeken.
  • In Facebook Messenger kun je CNN nieuws krijgen via een gepersonaliseerd chatbericht. Als ik ‘discrimination’ type krijg ik 3 artikelen (zie plaatje)
  • De brain bot op Twitter beantwoordt elke vraag door op te zoeken.
  • Met de invisible boyfriend kun je de ideale man aanmaken en via SMS met hem texten om te oefenen in daten.

Waarom zijn chatbots interessant voor leren? 

Als je leren breed opvat als ‘het proces dat leidt tot verbetering in capaciteit van mensen’ (naar Illeris) met een cognitieve, emotionele en sociale component zou je kunnen zeggen dat chatbots je helpen de juiste informatie te vinden (denk aan de CNN bot die je helpt met artikelen). Vanuit een performance benadering is het ook heel geschikt voor just-in-time support, zoals het helpen bij het omgaan met een nieuwe tool. Zo is er ook een chatbot van Slack waar je je vragen aan kunt stellen. Is het dan niet hetzelfde als Googlen? Dan komen we bij de sociale component. Veel bedrijven zetten dik in op chatbots omdat messaging apps (zoals whatsapp) nu meer gebruikt worden dan social networks. Messaging apps worden gebruikt om direct met iemand in gesprek te kunnen. Daarbij sluiten chatbots aan. In die zin is het een socialere vorm van googlen. Je chatbot als je nieuwe vriend op whatsapp.

Moet ik er wel of niet mee aan de slag? 

De ontwikkeling van chatbots voor leerdoeleinden staat nog in de kinderschoenen. Als je voorop wilt lopen kun je er best mee aan de slag. Anders zou je het van de zijlijn kunnen volgen. Alleen al het feit dat ik over chatbots leerde maakte dat ik overal chatbots zag! Het is wel zo dat de kwaliteit en de kosten nog een zorg zijn. Dat komt ook naar voren in de reflecties van Craig Taylor, de facilitator van de MOOC “learning beyond the next button” waarin leerde over chatbots.

Een aantal voorbeelden van chatbots toepassingen in organisaties

In deze online MOOC hebben we gebrainstormd en uitgewisseld over toepassingen in organisaties. Een aantal mogelijkheden:

  • Vragen beantwoorden. Gebruik een chatbot in de meest gebruikte chattool in je organisatie om routine vragen te beantwoorden een soort ‘Vraag HR’. Of de ‘MOODLE chatbot’. Dit zorgt ervoor dat HRD professionals zich op interessantere vragen kunnen richten.
  • Oefenen van interpersoonlijke vaardigheden met een chatbot. Zoals je daten kunt oefenen met de invisible boyfriend zou je ook een lastig gesprek kunnen oefenen.
  • Het leren van taal. Dit lijkt een hele logische. In plaats van conversatieles een uurtje chatten met je chatbot. Duolingo biedt dit aan.
  • Content aanbieden. Een chatbot kan een onderwerp cureren en de belangrijkste vragen kunnen aanbieden.
  • Feedback geven. Medewerkers hebben best behoefte aan feedback. Een goede chatbot zou ook feedback kunnen geven. Zo kun je op met de Your Face chatbot op Skype je foto opladen en krijg je feedback op basis van je foto. Deze feedback is nog niet van heel hoge kwaliteit want ik kreeg te horen: “You’re a 37.2-year-old woman. You look remarkably cheerful.”

Uiteindelijk zou je chats ook weer kunnen analyseren om te zien waar de meeste vragen over bestaan. Lees ook chatbots for learning.

Hoe duur het is om een chatbot te ontwikkelen weet ik niet. Maar als start zou je natuurlijk kunnen onderzoeken welke chatbots er al bestaan en daar medewerkers attent op maken.