Navigate / search

Knowmads, bewoners, bezoekers en ambassadeurs

De manier waarop we ons bewegen in netwerken verandert door sociale media, ook de hoeveelheid mensen die we volgen wordt groter. We zijn als zelfstandige zonder personeel een eigen merk, binnen organisaties moet je je ook profileren en personal branding is geen vies woord meer. Technologie maakt dat we onze persoonlijke netwerken snel kunnen benaderen.

De Knowmad

Meet de knowmad. De knowmad is een professional die leergierig is slim gebruik maakt van de nieuwe sociale media om een master op zijn vakgebied te worden/ blijvenof Ben jij al eens een knowmad tegen gekomen? Wellicht herken je jezelf of een collega hierin: Ze is …. jong, nieuwsgierig, werkt met focus. Maakt zich nieuwe vaardigheden vlot eigen, werkt samen, intern en extern, krijgen dingen voor elkaar. Kan nieuwe problemen oplossen. Ze heeft vaardigheden als goed samenwerken, communiceren, creatief, flexibel, naar mogelijkheden kijkend. Ze heeft het te druk om aan een cursus mee te doen, maar leert door gebruik te maken van haar netwerk.Ze heeft een omgeving voor zichzelf gecreëerd die haar ondersteunt in het werk wat ze doet en in de doelen die ze wil bereiken. Knowmads zijn energiek en gedreven om handiger, slimmer, beter te worden. De knowmad verschijnt ook onder andere namen zoals de smart worker (Jane Hart), de guerilla learner (Geof Stead).

We zijn niet allemaal knowmads

Niet iedereen is die handige autonome knowmad, en dat is misschien maar goed ook. We zijn niet allemaal hetzelfde. Er zijn professionals die bijvoorbeeld weinig affiniteit hebben met nieuwe media en dus weinig tot geen gebruik maken van deze media binnen hun werk. Er zijn ook professionals die niet werken vanuit hun diepste passie en het fijn vinden om de deur van hun werk achter zich dicht te krijgen. Zij zullen minder gemotiveerd zijn om in de avond nog eens mee te doen aan een MOOC of Twitterchat. (los van de discussie natuurlijk of dit eigenlijk in je werkdag zou moeten passen…).

De bezoeker

De bezoeker heeft net als de knowmad hoge affiniteit met technologie, maar is minder gedreven in zijn/ haar vakgebied. Dit betekent dat er wel degelijk gebruik gemaakt wordt van media als bijvoorbeeld LinkedIn groepen, maar heel functioneel. De bezoeker zal minder dan de knowmad een opinieleider zijn.

De bewoner

De bewoner (in het Engels de resident genoemd) is niet zo handig met technologie maar wel heel gedreven en gepassioneerd in zijn vakgebied. Dit zorgt ervoor dat hij heel goed keuzes kan maken. Hij zal dus wel heel actief zijn en waardevolle bijdragen leveren in een online community en daar ook tijd in steken. Omdat technologie niet zijn sterkste kant is zal hij waarschijnlijk bewuste keuzes maken, bv wel actief mee doen in twee communities maar niet steeds op andere plekken zoeken naar informatie.

De ambassadeur

De ambassadeur is iemand die niet uitblinkt in online vaardigheid en ook niet hoog scoort op intrinsieke motivatie. Het is wel een ambassadeur voor sociale media en nieuwe mogelijkheden omdat hij zich bewust is van het feit dat het technologie landschap verandert. Echter, de ambassadeur brengt het zelf niet in de praktijk.

Dit model hebben we uitgewerkt in het kader van ons nieuwe boek ‘Leren in tijden van tweets, apps en statusupdates‘. We willen graag feedback. Helpt dit model om te verklaren hoe collega’s om jou heen zich verhouden tot professioneel gebruik van sociale media? Wat vind je van de benamingen (knowmad, bezoeker, bewoner, ambassadeur). Hoe zou je de verschillende groepen in je organisatie kunnen ondersteunen? 

Ps. overal waar hij staat kan zij staan en andersom

Do you have what it takes to close the deal? Serious gaming bij DAF

‘Fun en leren’, dat is waar serious games over gaan. Als introductie op serious games hebben deelnemers van het webinar van de LOSmakers kort het Shell Exporer Game gespeeld en/of de climate change game.

Verschillende types spelers

Het blijkt dat we het meeste plezier hebben in spellen waarmee je intuïtief aan de slag kunt; als je je er echt even in moet verdiepen, vallen sommige spelers af. Het helpt ook als je iets met het onderwerp hebt. Er is duidelijk verschil tussen mensen die ook echt willen winnen of er juist iets van op willen steken. Anderen vinden het gewoon leuk om samen met anderen te spelen. Leuk van zo’n praktijkverkenning: één van de deelnemers plakte ter plekke de typologie van Bartle in de chat.

  • de explorers
  • de achievers
  • de killers
  • de socializers

Zo kunnen we onszelf (en de anderen) al snel plaatsen als achiever of socializer… We hebben geen killers onder ons :). Kijk ook eens welk type speler je herkent in jezelf.

DAF wil een nieuwe generatie aanspreken met serious games

Janneke Snoeijen legt uit dat ze werkt voor de DAF Academy. De academie is verantwoordelijk voor het trainen van het dealers netwerk met op meer dan 900 locaties. Een echte ‘distributed’ doelgroep dus. Inclass trainen loopt dan ook snel in de papieren qua reiskosten.De academie levert de dealers trainingsaanbod; direct en volgens het train-de-trainer principe. Eén van de doelstellingen van de academie is om hun aanbod aantrekkelijk te maken- ook voor de nieuwe generaties. Vandaar de experimenten met een serious game voor dealers. Het is een aantrekkelijke vorm van leren.

Do you have what it takes to close the deal?

De game die is ontwikkeld voor deze doelgroep heet Exellerate en duurt ongeveer 30 minuten om te spelen. Het is gericht op het sluiten van een sales deal. Het is belangrijk bij het spelen dat je weet wat er speelt bij de klant uit de game, maar ook dat je parate kennis hebt over de DAF producten. Er zijn 3 verschillende leaderboards:

  1. Je kunt zien hoe jij het doet binnen jouw dealersgroep
  2. Bij de tweede tab kun je zien hoe jouw dealersgroep het doet binnen jouw land
  3. Als laatste kun je zien hoe jouw dealersgroep het doet vergeleken met andere groepen over de hele wereld

De game blijkt goed aan te slaan. Hij is in korte tijd door meer dan 400 mensen uit 33 landen gespeeld. De pilot is in het Engels ontwikkeld maar inmiddels vertaald in Duits, Frans, Spaans, Tjechisch en Pools. De game heeft ook impact op de praktijk – zo vertelde een verkoper dat hij een vraag bij een klant anders is gaan formuleren omdat hij dit uit de game heeft opgestoken. Spelers zijn over het algemeen erg enthousiast op een enkele kritische reactie na.

Is serious games ontwikkelen duur?

De vraag naar de kosten komt in het webinar van de LOSmakers ook naar boven. De kosten van een game zijn te vergelijken met een dure e-learning oplossing. Het meten van de ROI is heel lastig. Een mooie opmerking: “bij training wordt ROI en budget vraag nooit gesteld”. Als je het budget gaat doorrekenen kan het ook innovatie doodslaan. Tegelijkertijd is het natuurlijk goed om te kijken wanneer het loont om te investeren in een game – dit is vooral als je een grote doelgroep hebt. Afgezien daarvan zijn er ook mogelijkheden om te werken met zogenaamde mini-games. Dit zijn games van 5-10 minuten. Een voorbeeld van een minigame is veestapelen te vinden op veestapelen.nl/game.php.

Meer lezen over serious games? Lees het artikel Het spel en de knikkers van Petra Peeters, Janneke Snoeijen en Paul Jacobs

Wil je zelf aan de slag met het ontwerpen van een game? Kijk dan ook eens naar de gamification inspiration cards 

Herontwerpen van face-to-face naar blended leren

(deze blog staat ook op joitskehulsebosch.nl)

Ennuonline is uitgenodigd door het team van een interne academie om in een aantal sessies met ze te werken aan het herontwerpen van hun aanbod tot een krachtiger blended vorm. Ik vind het bij deze vraag de uitdaging om het echt om te vormen tot een sterker product en daarom was de eerste stap: nadenken over de meerwaarde van blended opleiden. De opleiding die we bij de kop gingen pakken was een driedaagse face-to-face. De meerwaarde die werd beoogd door dit team:

  • Door diversiteit (filmpjes, tekst, quiz, face-to-face werkvormen) meer mensen bedienen in hun voorkeursstijlen. Hiermee wordt het aantrekkelijker om mee te doen.
  • Door mensen op verschillende manieren mee bezig te laten zijn met de onderwerpen stimuleer je dat het leren beter beklijft (denk aan de brein principes).
  • Door het interactiever en praktijk gerichter maken van de opdrachten willen we meer impact op de praktijk.

Aan de slag met 3 ontwerpmodellen

Na het denken over de meerwaarde en een introductie over blended leren gingen we in groepjes zelf aan de slag met het herontwerpen vanuit 3 modellen (3P’s, Juke-box, SAMR, zie filmpje hieronder). Dit werkte heel goed. Ik had niet gevraagd wie de eigenaar van deze opleiding was en dat kon ik er ook niet uithalen. De modellen nodigen iedereen uit om op een nieuwe manier te gaan ontwerpen en er echt een creatief proces van te maken. Hieronder een filmpje met maar liefst 5 modellen. Het was opvallend dat mensen zonder veel uitleg, met alleen een handout over het model aan de slag konden.

Op zoek naar overeenkomsten en verschillen 

Vanuit de 3 creatieve ontwerpen zijn we op zoek gegaan naar de overeenkomsten en unieke ideeën. Een overeenkomst was dat iedereen een online start had. De 3 opleidingsdagen waren terug had gebracht tot 1,5 of 2 dagen, met online tussendoor. Het viel op dat iedereen online gebruikte om mensen alvast een aantal opdrachten te geven om zelf aan de slag te gaan, om te activeren. Ook waren er een aantal face-to-face elementen zoals een informele lunch die iedereen belangrijk vond voor de connectie en erin wilde houden. Bij iedereen werd het laagdrempeliger om continue vragen te stellen online. Echt vernieuwend was om mensen juist om feedback te vragen ipv ze alleen op te leiden. Dit was de ‘teach-back’. Het 3P model helpt om dit soort ideeën boven te krijgen. Ik denk dat het Juke-box model stimuleerde om te denken over een mentor-buddy systeem.

Bij het tot stand komen van een nieuw ontwerp bleek wel wie de eigenaren waren van deze opleiding. Nieuwe ideeën zijn vrij uitgebreid besproken en vergeleken met de oorspronkelijke opzet. Dit leidde tot een herformulering van de doelen waarbij de doelen minder kennisgericht werden ingestoken en meer op netwerken en weten waar je terecht kunt met vragen. Niet altijd zijn alle gebrainstormd ideeën beter of praktischer. Echter, de belangrijkste innovaties kwamen wel in het ontwerp, zoals het stimuleren van een mentor systeem, teach-back en faciliteren van een leergroep die elkaar helpt.

De uitdagingen 

Er blijven een aantal uitdagingen over zoals het online faciliteren, het meenemen van de inhoudsdeskundigen in deze nieuwe manier van opleiden en ook het kiezen van een geschikt platform. Er zijn wel wat platformen in de organisatie beschikbaar maar niet een duidelijk LMS. Dit wordt nog een zoektocht naar de handigste tools.

De invloed van sociale media – technologie is meer dan maar een middel

Ik hoor vaak: “de technologie is maar een middel en moet niet voorop staan, laten we beginnen bij het doel en dan komen we vanzelf uit bij de middelen, de technologie”. Welk platform we gebruiken doet er niet toe als we maar ons doel bereiken. Leg niet de nadruk op de technologie. In deze blogpost betoog ik dat technologie veel meer dan een middel is. Sociale technologie zijn een sturende kracht achter sociaal leren. En ook binnen organisaties en netwerken is de keuze van (sociale) technologie belangrijk.

Ik werk samen in een team van 5 professionals, maar in verschillende projecten. We merkten dat we eigenlijk vooral advies vroegen aan degene waar je mee samen werkt in een project. De drempel om even snel een ander mee te laten kijken is toch hoog. Mijn antwoord zocht ik in de rollen: bijvoorbeeld een rol van ‘meedenker’. Een collega stelde echter voor om slack te gebruiken, waarmee je snel een vraag kunt stellen en iemand ‘in een gesprek’ kunt roepen door zijn of haar naam te taggen. We zijn nu een maand aan het slacken en het werkt. Slack was meer dan een middel, het introduceren van slack werd tijdelijk een doel tot het in de routines van het team zat. Een innovatie gedreven door toolkeuze.

Technologie moet geen doel worden?

Een bekend voorbeeld is Henri Ford die de eerste auto bouwde in 1896. Ford zag een wagen die voortbewoog zonder paarden. Als Ford gevraagd zou hebben wat mensen willen hadden ze waarschijnlijk om een sneller paard gevraagd. En als Ford eerst het doel zou hebben bedacht en dan het middel zou hij mensen van A naar B hebben willen brengen en opnieuw gekozen voor de paarden…

Wilfred Rubens betoogt ook – technologie is meer dan een middel. Hij stelt  “technologie kan een ‘enabler‘ zijn van andere manieren van leren. Technologie leidt niet zelfstandig tot onderwijsvernieuwing. Maar technologie kan inspireren en mogelijk maken.” Ook in het onderwijs betoogt de OU kan technologie best een doel zijn. De voorbeelden laten zien dat technologie niet ‘slechts een middel’ is om uit te voeren wat wij willen doen. Technologie stuurt wel degelijk. Wanneer nieuwe technologieën beschikbaar komen stuurt dit ons gedrag na een periode van experimenteren.

De pil een voorbeeld van de invloed van een nieuwe technologie

De pil is een voorbeeld van een revolutionaire technologie die veranderd gedrag heeft teweeg gebracht. Evert Ketting toont aan de pil een voorbeeld is van de juiste technologie op de juiste plaats op het juiste moment. Bij het zoeken naar 500 proefpersonen om te testen waren er al 5000 aanmeldingen. 10 jaar na de introductie van de pil in Nederland in 1962 werd het al door twee derde van de vrouwen werden gebruikt. Twintig jaar later was het gebruik van de pil de norm geworden Een 16-jaar oud meisje dacht in 1988 tijdens een onderzoek zelfs dat het onmogelijk was om seks te hebben zonder de anticonceptiepil, ze wist niet dat het zwangerschap voorkomt. De grote verandering gebracht door de pil is dat seksualiteit werd losgekoppeld van zwangerschappen. Voor de pil waren er al andere anticonceptie middelen zoals het pessarium en condooms. Toch is de pil het grote succes geworden. Een van de redenen is omdat het nemen van de pil losstaat van de seksuele handelingen en daarmee respectabel werd. En natuurlijk ligt het gebruik in de hand van vrouwen. Ten slotte was het meer betrouwbare methode, zodat artsen het ook accepteerden.

Sociale media als drijvende kracht achter sociaal leren   

Net als de pil komt sociale media op de juiste tijd op de juiste plaats. Het sluit aan bij een trend van individualisering en uiting van jezelf. In combinatie met de komst van smartphones en tablets maakt het continue delen met je netwerken, sport-en vriendenclubjes mogelijk. Het is een belangrijke door technologie gedreven verandering in de maatschappij.

De invloed van sociale media op de maatschappij maken een nieuwe manier van sociaal leren mogelijk, ook in organisatie en netwerken. Isaac Newton schreef: ‘Als ik verder kan zien, komt dat omdat ik op de schouders van reuzen sta. Door het publiekelijk delen, de snelheid waarmee berichten verspreid worden via sociale media is het mogelijk om op de schouders van een heleboel collega professionals te staan. Sociale media zijn een sturende kracht die in sterke mate ons dagelijks denken en doen bepalen, ook steeds meer voor uitwisseling tussen professionals. Dat is een enorme innovatie in leren gestuurd door de technologie van sociale media.

Technologie om sociaal leren in organisaties te stimuleren

In navolging van onze communicatie op sociale media als Facebook, Twitter en Instagram wordt ook leren in organisaties socialer, mits ondersteund door de juiste technologie. Bij Rijkswaterstaat is Yammer succesvol geïntroduceerd voor kennisdeling tussen afdelingen. De technologie sloot aan bij wat mensen al kennen (Twitter en Facebook) en er was een visie op de nieuwe communicatie die men wilde zien, sneller en participatief. Zo werd een beleidsplan met input van iedereen via Yammer ontwikkeld. KLM-Airfrance heeft ishare geïntroduceerd. De community manager is degene met een sterke visie op wat er mogelijk is als mensen meer gaan delen – innovatie in de business. Hij ging op zoek naar een platform met een visie op sociaal delen die aansloot bij zijn eigen visie.

De voorbeelden van Ford, ons Slack groepje, maar ook Rijkswaterstaat en KLM-Airfrance laten zien dat er een visionair nodig is die de toekomst voor zich ziet, iemand die de wagen die voortbeweegt zonder paarden voor zich ziet. Tegelijkertijd speelt technologie ook een belangrijke rol die bepaald gedrag kan stimuleren en faciliteren. Technologie is hiermee niet maar een middel maar ook belangrijke drijvende kracht bij verandering.

Van intuïtie naar zeker weten – toepassen van learning analytics

Blog geschreven in samenwerking met Francois Walgering van MOOCfactory.

Steeds meer trainers en procesbegeleiders gebruiken online middelen en platforms om leerprocessen te faciliteren. Dit heeft veel weg van face-to-face faciliteren maar kent ook een eigen dynamiek. Hoe weet je bijvoorbeeld of een online artikel is gelezen? Of hoeveel tijd een deelnemer besteedt aan het bekijken van een video of het maken van een opdracht? Welke deelnemers zoeken elkaar op? Waar vinden waardevolle leergesprekken plaats en wat zijn elementen die daartoe bijdragen?In een fysieke setting stel je procesvragen aan deelnemers: “hebben jullie meer tijd nodig voor deze discussie?” en “een extra opdracht over… lijkt zinvol.” Je kunt de interactie in de groep observeren, je voert het gesprek erover en zo verzamel je informatie die van belang is om het leerproces gaandeweg bij te sturen.

In een online omgeving mis je zicht op deelnemers. Online kunnen bepaalde data je behulpzaam zijn. Data die door het systeem verzameld worden, zoals mate van online activiteit, tijd besteed aan bekijken bron, bereikte level, lengte van discussies. Waarbij de waarde vervolgens zit in het analyseren en interpreteren: learning analytics. We hebben onlangs de kracht ervaren van learning analytics en delen deze ervaring hier graag met je.

De case: food and nutrition security course

We hebben een vijf-weekse online cursus (SPOC- Small Private Online Course) “Food and Nutrition Security” ontwikkeld en gefaciliteerd. Er namen zo’n 90 mensen aan mee en we hebben met hen gewerkt in ‘Curatr’, een leerplatform dat sociaal leren ondersteunt en stimuleert. Vier van de vijf weken hadden een specifiek thema, de vijfde week bestond uit het werken aan een praktijkcase, ingebracht door deelnemers en experts. De deelnemers ontvingen een certificaat bij een minimum aantal behaalde punten per week en het schrijven van een case reflectie. 19 mensen hebben het certificaat ontvangen.

Online monitoren- onze intuïtie

Reacties van deelnemers online op het platform en per mail, zowel inhoudelijk als over het proces, vormden in het begin voor ons de belangrijkste bron van informatie. We kregen daarmee een beeld van belangrijke onderwerpen, onderwerpen die tot discussie leidden, effectieve leeractiviteiten. Zo ontvingen we veel complimenten over de wekelijks aangeboden interactieve webinars. Na een upgrade van de software ontstonden er technische problemen wat de deelnemers ontmoedigde. En een aantal deelnemers liet ons weten de inhoud heel interessant te vinden, maar in de knoop te komen met hun werk. Door het volgen van discussies en expliciete interactie met een aantal deelnemers, ontwikkelden we gevoel voor de kwaliteit van het leerproces. En een groep enthousiaste deelnemers begon ons op te vallen als heel betrokken. Intuïtief voelden we aan dat we op de goede weg zaten met dit online leertraject. Maar… wat zouden de data ons kunnen vertellen?

Online monitoren- analytics

Het leerplatform Curatr verzamelt achter de schermen enorm veel gegevens via X-api (experience-api of tincanapi ). Buiten de algemene data zoals voornaam, achternaam, e-mail, organisatie en functie krijg je ook heel goed inzicht in de ‘User’- en ‘Usage’ data. Waar kun je dan aan denken?

Onder User Data verstaan we alle kwalitatieve data die je verzameld binnen het platform:

  • Alle discussies die door deelnemers gestart worden;
  • Alle reacties die in de verscheidende discussies zijn gestart;
  • Alle bronnen (video’s, pdf’s, blogs, websites) die door deelnemers zijn toegevoegd;
  • Alle reacties op aangeboden leeractiviteiten (e.g.  reflectievragen, quiz, open vragen)

Usage Data zijn meer kwantitatieve data (zie illustratie)

  • Hoeveel reacties er geplaatst zijn door deelnemers;
  • Hoeveel bronnen zijn toegevoegd door een deelnemer;
  • Hoeveel reacties door wie zijn geliked;
  • Wie welk level wanneer heeft gehaald;
  • Aantal deelnemers dat de SPOC heeft afgerond.

Learning Analytics betekent goed kijken naar de data, deze analyseren en daar actie op ondernemen. We kunnen op verschillende niveaus learning analytics uitvoeren. De diepte van de analyse heeft invloed op de betrouwbaarheid van de acties die we uiteindelijk aan onze bevindingen verbinden. Je zou kunnen zeggen dat Learning Analytics grofweg uit vijf stappen bestaat:

  1. Visualiseren: Je bekijkt de data zoals ze zijn: 100 deelnemers die de SPOC hebben afgerond, 20 deelnemers die in level 1 de test met een voldoende hebben afgerond. Deze kwalitatieve data is over het algemeen zo uit de achterkant van een leerplatform te halen.
  2. Clusteren: de data die je ziet kun je clusteren: alle activiteiten van een deelnemer,  alle discussies die gestart zijn, alle bronnen die zijn toegevoegd. Ze vormen samen wellicht een cluster ‘betrokkenheid’ of ‘kwaliteit’.
  3. Verbanden leggen: “na een mail van de facilitator is de activiteit op het leerplatform omhoog gegaan.” Of “de meeste activiteit in het leerplatform bestaat uit het discussieren met elkaar. “
  4. Patronen zien: activiteiten die meerdere keren zichzelf hebben beproefd. We zien bijvoorbeeld, door naar verschillende SPOCs te kijken, dat 80% van de deelnemers na 3 minuten naar een video kijken afhaakt.
  5. Acties naar de toekomst: zo kunnen we , op basis van het patroon ‘maximaal 3 minuten video’ besluiten om alleen nog gebruik te maken van video’s binnen die tijdsduur, of ervoor te zorgen dat de kern van de boodschap in de eerste 3 minuten van de video zit.

Learning analytics bij de Food and Nutrition Security SPOC

In het geval van de cursus ‘Food and Nutrition Security’ hebben we gedurende de cursus een aantal data gevolgd. Achteraf zijn we nog dieper in de data gedoken, met uitgebreidere analyse en interpretatie. Wat echt waardevol bleek en ons nieuwe inzichten heeft gegeven omtrent de wijze van participatie van deelnemers en de beweging als het gaat om sociaal leren. Een paar voorbeelden:

  • Het merendeel van de deelnemers die hoog zijn geëindigd in het leadershipboard, hebben punten gehaald door bij te dragen aan de discussie. Deze groep was voor ons ook zeer zichtbaar en hadden we snel in het vizier. Echter, er bleken ook twee deelnemers te zijn die flink wat punten hadden gehaald, puur door bronnen te bestuderen. Zij hadden weinig gereageerd online en waren daardoor voor ons ook onzichtbaar gebleven. Terwijl ze op hun manier zeer actief aan de cursus hebben meegedaan.
  • We waren ook nieuwsgierig naar bronnen die wel dan niet tot goede discussies leidden. Nu is ‘goed’ een kwalitatief begrip en daardoor moeilijk te meten. Maar er sprongen wel een paar discussies uit door het grote aantal reacties van deelnemers. We hebben die discussies vervolgens bekeken en een opvallend aspect daarbij w

    as de bijdrage van een expert/coach: het feit dat deze expert zich ging mengen in de discussie middels het stellen van vragen, geven van een mening, maakte dat de discussie echt tot interactie met een aantal deelnemers heeft geleid.

  • Aan deze cursus deed een divers gezelschap mee en we waren benieuwd of we verschillen zouden zien in participatie tussen bepaalde ‘groepen’ (e.g. werkzaam in Nederland versus werkzaam in Azie). Dit bleek zeker het geval. Sommige ‘groepen’ hadden een veel explicietere bijdrage aan het sociale leerproces dan andere groepen. Belangrijk om te weten bij het vormgeven van nieuwe leertrajecten! In de illustratie zie je de totale scores van de verschillende groepen gevisualiseerd. 

Een aantal lessen over het gebruik van learning analytics als online facilitator

  • Gegevens ‘achter de schermen’ kunnen zeer ondersteunend zijn aan je rol als online facilitator. Je kunt er bevestiging in vinden voor mogelijke interventies. Als beginnend online facilitator kun je schrikken of teleurgesteld zijn over het feit dat niet alle deelnemers online actief zijn. Waar komt dat door? Zijn de opdrachten niet helder? Als data dan laten zien dat men wel uitgebreid de aangeboden bronnen bestudeert maar achterwege laat om op het platform te reageren kun je daar je reactie op aanpassen. Je kunt bv. de mensen die niet reageren specifiek uitnodigen om dit wel te doen.
  • Het is waardevol om data uit ‘het systeem’ aan te vullen met eigen gevoel en observaties, zoals reacties van deelnemers per mail. Zo kunnen kwantitatieve en kwalitatieve gegevens elkaar kunnen versterken.
  • Maak, voor je van start gaat met het leertraject, een inventarisatie van indicatoren en aantallen. Wat zou je willen zien? Ben je tevreden met 10 actieve deelnemers? Wat vind je ervan dat bron a en bron b er blijkbaar uitspringen qua belangstelling? Als je dit voor de start doet weet je beter welke gegevens je helpen je om daar inzicht in te krijgen. Ga in deze fase ook na hoe je aan deze gegevens kunt komen: data uit het systeem, interview deelnemers, eigen observaties.
  • Maak een plan hoe je gegevens tijdens de cursus wilt gebruiken. In ‘Food and Nutrition Security’ case zijn we dieper gaan analyseren na afloop van de cursus. Natuurlijk hielden we gedurende het traject de voor de hand liggende data wel in de gaten zoals wie inloggen en wie achterblijven, maar we hadden de data nog beter kunnen gebruiken. Zo hebben we achteraf pas de activiteit in de verschillende gebruikersgroepen vergeleken. Dit hadden we ook eerder kunnen doen.
  • De learning analytics zoals beschreven vond plaats op cursusniveau. Je kunt ook een stap verder gaan en de data uit de betreffende cursus vergelijken met data uit andere cursussen. Met de opbrengsten uit zo’n analyse kun je conclusies trekken die bijdragen aan toekomstige ontwerpen.
  • Neem er de tijd voor. Plan het ook in! Learning analytics is toch een relatief nieuwe activiteit voor veel online facilitators. En zeker als je gedurende de cursus wilt monitoren middels data, vraagt dit een regelmatige blik op het dashboard en analyse en meningsvorming om je komende interventies te bepalen.
  • En..ga in gesprek om de data te interpreteren! Bekijk de data met nieuwsgierigheid en objectiviteit en bespreek dit met de betrokkenen. Onderzoek wat ze kunnen betekenen, kom niet te snel met je oordeel. Gevoel en intuïtie zijn cruciaal. Soms bieden juist data nieuwe perspectieven maar vaak bevestigt het een bepaalde intuitie. Dit kan dan een katalysator zijn om actie te ondernemen.

Last but not least… ga zorgvuldig om met de betreffende data. Wees transparant over het gebruik van gegevens en in je bedoeling daarmee. Vertel deelnemers heel duidelijk wat je met de data gaat doen. Uiteindelijk werk je met gegevens over het functioneren van personen in een leeromgeving.

Sociale media bij de ambulancedienst- naar een sociaal intranet

Met veel plezier hebben we een praktijkonderzoek uitgevoerd bij de ambulancedienst RAV IJsselland en Oost.De ambulancedienst constateerde vorig jaar dat er een de ene kant wel wat te verbeteren was in interne communicatie;  en aan de andere kant dat technologische ontwikkelingen nieuwe kansen bieden om slim te communiceren en samen te werken binnen de organisatie. De startvraag was daarom: hoe kunnen we communicatie binnen de organisatie verbeteren met gebruik van nieuwe media?

Via een praktijkonderzoek zijn we op zoek gegaan naar nieuwe vormen van interne communicatie die bij de organisatie passen. Dit praktijkonderzoek duurde 5 maanden en werd uitgevoerd door een pioniersgroep van 17 mensen, door ons begeleid. Het praktijkonderzoek bestond uit interne reflecties, de blik naar binnen (onderzoek binnen de organisatie), blik naar buiten (op bezoek bij andere organisatie) en een experimenteerfase. De ervaringen binnen dit traject zijn interessant vanuit het oogpunt hoe technologie zijn weerslag heeft op organisaties en zullen wellicht herkenbaar zijn voor andere organisaties. Wat vooral opviel is dat ook als je niet stuurt op sociale media, deze media toch de intrede doen in de organisatie. Zo waren er binnen de ambulancedienst een grote hoeveelheid app-groepjes ontstaan. Als je hier als management niet op stuurt krijgt dit zijn eigen dynamiek en kan het een cultuur versterken die je juist niet wilt.

De uitkomst was dat de organisatie veel kan hebben aan een sociaal intranet, waarbij er wel veel aandacht moet zijn voor het stimuleren van een nieuwe manier van communiceren. Een experiment liet namelijk zien dat mensen niet graag in open groepen online delen, maar echt de veiligheid van een kleine besloten groep nodig hebben. In één keer naar een sociaal intranet is dan een grote stap.

Het artikel over onze ervaringen is deze week in het tijdschrift TVOO verschenen en daar zijn we trots op! We mogen het hier ook met jullie delen. Je kunt het artikel over sociale media bij de ambulancedienst  daarom hier downloaden. Herken je iets uit je eigen organisatie? Deel het hieronder in de reacties dan kunnen wij er ook weer van leren.

 

 

Schrijf je snel in voor de Teamhackathon op 15 oktober!

Als ZZP-er werk ik met mensen uit verschillende teams in organisaties. Wat ik zie is dat er nog weinig verandert in de praktijk van het samenwerken ondanks alle mogelijkheden en tools die beschikbaar zijn. Mensen klagen over teveel mails – teveel vergaderingen – tijdsverlies en elkaar niet inspireren.  Ik ben zelf wel tevreden :). Ik heb heel weinig vergaderingen, kan me concentreren op mijn taken en weet van elk team welke toolset we gebruiken. Zo gebruiken Sibrenne en ik voor ons nieuwe boek een wiki als basis en een dropbox voor hoofdstukken. We zetten de skype chat open als we op dezelfde dag aan het schrijven zijn. Verder hebben we een groep op diigo waar we interessante bronnen delen en een huishouden op amazon voor onze boeken.  Ik probeer slim om te gaan met afspraken en dat is niet alles online doen maar soms ook in zien dat aan het begin van een project het belangrijk is om elkaar wel te ontmoeten. Waarom werken teams nog niet slimmer? Het zit denk ik vast op doorgaan op dezelfde weg met oude gewoontes. Het vereist een duidelijke visie op een toolset, goede afspraken en doorzetten. Een workshop van een dag gaat niet helpen.

Teamhackathon – geen gewone workshop of training
Daarom organiseren wij de teamhackathon op donderdag 15 oktober. Het belooft een actieve en inspirerende dag te worden! Ik heb er in ieder geval veel zin in. Een dag waarin we met 8 bijzondere experts teams willen ondersteunen om een stap te zetten in hun online strategie en afspraken. Hierbij kan horen het kiezen van de juiste toolset maar ook goede afspraken over het gebruik of een andere rolverdeling. Als team (liefst die je met 2 of 3 mensen uit je team mee, maar je kunt ook alleen komen) stap je in met een heel concrete vraag.. iets wat jij heel graag beter wilt laten verlopen. Bijvoorbeeld: meer onderlinge kennis uitwisselen, resultaatgerichter kunnen werken, bijeenkomsten effectiever inrichten of minder gebruik van email. Tijdens de teamhackathon werk je aan die vraag en heb je aan het eind van de dag een tastbaar resultaat: een teamstrategie, een ingerichte tool om mee te werken of een plan voor de komende paar bijeenkomsten.
Meer informatie vind je hier:
Vroegboekkorting en teamkorting

De prijs voor de dag is 345 euro. tot 15 september is er een vroegboekkorting zodat je 295 euro betaalt. Je teamleden krijgen ook korting, gebruik de kortingscode teamlid bij het winkelmandje. Koop hier je ticket voor de dag.

Leren in tijden van apps, tweets en statusupdates

We zijn bezig met een nieuw boek over de veranderingen in communiceren en samenwerken door nieuwe technologie en wat dit betekent voor nieuwe vormen van leren in organisaties en netwerken. Bekijk het filmpje als je nieuwsgierig bent.

Meld je hieronder aan als je mee wilt denken of op de hoogte gehouden wilt worden. Als je mee wilt denken zullen we je uitnodigen om over de titel te denken maar ook voor bv. online brainstormsessies rondom de inhoud.

 

The blended induction program of Nicole in Brighton

In preparation of our webinar with Clive Shepherd Tuesday 9th June about ‘more than blended learning’ we have a story for you to analyze. It is the story of Nicole. Nicole is a French woman, going to work for Lebeau in Brighton (Lebeau is a fashion brand). She is sharing her experiences with her induction program. Watch the story unfold in three videos:

Why you think the induction program of Nicole was successful? What elements can you translate to your own learning programs? Please share this in the comments of this blog.

Bekwaamheden voor sociaal leren

Wat is sociaal leren? Ik gebruik hier de definitie van Marcia Conner:

I define social learning as participating with others to make sense of new ideas. Augmented by a new slew of social tools, people can gather information and gain new context from people across the globe and around the clock as easily as they could from those they work beside.

Sociaal leren is niet nieuw maar krijgt wel een hele nieuwe dimensie door de mogelijkheden geboden door sociale tools als Blogs, Twitter, Google plus, LinkedIn groepen etc. De cultuur op het sociale web is open; informatie en verhalen worden makkelijk gedeeld – dit geeft een boost aan mogelijkheden om ook professioneel uit te wisselen. Dit vraagt wel om bepaalde bekwaamheden en mindset. Daarover gaat deze blogpost.

Het omgaan met privacy en intimiteit op het sociale web is anders dan bij face-to-face-contacten. Bij deze
contacten is het zo dat hoe meer mensen er aanwezig zijn, hoe minder mensen geneigd zijn om voor hun gevoel intieme zaken te bespreken. Dit geldt in het algemeen niet voor sociale media. Hoewel het gedeelde vaak publiek toegankelijk is, zijn het wel intieme conversaties via het web. Op Twitter werd de vraag gesteld of het contacten opbouwen via Twitter lijkt op contacten opbouwen met collega’s. Tenslotte gaat het op Twitter ook om het opbouwen van wederzijdse hulprelaties. Het antwoord van een twitteraar was echter heel resoluut: ‘Oh ja, maar relaties op Twitter zijn anders, minder bevooroordeeld en veel opener…’ Dit openlijk delen vindt niet iedereen prettig. Professionals die beginnen met bloggen zullen een steile leercurve doorlopen om te leren openlijk te schrijven over hun ervaringen, mislukkingen en vragen. Het is echter een wijdverbreide misvatting om te denken dat sociale media vooral voor privégesprekken en -gebruik zijn en geen invloed hebben op het werk.

Het leggen van online-contact gaat toch anders dan wanneer je elkaar regelmatig fysiek ontmoet. Dat laat het Twitter-voorbeeld goed zien. Wellicht spreekt iemand je online eerder aan vanwege een gedeelde inhoudelijke interesse. Iemands doen en laten maak je online minder snel mee. En het vraagt om een bepaalde mate van openheid en intimiteit in de uitwisseling om een relatie op te bouwen. Je kunt elkaar gemakkelijk weer even ‘treffen’. Wat laat je dan van jezelf zien? Naast het met een bepaalde openheid kunnen deelnemen, vraagt participeren in sociale media nog om andere specifieke bekwaamheden. We geven een schets van de belangrijkste.

  • Open source-denken
    Effectief gebruikmaken van sociale media vraagt om een bepaalde stijl van denken. Dit
    wordt ook wel de ‘open source style of thinking’ genoemd: ‘ opening up access to information
    and ideas so as to generate new business opportunities, join a community that matters,
    and make a contribution to that same community ’. Hier komt ook de uitspraak ‘give and
    you will receive’ uit voort. Sociale media zijn gebaseerd op participatie en vrijelijk delen
    van ervaringen. Als je ervoor kiest om te participeren in sociale media, kies je ook voor
    participeren in een proces van online kennis delen. Je gelooft erin dat wanneer je zelf iets
    geeft , je daar ook iets waardevols voor terugkrijgt. Dat wordt wellicht niet direct zichtbaar.
    Je investeert als het ware in een opbrengst op de langere termijn. Dit vraagt om vertrouwen,
    openheid en het vanuit een nieuwsgierige houding op een respectvolle manier met
    elkaar omgaan.
  • Proactieve houding
    Niemand weet dat jij er bent als je niet zelf iets onderneemt. Je bent letterlijk onzichtbaar
    tot je iets laat zien. Hierbij helpt het als je helder hebt wat je eigen vragen zijn en wat je wilt
    delen met anderen. Wat maakt jou aantrekkelijk voor anderen? Waar ben jij naar op zoek?
    Laat dit zien door proactief te werken: leg contact, reageer, plaats een bericht. Kortom,
    neem initiatief.
  • Feedback kunnen organiseren
    De gedachte ‘het wordt beter als anderen ernaar kijken’ past erg bij participatie in sociale
    media. Iets hoeft niet af te zijn. Of volledig doordacht. Maak gebruik van de meedenkkracht
    van anderen, benut je netwerk. Laat collega-professionals vanuit andere
    perspectieven met je meedenken en waardeer de feedback die je krijgt. Dit vraagt om
    de bekwaamheid om je eigen feedback te organiseren. En de durf om je kwetsbaar op te
    stellen.Stel je werkt al een paar dagen aan een blogpost. Je kunt ernaar streven deze helemaal
    perfect en af te maken. Op een bepaald moment is het ook gewoon goed om het te publiceren.
    Geef anderen de gelegenheid om erop te reageren en hem aan te vullen. De dialoog die
    dan ontstaat, biedt naar alle waarschijnlijkheid weer nieuwe ingangen, ideeën en wellicht
    input voor een volgende blogpost.
  • Snel informatie kunnen scannen en verwerken
    Sociale media leveren veel informatie en contacten op. Veel interessante weblogs om te
    volgen. Veel tweets gedurende een dag. Veel groepen en netwerken om je bij aan te sluiten.
    Veel discussies om te volgen. Veel ideeën om te beschrijven in je weblog. Veel tools om
    uit te kiezen. Veel… ga zo maar door. En het is prettig wanneer het je lukt om dit af en
    toe prima te vinden. Om het niet erg te vinden dat je niet alles kunt volgen. Je moet kunnen
    kiezen waar je aandacht aan gaat geven en waaraan niet. En durven loslaten. Verder
    moet je snel informatie kunnen verwerken en beslissen waar je wel en niet aandacht aan
    besteedt.
  • Een balans vinden tussen afleiding en focus
    Natuurlijk werk je met een bepaalde focus, maar het is ook goed om je af en toe te laten
    afl eiden online. Je hebt een bepaald interessegebied en van daaruit stel je vragen, zoek je
    informatie, doe je mee aan dialogen en plaats je berichten. Je zoekt professionals met wie
    je inhoudelijke raakvlakken hebt, die jou inspireren. Maar soms is het waardevol om een
    ander paadje in te slaan en te zien wat dat je brengt. Of een reactie die je op een bericht
    krijgt die net in een andere lijn is dan je had verwacht, toch eens met een serieuze blik
    bekijken. De kunst is om te kunnen gaan met een zekere mate van chaos en werkenderwijs
    te ordenen.
  • Eén ding tegelijk blijven doen (single-tasken)
    Het lijkt misschien of je voor actief gebruik van sociale media moet kunnen multitasken.
    Je Twitter-account bijhouden, een beleidsplan schrijven en bellen tegelijk lijkt efficiënt. Onderzoekers van de University of North Carolina 3 bestudeerden in 2007 wat er
    gebeurt wanneer in je hoofd twee verschillende taken met elkaar in concurrentie gaan.
    Zij ontdekten dat wat ’multitaskers’ doen, in werkelijkheid bijna altijd ’switchtasken’ is.
    De hersenen switchen heen en weer tussen de verschillende taken, waarbij delen van de
    hersenen beurtelings worden uitgezet en opgestart. Aandacht voor een mailtje tijdens een
    telefoongesprek betekent dus wel degelijk minder aandacht voor het gesprek. Volgens de
    onderzoekers kun je door lange training echter wel leren routinetaken te ‘automatiseren’
    waardoor je wel kunt combineren. In veel gevallen echter is het belangrijk om aandacht
    te hebben voor de taak waar je mee bezig bent, ook bij sociale media. Dus val niet in de
    valkuil om te veel tegelijk te doen en alles half te volgen.

Als je dit leest weet je: gemakkelijk is het niet om participatie in sociale media onmiddellijk tot een succes te maken. Niet iedereen voelt zich prettig bij de grote hoeveelheid informatie die sociale media met zich meebrengt. Voor een groep mensen kan en zal de nieuwe manier van werken er een zijn waarin ze het gevoel hebben de controle kwijt te zijn en voortdurend achter te lopen. Ze zien door de bomen het bos niet meer met alle informatie en mogelijkheden. Het gebruik van sociale media vergt een goede focus van professionals op hun werk en het bewaken van de eigen leervragen. Voor professionals die dit lastig vinden kunnen sociale media veel tijd kosten zonder dat ze iets opleveren wat direct van nut is voor hun eigen praktijk.

Geïnspireerd op het hoofdstuk over bekwaamheden uit het boek En nu online.. Sociale media voor professionals, organisaties en trainers.

Plugin by Social Author Bio