Navigate / search

De knowmad battle der generaties: wie werkt slimmer?

Rondom generatieverschillen op de werkvloer is een soort welles / nietus discussie gaande. Aan de ene kant heb je de mensen die geloven dat er belangrijke verschillen zijn en dat elke organisatie hier op in zou moeten spelen. Met name over millennials wordt veel geschreven, kijk bv. naar het NRC artikel Er valt vaak niet met millennials te werken. Aan de andere kant degenen die het een mythe vinden dat generaties andere waarden zouden aanhangen, zie bv. Cut the crap: the make up nonsense about generations at work.

Er bestaat natuurlijk ook wetenschappelijk onderzoek naar generatieverschillen. Stassen, Anseel en Levecque hebben verschillende onderzoeken geanalyseerd. Hierin wordt gesteld dat de onderzoeksopzet vaak niet in staat is een geldige uitspraak te doen. Een belangrijk methodologisch probleem is het onderscheiden van de effecten van drie verschillende factoren: leeftijd, periode en generatie. Oftewel: het is moeilijk hard te maken.

De battle der knowmads

Mijn eigen nieuwsgierigheid naar generaties zit in het gebruik van (sociale) technologie op de werkvloer: ik zie zelf dat er wel degelijk verschillen zijn, maar het ligt ook gevoelig. Ik denk dat we er wel oog voor moeten hebben zodat je je bewuster om kunt gaan met de verschillen. Welke verschillen? Ik ben best handig online, maar jongeren zijn vaak sneller en handiger. Aan de andere kant ben ik goed in social bookmarken en merk dat weinig studenten weten wat dit is… Het festival Beleef de zandbak bood mij de gelegenheid om een experiment te doen met een groep professionals: de battle der generaties. Om de verschillen te onderzoeken startte ik deze battle met vier praktische kennisopdrachten. Pakken generaties deze opdrachten anders aan? De opdrachten kenden een duidelijke winnaar per vraag. Soms degene met het juiste antwoord, soms de snelste of de groep met de meeste argumenten. De vier verschillende opdrachten deden beroep deden op internet vaardigheden, creativiteit maar ook netwerken. Ik gebruik de volgende indeling:

  • Babyboomers geboren tussen 1940-1955
  • Generatie X geboren tussen 1956 en 1970
  • Generatie Y geboren tussen 1971 en 1990
  • Millennials geboren na 1990.

(voor meer uitleg over de generaties lees bv deze blogpost of één van de boeken van deze lijst.)

Voor het experiment van start ging vroeg iemand mij: “eh, denk je dat je wel verschillende generaties in je workshop krijgt?” Ik keek eens goed om mij heen, en inderdaad het festival werd toch vooral bevolkt door mensen van mijn generatie (X). Gelukkig had ik uiteindelijk toch drie groepen:

  • Generatie X  – oud (1956-1963)
  • Generatie X –  jong (1964-1970)
  • Generatie Y en millennial (na 1971 geboren)

In iedere groep zaten vijf tot zes mensen waarbij één persoon onderzoeker was en de manier van werken observeerde.

De winnaar(s)

Per opdracht kon je maximaal drie punten scoren. De winnaar was… generatie Y en millennial met negen punten. Echter met generatie X-oud als goede tweede met zeven punten. En als laatste generatie X-jong met vier punten. Van een afstandje zag ik weinig verschillen: ik zag iedereen hard aan de slag gaan en op dezelfde manier googlen en rondrennen. Ik dacht stiekum al dat er weinig verschillen waren in de aanpakken. Echter: de observaties van de onderzoekers en de teams lieten een heel ander beeld zien. Met interessante conclusies! Er waren wel degelijk verschillen die me ook zeker bij zullen blijven.

Opvallende observaties

    • Oudere groepen gebruikten online media juist slimmer. Alle groepen gebruikten online media om antwoorden te zoeken bij een netwerk opdracht (verzamel reacties op een stelling). Echter: de jongere generatie gebruikte alleen Twitter en dan met name om te zoeken. De andere groepen gebruikten ook Facebook en Whatsapp. Een observatie van mijzelf is dat niemand bedacht om een poll uit te zetten, toch de handigste manier om snel reacties te krijgen. Overigens was iedereen in de zaal het wel eens dat generatie Y online sneller reacties krijgt, binnen enkele minuten. De anderen krijgen vaak pas een dag later reacties op een online vraag.
    • Alle groepen maakten op dezelfde manier gebruik van offline netwerken door groepsleden de zandbak in te sturen voor antwoorden. Geen enkel verschil.
    • Generatie X-oud won de eerste vraag omdat zij de parate kennis in de groep hadden. Daar kon het Googlen niet tegen op.
    • Generatie Y  had zeker meer snelheid in huis. Zo wonnen zij een vraag door volgens de onderzoeker “enorm snel te schakelen tussen taken verdeling en individueel zoeken”. Echter: bij twee vragen zorgde de snelheid voor het verkeerde antwoord. In één geval zochten ze naar NPO2 ipv NVO2. Bij een andere vraag hadden ze een antwoord wat helemaal niet logisch was. Kritischer nadenken zou geholpen hebben om dit te weten.
    • Het samenwerken bij generatie Y verliep heel soepel, soepeler dan bij generatie X-jong. In de discussie bleek dat niet iedereen in de opleiding had geleerd om veel samen te werken en dit werkt waarschijnlijk door in de huidige praktijk. Generatie X-jong leek wat solistischer in aanpak. Zelf heb ik in mijn opleiding al wel veel groepswerk gehad, dus wellicht is het verschil of je in opleiding dit hebt geleerd.
    • Beide generatie X groepen waren heel kritisch op vragen en antwoorden, dachten er echt inhoudelijk over na. Bij generatie Y stond de snelheid voorop en werd er minder inhoudelijk nagedacht. Een trade-off tussen snelheid en kritisch denken?

Conclusies

Dit is natuurlijk geen baanbrekend onderzoek maar wel een leuk experiment…. Ik haal er drie belangrijke conclusies uit.

  1. Een eerste conclusie is dat beide generaties hun eigen sterke kanten laten zien in dit experiment. Generatie X heeft logischerwijze meer parate kennis in huis, wat heel nuttig kan zijn. Bovendien denken zij kritisch na over vragen en antwoorden. Generatie Y googlet sneller en kan snel schakelen, maar soms ten koste van de kritische reflectie en kan daarom ook op het verkeerde spoor komen te zitten. Uiteindelijk is het dus goed om samen te werken tussen de generaties om ieders kwaliteiten te benutten.
  2. Een tweede conclusie is dat Generatie Y niet per definitie goed is in online netwerken en gebruik van online tools. Dat zou dus een valkuil kunnen zijn om dat wel te denken vanwege hun aanwezigheid op sociale media.  Samenwerkingsvaardigheden worden in de basis aangeleerd tijdens de opleiding, en ook millennials leren niet allemaal in hun opleiding online te netwerken.
  3. Een derde conclusies is dat er net zo goed verschillen binnen de generaties zijn (conclusie Mirjam Neelen :). Ik heb dit gevisualiseerd in dit grafiekje met als fictief voorbeeld online zoekvaardigheden. Er zijn meer Y-ers met online zoekvaardigheden maar Arie is nog steeds beter dan Petra…