Navigate / search

Let’s make Sense of Seek

 

Deze gastblog is geschreven door Russell Kerkhoven, zelfstandig adviseur vanuit BlueLeaf. Hij is ook een van de deelnemers aan de masterclass aanstaande vrijdag met Harold Jarche.

 

 

Jarche’s Personal Knowledge Management model and approach are a fine example of a model developed by a professional and tested in practice by many.

I first came across his Seek-Sense-Share as an idea from a colleague and the time I did not think much of it. Along the thought lines of: ‘Yeah, what’s new…’. This string of concepts was sort of launched as the new norm of professional behaviour. I was not impressed. Some weeks later I came across the model drawing of the hourglass and this started a rethink. I followed this by participating in Jarche’s online PKM workshop, an interesting experience, as Jarche walks his talk, as a reflective practitioner.

Understanding the Seek-Sense-Share model is closely linked to Jarche’s Personal Knowledge Management framework.  The PKM skills can help to make sense of, and learn from, the on-going flow of information and data that is ‘out’ there, actually all around us and that we hook up to, dip into, at home, in organisations and every place you can be online. Following and proactively ‘using’ digital information flows is problematic, due to vast volume and confusing level of signals, that can lead to noise and clutter. Finding time, making space to make sense of the data is difficult as there is so much and making sensible decisions is.

The PKM framework suggests an approach that shows the need to identify your own smart approach to knowledge and information that you can tap into and to link this to the development of your own personal network. In dialogue with Jarche it becomes very clear that for him the size of the personal network does not matter, it is the quality of interaction within that network that will enable you to add value. An illustration of this is that Jarche chose to delete his Linkedin account and to rebuild it from scratch, using quality interaction as his design principle.  Jarche: PKM is a process of filtering, creating, and discerning, and it also helps manage individual professional development through continuous learning. The visualisation of Seek>Sense>Share is appealing as it suggests that there are three linked processes or activities that feed into each other.

Let’s make Sense of Seek….

As it is possible to get lost while seeking or to be distracted, even seduced by just following a click or pursuing a discussion thread or a picture or other visual… this suggests that it is worthwhile to explore the meaning of ‘Seek’. Seek is more an attitude and what principles shape this individual attitude? What makes seek or seeking relevant?

  1. Curiosity, the hunger of wanting to know (more), to understand, to explore;
  2. An appreciation for diversity of information, resources, forms of knowledge and learning;
  3. Having a network of contacts that is sufficiently diverse and can also be characterized by a measure of redundancy, as it from the rough edges that unexpected contributions can come;
  4. Love for interaction between yourself and others in the network;
  5. Appreciation of flow and emergence, the ‘new’ (processes, knowledge, insight) is more often the outcome of co-generation then of purposeful design.

Karl Weick the ‘father of sensemaking’ states that sensemaking consists of developing a plausible understanding of a shifting world, a sort of map or rough sketch. In knowledge and learning terms, this could be understood as the output of ‘seeking, and this needs to be followed by testing this map or rough sketch with others through further data collection, actions (application of the map or sketch), and conversation; and then refining, or abandoning, the map depending on how credible it is. This is comfortably close to Weick’s description of sensemaking. The Seek-Sense-Share model follows this with the activity of sharing. Jarche is an avid blogger, who manages to produce a very readable and richly linked blog on a weekly basis. Jarche admits that his blogging is driven by his personal interests and serves as his Seek>Sense>Share practice. This practice is a further indication of practicing what he preaches, in that sense following his blog shows the strength of the Seek>Sense>Share approach. Jarche’s PKM model is robust and practical, and in itself is a route or ‘map’ for making sense of the new digital world as suggested by Weick. Even more so as Jarche continues to question and provide further insights of its use in his own work. The fact that the model and approach readily draw you in to apply the model in looking at your own, organisational and inter-organisational knowledge processes and thus sharpen your thinking and understanding is another illustration of the intriguing quality of the PKM and seek>sense>share framework.

Chatti has made some observations on the PKM model, suggesting that the model is a set of standard or fixed processes and  suggests that his Personal Knowledge Network model is a further improvement on the PKM model.

Having interacted with Jarche in his online PKM workshop it is obvious that the network dimension is a fundamental element in Jarche’s approach to on-going and online learning. An ecology of contacts, oscillating presence in networks is an essential behavioral dimension of applying the PKM model in your work and learning.

A very different critique is the observation that there two dimensions missing if the Seek>Sense>Share and PKM framework are taken as they are. These are the dimensions of reflection and the importance of feedback. Sensemaking can hardly be undertaken without a degree of reflection. Choosing, selecting, identifying contacts and networks of clients, colleagues and peers for sharing inevitably involves a degree of reflection and also feedback. Without these dimensions Chatti’s comment that PKM is a set of standard processes does appear to hold.

Reflection and feedback are interactive practices that make the model come alive and are behavioral dimensions that when added seem to make the model or framework even more useful.

Webcam bij werkbegeleiding; de praktijk weerbarstiger dan het idee

Ik heb een VSEE gesprek met Henriëtte van Amerongen – Opleidingskundig adviseur RAILINFRA OPLEIDINGEN. VSEE is een tool waarbij je online met elkaar kunt praten met video erbij, een goed alternatief voor Skype. Henriëtte maakt veel gebruik van VSEE en haar casus voor de leergang ‘leren en veranderen met nieuwe media’ bestond uit een verkenning of VSEE geïntegreerd kan worden in het werk van de monteurs aan het spoor.  Echter, dit klinkt gemakkelijk maar blijkt in de praktijk behoorlijk complex.

Kun je iets vertellen over het idee om met video te gaan werken?

Het idee was om te verkennen of en hoe we  praktijkbegeleiding krachtiger zouden  kunnen maken door webcams te gebruiken. Als een monteur ter plaatse een lastige storing heeft zou het prachtig zijn als hij middels foto of film van de situatie hulp kan inroepen van collega-monteurs (die zich overal in het land bevinden). Tevens kan het een hulpmiddel zijn voor de begeleiders, om zicht te houden op waar monteurs in het veld tegenaan lopen. Dit kan voor hen aanleiding zijn om verbeteringen aan te brengen in het werk, bijvoorbeeld middels documentatie.

Hoe heb je het aangepakt?

We hebben dit idee besproken met praktijkbegeleiders en die waren enthousiast. Toen ben Ik ben vervolgens gaan zoeken naar passende tools en daar kwam VSEE uit. Skype en Google Hangouts zijn vergelijkbare tools,  maar VSEE kwam het beste uit de bus omdat het gebruikersvriendelijk is, kwalitatief goede video heeft en lage bandbreedte vereist.  Groepsvideo is bovendien gratis en van prima kwaliteit.

En wordt het nu volop gebruikt?

Het bleek in de praktijk lastig van de grond te krijgen. De organisatie moet er op ingericht zijn, alle monteurs hebben een ipad nodig, er dient voldoende IT-ondersteuning te zijn. Implementatie van zo’n online tool heeft behoorlijk wat voeten in de aarde. Bijvoorbeeld: alleen op mijn laptop heb ik een webcam. Normaal werk ik op een computer zonder webcam. De laptop gebruik ik niet vaak en moet ik apart voor het gebruik van VSEE uit mijn kluisje pakken. Deze extra handeling zorgt voor een drempel die slagen van het project behoorlijk in de weg kan staan.

Heb je het idee nu laten varen?

Ik zie praktijkbegeleiding via de webcam wel gebeuren maar de tijd is er nog niet rijp voor. Het vraagt tijd om mensen te overtuigen. Het is een iteratief proces waar we wel aan doorwerken. We gaan een training voor praktijkbegeleiders ontwikkelen waarin  we ze de mogelijkheden laten zien. Hoe het zich ontwikkelt – dat zal de tijd leren.

Wat heb je geleerd van je casus over nieuwe media?

Het begint met laten zien wat er mogelijk is, en kijken wat aansluit. In de leergang heb ik kennis gemaakt met verschillende tools en ik zie nu mogelijkheden om nieuwe actieve werkvormen te gebruiken. Ik zie mijn rol als degene die laat zijn welke nieuwe mogelijkheden er zijn.

Het gebruik van nieuwe media klinkt aantrekkelijk en een idee is snel bedacht. Echter als je het praktisch maakt komen er allerlei technisch/organisatorische hobbels naar boven. Het heeft nogal wat impact. Het is de kunst om nieuwe media als middel te gebruiken en in te zetten om bijvoorbeeld tijdswinst mee te boeken.

Wat heb je geleerd over het gebruik van nieuwe media binnen leren en opleiden?

Ik dacht dat het een must was om sociale media te gebruiken om jongeren te boeien. Nu is mijn beeld veranderd- jongeren gebruiken media vooral voor het sociale en minder voor het leren. Facebook gaat vooral om contact met eigen vrienden. Dus zet sociale media echt in als het meerwaarde heeft. Een voorbeeld: ik ga binnenkort intervisie begeleiding doen. Ik wil dat mensen van tevoren nadenken over mogelijke cases.  Met de juiste tool kun je tijd besparen zodat de intervisie effectiever wordt.

Van beginneling naar fan van online leren

Ik ben in gesprek met Marguerithe de Man, werkzaam als programmamanager bij SiOO, een bureau dat organisaties ondersteunt met opleidingen en maatwerktrajecten over change management, organisatieontwerp en leiderschap bij verandering. Ze heeft in het afgelopen jaar deelgenomen aan de leergang ‘Nieuwe media bij leren en veranderen’, en ik blik met haar terug op haar ontwikkeling en het grote experiment wat ze is aangegaan: ontwerpen en faciliteren van een MOOC!

Wat was voor jou de reden om meer te willen leren over nieuwe media?

Ik ben betrokken bij een aantal grote professionaliseringsprogramma’s binnen SiOO en ik had het gevoel dat we nog meer uit deze programma’s kunnen halen dan we al deden. Waarbij ik goede kansen zag voor de inzet van nieuwe media, maar in mijn eentje zou ik daar niet gemakkelijk achter komen.

Toen dacht je… ik begin gelijk groots met een MOOC?

Ik hoorde over het fenomeen MOOCs (Massive Open Online Courses) in de leergang en was al snel enthousiast. Wellicht omdat het iets is waarbij je in eerste instantie denkt: ‘daar is SiOO toch niet van’. Het was een redelijk intuïtief besluit om een MOOC te ontwerpen. Achteraf kan ik daar beredeneerder over praten: “als we een MOOC met elkaar gaan maken, dan leren we in korte tijd zoveel… dat zal zeker nieuwe inzichten opleveren om toe te passen in bestaande programma’s en nieuwe producten.” Er is echt een innovatie-beweging op gang gekomen.

Hoe zat de MOOC in elkaar?

De SiOO MOOC ging over organiseren en veranderen en had een looptijd van zes weken. Deelnemers verkenden verschillende aandachtsgebieden: je werkomgeving, je vak en jezelf als veranderaar. Naast een doorlopende programma met inhoud en opdrachten, waren er themagroepen en ruimte voor vrije discussies. Wanneer je aan de MOOC werkte was zelf in te plannen. De MOOC blonk uit in de enorme rijkdom aan inhoud.

We hebben ex-deelnemers van SiOO uitgenodigd om de rol van facilitator op zich te nemen. Deelnemers waren ingedeeld in ‘huizen’, een soort intervisiegroepen, en elk huis had een eigen facilitator. Het element ‘massive’ hebben we uitgewerkt door veel mensen te betrekken: alumni, docenten, begeleiders uit ons netwerk en voor ons onbekende mensen als deelnemers. In totaal hebben zo’n 400 mensen meegedaan, die allemaal hun kennis en ervaring hebben ingebracht.

Wat was voor jou een interessante leerervaring?

Wat we zagen is dat deelnemers met een heldere leervraag geen enkele moeite hadden om hun weg te vinden. Anderen hadden behoefte aan structuur en zochten richting. Participeren in een MOOC zonder eigen heldere focus kan enorme keuzestress opleveren: er is zoveel, waar moet ik beginnen en ik kan onmogelijk alles doen! In een regulier programma kom je deze keuzestress ook wel eens tegen, maar dan is het gemakkelijker om mensen weer op weg te helpen. Nu gebeurt er veel buiten je gezichtsveld.

Wat nemen jullie uit deze ervaring mee binnen SiOO?

De waarde van online leren sijpelt nu door naar collega’s. Er is echt een beweging op gang gekomen; we zijn alerter op online elementen die onze programma’s kunnen versterken. Het heeft wel aardig wat voeten in aarde, want bij sommige programma’s zijn we nu bepaalde leerlijnen helemaal aan het herontwerpen naar een online variant. We maken ook meer gebruik van het principe van ‘flipping the classroom’: wat kunnen deelnemers thuis prima voorbereiden zodat we de face-to-face tijd optimaal kunnen benutten? De kunst bij dit herontwerpen is wel het zorgdragen voor een goede verbinding en balans: hoe kan online iets vervangen en versterken?

Een heel praktische meerwaarde van meer online leren in ons aanbod? Minder bijeenkomsten, minder locatiekosten, minder beslag op de agenda van deelnemers door vaste momenten. We kunnen flexibelere programma’s aanbieden tegen wellicht zelfs lagere kosten. Maar wat nog belangrijker is: we zien dat online leren tussen bijeenkomsten door het voor deelnemers mogelijk maakt om meer slagen te maken. Voorheen zaten er 6 tot 7 grote slagen in een programma en het leerproces kunnen we nu inrichten met wel 20 kleinere slagen. We hopen hiermee de kwaliteit van het leren te verbeteren. Wellicht zal in de toekomst online leren eerder de norm dan de uitzondering zijn.

Hoe heeft je kijk op online leren zich ontwikkeld?

Ik kijk naar leren vanuit een constructivistische benadering: tot je nemen van theorie, verbinden met het hier en nu, delen van kennis en ervaringen, reflecteren op opdrachten in de werkpraktijk en betekenis geven aan het geleerde. Wat daar voor mij bij is gekomen is het perspectief van het connectivisme: organiseren van het netwerk, kennis zit in mensen en leren gaat ook over het verbinden en benutten van ‘nodes’ (mensen, blogs, producten). Met de inzet van nieuwe en sociale media kunnen we dit soort processen vloeiender maken, zeker als je kijkt naar leren in een soort cursorische omgeving. Daarin ligt veelvuldig de vraag: hoe kun je interactie tussen mensen door laten gaan? Tussen bijeenkomsten en wellicht zelfs na het programma?

Leuk om tot slot te vermelden… de leergang heeft zoveel effect of Marguerithe gehad dat ze inmiddels blogger is bij Social Learning Revolution, en ze is zeer binnenkort ook online te vinden met haar eigen blog! Gelegenheid genoeg dus om haar online te volgen!