Navigate / search

  • Leergang

    Wil jij je gedegen verdiepen in ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media bij leren? En vaardigheden ontwikkelen om dit in jouw praktijk toe te passen? Doe mee aan deze 8 maanden durende leergang

  • Workshops

    Willen leren hoe je blended leren kunt ontwerpen? Of behoefte om je vaardigheid in online faciliteren te versterken? Dit kan met een workshop op maat

  • Webinars

    Online in gesprek met professionals als Jane Hart, Nancy White of Harold Jarche. Makkelijk vanaf je eigen werkplek. Met een klein groepje deelnemers echt aan het werk. Kijk hier voor een overzicht van geplande webinars

  • Boeken

    Zoek je verdieping door te lezen? Twee boeken vind je hier: 'Leren in tijden van tweets, apps en likes'. En het boek 'En nu online'. Onze boeken

Hoe zorg je voor een geweldig webinar? Creëer momentum!

Hoe start je een webinar zo dat deelnemers gelijk op het puntje van hun stoel zitten?
Hoe hou je deelnemers actief tijdens het webinar?
En hoe help je een spreker zich zo op zijn gemak te voelen, dat hij een sprankelende bijdrage kan leveren?

Dit zijn vast bekende vragen voor je, als je een webinar voorbereidt en faciliteert. Wij hebben in de afgelopen jaren flink wat ervaring opgebouwd met het faciliteren van webinars, maar Donald Taylor spant wat dat betreft de kroon! Reden om hem eens uit te nodigen in onze webinarreeks met internationale professionals. Natuurlijk omdat we nieuwsgierig waren naar zijn verhaal, maar we wilden hem ook graag eens in een webinar aan het werk zien 🙂 In deze blog lees je zijn tips met daarbij input en reacties van deelnemers aan dit webinar.

Hoe maak je een energieke start?

  • Zorg voor een energieke start. Maak hierbij zowel gebruik van beeld als tekst. De ene deelnemer is visueel ingesteld, de ander is meer gericht op tekst.

  • Creëer momentum (vertaald ‘stuwkracht’). Dit kun je doen daar deelnemers voor aanvang van het webinar al iets te laten doen, horen, zien. Zo vroeg Donald ons om een podcast te beluisteren. En vervolgens voor onszelf te bedenken wat ingrediënten zijn van een slecht en een goed webinar. In de eerste minuut van het webinar hebben we deze ingrediënten op een whiteboard met elkaar gedeeld.
  • Geef de deelnemers een helder routeplan: wat is het doel en welke stappen gaan we zetten.

Verder dachten we nog aan: interactie, visuele slides, gebruik van whiteboard en polls, goede inhoud, praktische voorbeelden, nieuwe ideeën, samenwerken, goed werkende technologie en een groep die vragen stelt.

 

Oke, je bent van start… Hoe zorg je er nu voor dat deelnemers betrokken blijven?

  • Dit kan met zogenaamde ‘low threshold activities‘. Donald heeft een klein onderzoek gedaan waaruit duidelijk wordt hoe krachtig het werkt om vragen te stellen. Bij elke vraag neemt de betrokkenheid weer even toe. Zie de afbeelding hiernaast.

  • De kunst is wel om goede vragen te stellen. Vragen die concreet zijn en open. Vragen waar je niet heel lang over na hoeft te denken als deelnemer. En vragen die het onderwerp op een bepaalde manier persoonlijk maken. Bekijk deze verschillen maar eens: Hoe zou jij de waarde van leren evalueren? Hoe evalueer jij de waarde van leren? Hoe evalueer jij de impact van jouw leertrajecten?

Rol als facilitator: 80% in de voorbereiding, 20% tijdens het webinar

Krijg jij ook wel de vraag van een spreker of je tijdens het webinar naast hem of haar komt zitten?
Vaak is het voor een spreker de eerste keer in een webinar. En dat kan best spannend zijn.

Heb ik wel genoeg verhaal? Hoe weet ik wat de deelnemers ervan vinden? Ik ben wel van de interactie, en hoe krijg ik dat in zo’n webinar voor elkaar? Gaat het wel goed met die techniek?

Naast het sterke verhaal en heldere slides, kun je je in de voorbereiding op nog twee andere elementen richten als facilitator:

  1. Help de spreker zich zo sterk te voelen dat hij zijn verhaal kan vertellen vanuit ‘authentiek enthousiasme‘. Daar kan je in helpen door een spreker in zijn kracht te zetten. Waardeer hem of haar voor zijn expertise. Oefen het verhaal, inclusief slides en vragen. Zo dat de spreker het gevoel heeft over dat deel controle te hebben.
  2. En sta stil bij stemgebruik en geef daar desgewenst feedback op. Wat is hierin belangrijk? Een brainstorm in het webinar heeft de volgende ingrediënten opgeleverd:

 

En als laatste: test en zorg voor back-up

We noemden optimale techniek al als een belangrijke randvoorwaarde voor een wervelend webinar. Hier ligt voor jou als facilitator toch een belangrijke taak. Test alles goed uit van tevoren. Maar zorg ook voor back-up. Donald werkt bij elk webinar met twee verschillende internetverbindingen en drie devices. Ikzelf met alles 1 minder. Maar denk goed door hoe je het webinar door kunt laten gaan als de verbinding van jou als host wegvalt. Of van die van de spreker. Dat ook in orde? Dan ben je ‘all set’!

 

Werken als knowmad 3: zonder gist geen pizza – zonder technologie geen knowmad

Of we vanavond pizza konden eten. Mijn zoon vraagt er al wel vijf dagen naar. Dus nu moet het er maar eens van komen. En ik ga het gelijk goed aanpakken door het deeg zelf te maken. Lekker huiselijk. Een recept voor pizzadeeg van een vriendin. Ingrediënten op het aanrecht. En aan de slag. Het klinkt niet moeilijk, ik moet vooral op tijd beginnen. Want het deeg moet zeker anderhalf uur in de broodbakmachine. Ja, dit vind ik zelf maken 🙂

Het bleek een fluitje van een cent. Al snel was de broodbakmachine hard aan het werk. En na anderhalf uur klonk er een piepje ten teken dat het deeg klaar was. Met de deegroller in de aanslag opende ik de machine. Maar het deeg zag er heel slap en nat uit. Oh jee! Ik wist het gelijk: de gist vergeten! Ik had het op het lijstje met ingrediënten zien staan. Stom! Er was maar 5 gram nodig. Het leek niets. Maar zonder die 5 gram…

Zo is het ook met knowmadisch werken.. het komt wellicht wat minder precies, maar de kracht zit in het geheel! Vaardigheden zijn ook een soort ingrediënten.
Voordat we de vaardigheden induiken, willen we je Farshida Zafar voorstellen: docent en projectleider online onderwijs & innovatie aan de Erasmus Universiteit. Ze heeft afgelopen jaar de eerste ‘SURF Education award’ gewonnen. Mede door haar ambitie, innovatiekracht en vermogen om ideeën in praktijk te brengen. In dit korte filmpje vertelt ze over haar manier van knowmadisch werken:


Welke vaardigheden heeft een knowmad nodig?

Knowmad skills reflect a rich integration of humans, technologies, and new networks

John Moravec, founder of Education Futures en de eerste die het begrip ‘knowmad’ hanteert, schetst tien vaardigheden van een knowmad. Hiernaast vind je daar een vertaling van, met als tiende: “niet gebonden aan leeftijd”. Vaardigheden die belangrijk zijn in de (nabije) toekomst: een voortdurende veranderende werkomgeving, waarin zich complexe vraagstukken voordoen. Vraagstukken waar geen standaard antwoorden of aanpakken voor zijn, maar waarbij we kennis uit diverse disciplines moeten combineren om op nieuwe ideeën te komen. Vraagstukken waarbij samenwerking met anderen (anytime en anywhere) cruciaal is. Waarbij we werken in een omgeving die rijk is aan informatie.

In de MOOC ‘Help, er zit een knowmad in mijn organisatie!’ hebben we deelnemers deze vaardigheden voorgelegd en gevraagd welke vaardigheden voor hen in de afgelopen tijd belangrijker zijn geworden. Of op welke vaardigheden naar hun idee nu een groter beroep wordt gedaan dan enige tijd geleden. Wat herken jij vanuit jouw werkcontext?

Een knowmad… is niet bang om fouten te maken

Meer dan de helft van de deelnemers wil nog beter worden in ‘fouten durven maken’. Tegelijkertijd geeft men aan dat leren van je fouten ook een enorm cliché kan zijn. We roepen heel makkelijk dat je fouten mag maken. Maar is dat eigenlijk zo? Oke, je denkt nu wellicht aan die manager die zegt dat je fouten mag maken, terwijl je als medewerker niet het gevoel hebt dat het echt mag. Maar begin eens bij jezelf. Kun en durf jij fouten te maken? Mag jij falen van jezelf? Brene Brown (hier haar TedTalk) doet onderzoek naar kwetsbaarheid, moed en authenticiteit en een krachtige uitspraak van haar vind ik:

We denken vaak dat we al iets moeten kunnen, voordat we het mogen proberen.

Het gaat om moed. Om de bereidheid in de spiegel te kijken en patronen bij jezelf te herkennen en te veranderen. Het gaat om het durven omarmen van imperfectie. Om uitdagingen aangaan, jezelf laten zien, met het risico dat je faalt. Moed is weten dat je kunt falen en er toch helemaal voor gaan. Fouten mogen maken heeft, zoals je ziet, een sterke relatie met continu leren en kunnen af- en aanleren. Als ik mezelf de ruimte durf te geven om te experimenteren met een nieuwe manier van online faciliteren, dan vraagt dit om moed. En om goed zien hoe ik het nu doe en kunnen bedenken wat ik anders zou willen doen. En om oefenen en oefenen zodat ik me deze nieuwe manier eigen kan maken. Misschien geeft het je moed als je in plaats van ‘fouten mogen maken’ tegen jezelf zegt: “ik ga er van genieten om het eens anders te doen.” Mooie uitspraak van een van de deelnemers aan de MOOC!

Een knowmad… beweegt zich makkelijk in netwerken

Toegang tot informatie is overal mogelijk en die informatie stroomt sneller dan ooit. Denk maar aan de snelheid waarmee een roddel tegenwoordig verspreid word, dankzij netwerken om ons heen. De kunst is wel om je weg te vinden in deze netwerken. Om een plek te creëren in deze netwerken. Om verbindingen aan te gaan die voor jou waardevol zijn. Uiteindelijk gaat het niet om de omvang van je netwerken, maar om de kwaliteit en de diepgang van de verbindingen die je hebt met anderen. En om je bekwaamheid om toegang te krijgen tot de kennis en expertise die in deze netwerken aanwezig is. Hier ligt een directe link met het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Volgens Peter Hinssen stroomt innovatie heel wat sneller door een netwerk dan door een hiërarchie. “Start-ups bouwen voort op het werk van anderen; open-source initiatieven bouwen voort op de kennis van het collectief; innovatie wordt gevoed door de grote diversiteit binnen netwerken.” Het online gesprek over netwerken wat we hadden in de MOOC, riep bij een van de deelnemers de gedachte op: “als je geen geboren netwerker bent, lijk je nergens meer te komen.” Gelukkig zijn er allerlei acties te bedenken om het effect van netwerken zo groot mogelijk te maken. Curtis Ogden heeft daar een mooi overzicht van 20 acties van gemaakt.

Een knowmad… maakt doelgericht gebruik van sociale technologie

Voor een knowmad is technologie zeer nadrukkelijk een belangrijk hulpmiddel in het werk. Heel bewust ingezet om het werk slimmer en beter te kunnen doen. Ingezet vanuit een specifieke focus. Focus vanuit vakmanschap: waar richt ik mij inhoudelijk op, wat is dan online voor mij interessant, welke bronnen en online plekken zijn helpend in mijn leerproces? En focus vanuit waardevolle netwerken: bij wie kan ik afkijken? Wie kan ik betrekken bij het werk wat ik doe? Met wie kan ik optrekken en samenwerken?

Een knowmad zet technologie heel gericht in om zijn of haar doelen te behalen. Wel is enige ruimte voor ontdekken, exploreren, spelen, verrassingen belangrijk. En het besef dat je die ruimte soms expliciet moet creëren om niet in de valkuil van de ‘information bubble’ te stappen. Het is vooral de kunst om slimmer te worden dan de zogeheten algoritmes. Dat heb je in onze vorige blog (dokters vs internet) al kunnen lezen. Hier nogmaals het pakkend filmpje over algoritmes, wat rondging in de MOOC: hoe algoritmes ons wereldbeeld bepalen.

De vaardigheid om doelgericht gebruik te maken van sociale technologie staat in verbinding met het delen van kennis. Iets waar een flink deel van de deelnemers aan de MOOC grote waarde in ziet, maar nog maar mondjesmaat zegt te doen. Want wie ben ik om te delen? Wat heb ik toe te voegen? Of wat gaan anderen vinden van wat ik deel? Er zijn nog enkele drempels te nemen, maar velen zijn er van overtuigd dat het delen van wat je doet, vindt en gelooft een belangrijke ingredient is voor het maken van verbinding, het opbouwen van netwerken en het ontwikkelen van nieuwe kennis om daarmee op nieuwe ideeën te komen.

 

Wat nu?

We zijn het gebied aan het ontginnen. Dus al je meedenkkracht is welkom! Vragen die in het online gesprek naar boven kwamen en in het verlengde liggen van de vraag over vaardigheden zijn bijvoorbeeld:

  • Wat is het verschil tussen een knowmad en een kenniswerker?
  • Wat zijn belangrijke morele competenties om als knowmad over te beschikken?
  • Hoe kun je leren om knowmadisch te werken? Hoe werkt dit als je geen geboren netwerker bent?
  • Of is het wellicht een kwestie van tijd en kunnen we er dan toch niet meer omheen?

Wat kan jij nu doen? Voer eens een gesprek over knowmadisch werken met collega’s. Welke vaardigheden zie jij als belangrijk vanuit jouw werkcontext? En hoe pakt dit uit als je nadenkt over de toekomst? Wij zijn benieuwd naar jouw inzichten!

 

 

Meer lezen? Reeds verschenen in de blogreeks ‘Werken als knowmad’:

 

Werken als knowmad 2: hoe werkt het in de praktijk?

We dromen al enige tijd over het organiseren van een eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. In januari was het zover. De MOOC “Help! Er zit een Knowmad in mijn organisatie!” ging van start. Over knowmadisch werken en leren. Op 14 februari hebben we de MOOC afgerond met een meetup bij de HAN in Nijmegen rondom praktijkvragen over knowmadisch werken. Het was volle bak met zo’n 70 deelnemers. 

De online plek voor gesprek was een bron van vragen uit de praktijk. We hebben er 8 uit gekozen om over door te praten in een live knowmadcafé.

1. Fouten maken mag in mijn organisatie

Een van de vaardigheden als knowmad is fouten durven maken. Daar is een bepaalde cultuur voor nodig. In onze organisatie zeggen we wel dat het oké is om fouten te maken, want we hebben innovatie en experimenteren hoog in het vaandel. Maar in de praktijk …. Bekijk de video als je benieuwd bent wat een rakeling is.

Het dilemma is dat vragend leren en experimenteren belangrijk zijn voor de knowmad, maar dat bij teveel vragen (of fouten) je ook onzeker wordt. Ziet men je dan nog wel als goede professional? In de groep werd een positief voorbeeld gedeeld van een professional die wel altijd fouten deelt en waarbij dit goed wordt ontvangen. Je hebt eigenlijk een steady reputatie nodig om dit te kunnen doen. De context van fouten doet ertoe: een arts die het verkeerde been afzet is dan weer een voorbeeld van een fout die je liever niet wilt. Maar als een behandeling vast loopt, wil je wel artsen die eens experimenteren met nieuwe oplossingen.

2. Online voelt snel vluchtig. Hoe kun je toch diepgang krijgen?

Er ligt een grote uitdaging in het krijgen/stimuleren van diepgang. Het voelt als een soort vluchtigheid om op Twitter veel berichtjes van 140 tekens te lezen. Herkennen anderen dat? Of dient een strategie te zijn: ik heb vooraf een vraag nodig, een strategie hoe ik de informatie gaat verzamelen. Dan lees ik alleen wat aanhaakt bij mijn eerdere kennis / ervaringen en laat ik de rest links liggen?


De belangrijkste quote: “je bepaalt zelf de diepgang! en niet de aanbiedende partij”. Uiteindelijk kies je zelf of je 200 tweets scant of juist een artikel wat iemand deelt helemaal uit leest.

3. Ik ben een verzamelaar: hoe stap ik over de drempel heen om te gaan delen?

Ik vind dat ik te weinig deel. Terwijl mensen zeker geholpen zijn met mijn ervaringen en inzichten. Hoe stap ik over die drempel heen? Hoe maak ik daar tijd voor? Wat deel ik dan? Wie is daar in geïnteresseerd? Hoe weet ik of wat ik deel wel deskundig genoeg is?

Stappen over de drempel die deze groep noemt zijn:

  • Reframen: aannames in je hoofd veranderen
  • Doseren: begin niet met elke dag, maar met elke maand of week delen als doel
  • Aanmoedigen: doe het als groep en moedig elkaar aan
  • Durven: gewoon gaan doen, deel je ervaring en kennis
  • Motiveren: je komt online ook halen, dus tja, dan moet je zelf toch ook delen?

4. Hoe ondersteun je werknemers om ‘digital literate’ knowmads te worden?

Ik ben vooral benieuwd naar hoe ‘digital literate’ werknemers nu wel degelijk zijn. Hoe kunnen we ze hierin verder ondersteunen? De mogelijkheden van technologie zijn naar mijn gevoel nog te weinig gekend binnen organisaties en deze kennis verhogen kan leiden tot een verhoogd en meer efficiënt gebruik ervan.

Deze groep benadrukt het belang van experimenteren, een speelse manier om digitale literacy te stimuleren, in plaats van social media training. Wel moet er dan hulp in de buurt zijn als mensen vast lopen. Een praktische tip: probeer eens een RSS -lezer uit om websites en blogs te volgen. Een veel gebruikte RSS – lezer is feedly. Hier vind je een handout van Ennuonline.

5. Hoe richt je een proces van knowmadisch werken in? In een organisatie met veel verzamelaars

Ik ben geïnteresseerd in hoe je het proces ‘knowmadisch werken’ inricht en begeleid in een organisatie. Zorgen dat het geen eenrichtingsverkeer wordt van alleen content delen, maar juist ook dat de discussie op gang komt. En dat niet alleen van een kleine groep, maar het motiveren/stimuleren van de gehele populatie.

Tips van deze groep:

  • Zorg dat mensen vragen stellen en nieuwsgierig zijn/worden
  • Diversiteit in netwerken zorgt voor nieuwe invalshoeken
  • Af en toe heb je de intelligent ongehoorzamen nodig
  • Zorg voor een duidelijke vindplaats/startplek

Met de kanttekening dat het delen buiten de organisatie maar binnen een sector wel heel gecompliceerd kan zijn in verband met concurrentie tussen verschillende organisaties. Hoe deel je openlijk terwijl je toch je eigen unieke waarde behoudt?

6. Hoe kunnen knowmads, googlers, hobbyisten en followers elkaar ondersteunen, stimuleren tot meer knowmadisch werken? Of moet je dit niet willen 🙂

Ik zie in mijn organisaties verschillende types. Hoe kun je zorgen voor een kruisbestuiving?

Les 1: hou je klein- simpel- praktisch- en dichtbij. Zorg voor kleine stapjes. En een meer filosofische vraag: Kun je eigenlijk wel kennis delen of gaat het om ervaringen delen?

7. Hoe kun je zorgen dat je de kracht van millennials als organisatie (of netwerk) goed benut?

Deze laatste groep heeft geen video opgenomen maar gelukkig is er een goed verslag van Jonathan Koek: Help er zitten knowmadische millennials in mijn organisatie (de derde herdoping van de titel van onze MOOC :).

Belangrijkste uitkomsten van de groep  (die de Hogeschool Utrecht als praktijkcase gebruikt):

Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden.

  • Wanneer je Millennials centraal zet, zet ze dan ook echt centraal. Bijvoorbeeld door 3e en 4e jaars studenten opleidingskunde het curriculum voor 1e en 2e jaars te laten maken. Of het didactisch ontwerp, of voor de groep!
  • Geef vertrouwen en ruimte, maar ook structuur. Zeker een eerstejaars student heeft nog veel te leren, ook op het gebied van persoonlijke vormen. Later ( er werd genoemd: na de stage heb je een andere student) kan er meer keuzevrijheid en zelfstandigheid worden gegeven.
  • Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden. Los van regelgeving en moeten is er veel mogelijk, maar begeleiders moeten dit wel willen.
  • Snap dat Millennials expert zijn in veel gebieden, zonder dat ze dan al klassiek expert zijn ( bijvoorbeeld jaren bezig in een bepaald vakgebied). Juist door het expertschap centraal te zetten (kennis van bedrijfsleven, netwerken tools) neem je Millennials serieus en krijg je motivatie.
  • En als laatste: sla niet door in een methode, of het volledig door willen voeren van jong en fris werken. Voorbeelden hierbij waren volledige keuzevrijheid waarbij studenten uiteindelijk geen bruikbare CV opbouwden, en studenten die gek worden van het in groepjes werken. Een deels een klassieke opzet kan prima werken.

Welke praktijkvraag heb jij toe te voegen? Je bijdrage is erg welkom via een reactie op dit blogbericht.