Navigate / search

  • Leergang

    Wil jij je gedegen verdiepen in ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media bij leren? En vaardigheden ontwikkelen om dit in jouw praktijk toe te passen? Doe mee aan deze 8 maanden durende leergang

  • Workshops

    Willen leren hoe je blended leren kunt ontwerpen? Of behoefte om je vaardigheid in online faciliteren te versterken? Dit kan met een workshop op maat

  • Webinars

    Online in gesprek met professionals als Jane Hart, Nancy White of Harold Jarche. Makkelijk vanaf je eigen werkplek. Met een klein groepje deelnemers echt aan het werk. Kijk hier voor een overzicht van geplande webinars

  • Boeken

    Zoek je verdieping door te lezen? Twee boeken vind je hier: 'Leren in tijden van tweets, apps en likes'. En het boek 'En nu online'. Onze boeken

Werken als knowmad 2: hoe werkt het in de praktijk?

We dromen al enige tijd over het organiseren van een eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. In januari was het zover. De MOOC “Help! Er zit een Knowmad in mijn organisatie!” ging van start. Over knowmadisch werken en leren. Op 14 februari hebben we de MOOC afgerond met een meetup bij de HAN in Nijmegen rondom praktijkvragen over knowmadisch werken. Het was volle bak met zo’n 70 deelnemers. 

De online plek voor gesprek was een bron van vragen uit de praktijk. We hebben er 8 uit gekozen om over door te praten in een live knowmadcafé.

1. Fouten maken mag in mijn organisatie

Een van de vaardigheden als knowmad is fouten durven maken. Daar is een bepaalde cultuur voor nodig. In onze organisatie zeggen we wel dat het oké is om fouten te maken, want we hebben innovatie en experimenteren hoog in het vaandel. Maar in de praktijk …. Bekijk de video als je benieuwd bent wat een rakeling is.

Het dilemma is dat vragend leren en experimenteren belangrijk zijn voor de knowmad, maar dat bij teveel vragen (of fouten) je ook onzeker wordt. Ziet men je dan nog wel als goede professional? In de groep werd een positief voorbeeld gedeeld van een professional die wel altijd fouten deelt en waarbij dit goed wordt ontvangen. Je hebt eigenlijk een steady reputatie nodig om dit te kunnen doen. De context van fouten doet ertoe: een arts die het verkeerde been afzet is dan weer een voorbeeld van een fout die je liever niet wilt. Maar als een behandeling vast loopt, wil je wel artsen die eens experimenteren met nieuwe oplossingen.

2. Online voelt snel vluchtig. Hoe kun je toch diepgang krijgen?

Er ligt een grote uitdaging in het krijgen/stimuleren van diepgang. Het voelt als een soort vluchtigheid om op Twitter veel berichtjes van 140 tekens te lezen. Herkennen anderen dat? Of dient een strategie te zijn: ik heb vooraf een vraag nodig, een strategie hoe ik de informatie gaat verzamelen. Dan lees ik alleen wat aanhaakt bij mijn eerdere kennis / ervaringen en laat ik de rest links liggen?


De belangrijkste quote: “je bepaalt zelf de diepgang! en niet de aanbiedende partij”. Uiteindelijk kies je zelf of je 200 tweets scant of juist een artikel wat iemand deelt helemaal uit leest.

3. Ik ben een verzamelaar: hoe stap ik over de drempel heen om te gaan delen?

Ik vind dat ik te weinig deel. Terwijl mensen zeker geholpen zijn met mijn ervaringen en inzichten. Hoe stap ik over die drempel heen? Hoe maak ik daar tijd voor? Wat deel ik dan? Wie is daar in geïnteresseerd? Hoe weet ik of wat ik deel wel deskundig genoeg is?

Stappen over de drempel die deze groep noemt zijn:

  • Reframen: aannames in je hoofd veranderen
  • Doseren: begin niet met elke dag, maar met elke maand of week delen als doel
  • Aanmoedigen: doe het als groep en moedig elkaar aan
  • Durven: gewoon gaan doen, deel je ervaring en kennis
  • Motiveren: je komt online ook halen, dus tja, dan moet je zelf toch ook delen?

4. Hoe ondersteun je werknemers om ‘digital literate’ knowmads te worden?

Ik ben vooral benieuwd naar hoe ‘digital literate’ werknemers nu wel degelijk zijn. Hoe kunnen we ze hierin verder ondersteunen? De mogelijkheden van technologie zijn naar mijn gevoel nog te weinig gekend binnen organisaties en deze kennis verhogen kan leiden tot een verhoogd en meer efficiënt gebruik ervan.

Deze groep benadrukt het belang van experimenteren, een speelse manier om digitale literacy te stimuleren, in plaats van social media training. Wel moet er dan hulp in de buurt zijn als mensen vast lopen. Een praktische tip: probeer eens een RSS -lezer uit om websites en blogs te volgen. Een veel gebruikte RSS – lezer is feedly. Hier vind je een handout van Ennuonline.

5. Hoe richt je een proces van knowmadisch werken in? In een organisatie met veel verzamelaars

Ik ben geïnteresseerd in hoe je het proces ‘knowmadisch werken’ inricht en begeleid in een organisatie. Zorgen dat het geen eenrichtingsverkeer wordt van alleen content delen, maar juist ook dat de discussie op gang komt. En dat niet alleen van een kleine groep, maar het motiveren/stimuleren van de gehele populatie.

Tips van deze groep:

  • Zorg dat mensen vragen stellen en nieuwsgierig zijn/worden
  • Diversiteit in netwerken zorgt voor nieuwe invalshoeken
  • Af en toe heb je de intelligent ongehoorzamen nodig
  • Zorg voor een duidelijke vindplaats/startplek

Met de kanttekening dat het delen buiten de organisatie maar binnen een sector wel heel gecompliceerd kan zijn in verband met concurrentie tussen verschillende organisaties. Hoe deel je openlijk terwijl je toch je eigen unieke waarde behoudt?

6. Hoe kunnen knowmads, googlers, hobbyisten en followers elkaar ondersteunen, stimuleren tot meer knowmadisch werken? Of moet je dit niet willen 🙂

Ik zie in mijn organisaties verschillende types. Hoe kun je zorgen voor een kruisbestuiving?

Les 1: hou je klein- simpel- praktisch- en dichtbij. Zorg voor kleine stapjes. En een meer filosofische vraag: Kun je eigenlijk wel kennis delen of gaat het om ervaringen delen?

7. Hoe kun je zorgen dat je de kracht van millennials als organisatie (of netwerk) goed benut?

Deze laatste groep heeft geen video opgenomen maar gelukkig is er een goed verslag van Jonathan Koek: Help er zitten knowmadische millennials in mijn organisatie (de derde herdoping van de titel van onze MOOC :).

Belangrijkste uitkomsten van de groep  (die de Hogeschool Utrecht als praktijkcase gebruikt):

Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden.

  • Wanneer je Millennials centraal zet, zet ze dan ook echt centraal. Bijvoorbeeld door 3e en 4e jaars studenten opleidingskunde het curriculum voor 1e en 2e jaars te laten maken. Of het didactisch ontwerp, of voor de groep!
  • Geef vertrouwen en ruimte, maar ook structuur. Zeker een eerstejaars student heeft nog veel te leren, ook op het gebied van persoonlijke vormen. Later ( er werd genoemd: na de stage heb je een andere student) kan er meer keuzevrijheid en zelfstandigheid worden gegeven.
  • Alles is afhankelijk van de passie en wil om Millennials te snappen en te begeleiden. Los van regelgeving en moeten is er veel mogelijk, maar begeleiders moeten dit wel willen.
  • Snap dat Millennials expert zijn in veel gebieden, zonder dat ze dan al klassiek expert zijn ( bijvoorbeeld jaren bezig in een bepaald vakgebied). Juist door het expertschap centraal te zetten (kennis van bedrijfsleven, netwerken tools) neem je Millennials serieus en krijg je motivatie.
  • En als laatste: sla niet door in een methode, of het volledig door willen voeren van jong en fris werken. Voorbeelden hierbij waren volledige keuzevrijheid waarbij studenten uiteindelijk geen bruikbare CV opbouwden, en studenten die gek worden van het in groepjes werken. Een deels een klassieke opzet kan prima werken.

Welke praktijkvraag heb jij toe te voegen? Je bijdrage is erg welkom via een reactie op dit blogbericht.

 

Werken als knowmad 1: de expertise van dokters versus internet

We droomden al langer van het organiseren van onze eigen MOOC. Het is een uitdaging om met een grote groep online aan de slag te gaan en dit goed te faciliteren. We hebben net de knowmad MOOC afgerond met 637 mensen, op de top waren er 203 mensen tegelijk online. Het onderwerp van de MOOC was knowmadisch werken en leren. Het voelde als een continue feestje. Het heeft veel opgeleverd aan nieuwe inzichten en bronnen. In een blogreeks zullen we de oogst delen. Te beginnen met…

Dokters versus internet

In december zag ik het TV programma dokters versus internet. In dit programma nemen leken met een laptop het op tegen dokters zonder laptop. Het was spannend te zien hoe leken via Googlen af en toe toch konden achterhalen om welke ziektes het ging terwijl de dokters soms op het verkeerde been zaten. Dit ondermijnt natuurlijk toch je geloof in de parate kennis van artsen. Hier zie je een trailer van de Deense versie:

Ik werk zeker anders dan voor het internet: als mijn printer vastloopt, Google ik het antwoord op support forums. De invloed van internet is enorm. Maar ik vind het nog wel indrukwekkend dat de leken af en toe winnen van de dokters. Hoe zit het dan met de lange opleiding en ervaringskennis van artsen die zo belangrijk is?

En hoe deden we dat eigenlijk 15 jaar geleden zónder internet? Veel deelnemers aan de MOOC herinneren zich nog de CD-rom met de Encarta encyclopedie, het documentatiecentrum voor de spreekbeurten, het abonnement op een tijdschrift. De Gouden gids. Nu kun je online veel meer vinden, en ook wetenschappelijke onderzoeken worden steeds beter vindbaar. Zoals iemand illustreert: “Ik heb een kast vol boeken met vakliteratuur, maar in de praktijk gebruik ik toch liever het internet omdat je veel sneller tot de kern kunt komen”. En voor interactie hadden we het heen-en weer faxen.

Het huisartsentrauma: experts zijn niet meer automatisch de autoriteit

Er verandert van alles in de relatie tussen een patiënt en de arts. Patiënten gaan zelf Googlen en wisselen uit in communities. Artsen zijn niet meer automatisch de autoriteit waar tegen op wordt gekeken en die de beslissingen alleen neemt. In positieve zin kan de arts aansluiten op de voorkennis van de patiënt en meer de diepte in. Uit een recente enquête  in België blijkt dat liefst 91 procent van de Belgen kwalen en pijntjes opzoekt op het internet. Vier op de vijf bespreekt de zoekresultaten met zijn dokter, en dat wordt vaak maar matig gewaardeerd.

Veel artsen voelen het als een bedreiging dat patiënten met kennis en een mening binnen komen. Harriet de Man noemt dit het ‘huisartsentrauma’. Er wordt minder tegen hen opgekeken. Echter, patiënten komen soms ook met informatie die niet klopt, denk aan de informatie dat vaccinaties autisme kan veroorzaken. Dit huisartsentrauma geldt ook voor andere beroepen, zoals trainer, coach of HRD professional. Er is zoveel informatie op internet te vinden dat je scherper moet zijn op je toegevoegde waarde. Je wordt niet meer automatisch gezien als de expert/authoriteit en dat kan invloed hebben op je identiteit. Je moet je meer richten op een unieke mening en moeite doen om status te verkrijgen en vertrouwd te worden.

Kappers versus internet

En wat is de invloed op praktische beroepen? Een MOOC deelnemer is nieuwsgierig naar kappers versus internet. Juist bij praktijkberoepen is het natuurlijk makkelijk om instructie videos te vinden en te maken. Echter, het vergt nog steeds oefenen om het in de vingers te krijgen. Ik zou inderdaad niet graag naar een kapper maar ook niet naar een chirurg gaan die alleen wat youtube videos heeft bekeken.

Data, informatie of kennis?

Er waren duidelijk verschillende meningen over  het vinden van kennis online. Een aantal mensen vindt dat je informatie kunt vinden online, maar geen kennis. Kennis zit vooral in hoofden. (Lees hier bijvoorbeeld een uitleg over data, informatie en kennis). Aan de andere kant kun je betogen dat je wel degelijk kennis online kunt vinden.  George Siemens met zijn theorie van connectivisme ziet leren als een proces van netwerk-vorming. Weten waar je kennis haalt in plaats van kennis tot je nemen is belangrijk. Leren kan ook plaats vinden in niet-menselijke knooppunten. Kennis verandert zo snel dat je een netwerk nodig hebt en moet weten wie iets weet, meer nog dan waar je het kunt vinden. Zelf vind ik dat de scheidslijn tussen informatie en kennis meer fluïde is geworden door sociale media. We kunnen online persoonlijke verhalen delen, mensen jarenlang via hun blog volgen, diepe conversaties hebben, op video zien hoe een klantgesprek plaats vindt. Hierdoor kun je naar mijn mening ook online ervaringskennis delen.

Filteren en focus

Er is een zee aan informatie en het stroomt steeds sneller. Volgens Eric Schmidt, voormalig CEO van Google, werd in 2010 iedere twee dagen evenveel informatie gecreëerd als tussen het ontstaan van de aarde en 2009. En ga maar na hoeveel meer dat inmiddels is, nu 7 jaar later. De MOOC discussie laat zien hoeveel we gebruik maken van online zoeken. Dit roept wel ook de vraag op hoe we onderscheid maken tussen waardevolle en minder waardevolle info. Waar ga je op af? Hoe doe je dat? Crap detection wordt belangrijk. Of zoals iemand stelt: het maakt nogal uit of je je medische kennis haalt van een blog, via social media, het yoga-forum of van een plantengoeroe. Wat is waar en wat niet. Niet alle professionals zijn daar goed in, en niet al het onderwijs stelt dit centraal in de opleiding. Howard Rheingold stelt: “Every man should have a built-in automatic crap detector operating inside him.” In crap detection door Howard Rheingold vind je allerlei handige tools en tips zoals bijvoorbeeld de site whois.net met informatie over eigenaarschap van domeinnamen, of factchecker voor Amerikaanse politiek.

De invloed van algoritmes – U zoekt en wij zullen vinden

En let op!  We hebben niet alleen te maken met crap detection, maar ook met algoritmen. Algoritmes zorgen er voor wat je te zien krijgt bv in zoekmachines of op je tijdlijn bij Facebook. Bekijk deze uitleg over algoritmes van de NOS. Met name binnen sociale netwerken maar ook bij zoekmachines bepalen de algoritmes wat je uiteindelijk te zien krijgt. Maar we weten weinig van de algoritmes die bijvoorbeeld Google gebruikt. Hoe worden we slimmer dan de algoritmes? Toch door te bouwen en te  vertrouwen op een netwerk van collega-professionals.

Live blog: Social practices, principles and platforms

James Tyer and Mark Britz have the honour of the last session of the day. I already knew @britz (Mark) through Twitter so it is nice to meet him live. James and Mark have also interacted over Twitter on a daily basis and are now presenting together. What I like about them is the hands-on practical experience they have. There is so much talk high over, so I hope this will really be practical. They share being at the forefront of social learning in organizations.

How to nudge people into networks?

We start with the Cynefin framework: the work of James and Mark falls into the complex domain. Working on from hierarchy to wirearchy. How to nudge people into networks?

Conversation is the single greatest learning tool in your organization -William O Brien

10 principles 

They are sharing 10 principles which underpin their own practices in organization:

  1. You don’t own social – it is connecting and conversations which drive change. You need to be able to spread out the ownership. The last thing you want is to be the centerpiece of social. One person in the room has the lead for the social platform, for all the others it is IT in the lead, or communications.
  2. Psychology, sociology over technology – If you start on the technology road it fails. You need a true understanding of how people work. Vendors say “we have a technological solution to your people’s problem“. “People will be able to learn on the bus”. How will this help them really? It may just give them an extra burden.
  3. Getting outside – how many people have spoken over the last month about their work to at least 10 people outside the organization? about 15% did. People say they have too much work and don’t know who to contact. Ask the question: what keeps you up at night?
  4. Start small, go slow, scale success – you don’t need a huge investment upfront (like a huge platform).
  5. Practice what you preach – so many of you are on Twitter, but many L&D managers are starting a working outloud circle without being part of it. Start by making your calender open. Unless you do what you are telling others to do, you may not be believed. It is about modelling. There is more pushing of content. In this space it is about showing yourself
  6. Quit the buzzwords – We’re talking agile, virtual, community. Even social is a buzzword. Help engineers work on their practice rather than talking about a community of practice.
  7. Think like a marketeer – Social marketing is when the audience is talking about themselves. Let’s do this inside the organization
  8. Expect and accept

    surprises – if people are talking about their pets and politics, don’t be surprised or condemn it. It is only making clear what people are already talking about. (Collaboration happens between collaborative people” (harold jarche)

  9. Passionate ambassadors – Find them. The more people you talk to, the more they can be ambassadors. Go to IT, communications, the business. You are building your sales pipeline. Some people are the go to’s. If you can get them onboard you can fly. A nice word is intrapreneur.
  10. It takes time- it is a very new area. Change takes time.

This isn’t learning!

James Started talking to a group of managers. At some point they proposed a facebook group. I advised them to rather start with Linkedin and had a 100 managers and some experts in a LinkedIn group. “That’s not learning” was the reaction of the manager. In another job with Kellogg James started with 0 budget. He thought of starting on Yammer. Thought about using the business models template to find out about the pain points calling people to identify actual problems. In Kellogg’s the executives have their own floor. How to get the technology conversation in without putting the technology upfront? I ended up having a lot of success but it took a long time. One of the problems was to capture ideas. We started a pipeline ideation group, with the aim of capturing all ideas. Another group was the travel tips group. The biggest success was with the sales group. They were really not connection. So we did short competitions stimulating them to share their work and what the competitors were doing. Another example was a Working Out Loud group. HR wasn’t involved and when they learned about it – again they said this wasn’t learning.

Redundancy is not a training problem

Mark worked at SystemsMadeSimple. In a conversation with a manager about training needs redundancy came up. Mark replied that this is not a training problem. The average life span in the organization was 1,3 years. People worked on short term contract. Training was not going to be a solution to this. How do we get them to share knowledge? They started implementing Jive. Then they went to look for the groups en networks already talking. This led to the first test group. The networks existed, all they did was superimpose the technology. They developed guidelines, not a policy. All things formulated positive like “be yourself”. Jive is very powerful in features. However, to start the platform was stripped down to the most important role the platform would play: online conversations. At certain office hours, Mark was available for help with Jive. He calls his strategy the groundcover, small plants in your garden which can grow slowly. The biggest challenge was moving the executives over. He organized a state-of-the-network meeting, which didn’t work. One manager had the problem of timecards. People working on multiple project were not filling their hours correctly, loosing money on the contracts. Question: “Did you ever post a question on Jive?” There were responses with tips and tricks.  Somebody pointed to the handbook. They discovered the information was wrong and a rapid increase in the filling of time cards. Another question was for an Academy. Why don’t we reinvent the academy putting social at the center. Using linda.com as a basis and facilitating discussion around it.

Mark and James – Thanks for these practical and powerful experiences! It shows you have to move strategically, know what you are after and be practical enough to translate talk into action.